Onderwijs en onderzoek

Visie

Viaa is een instelling voor hoger onderwijs welke functioneert als een centrum van kennis en kennisontwikkeling. Een duidelijk christelijke visie op mens en samenleving staat centraal in de hbo-opleidingen die Hogeschool Viaa aanbiedt. Op Viaa leven en werken we vanuit de Bijbel, die we erkennen als het betrouwbare en geïnspireerde Woord van God. Dat betekent dat we als medewerkers en studenten in onze omgang en begeleiding als christen willen leven. Jezus’ liefde is voor ons allemaal een voorbeeld. We willen leven in navolging van Hem. Van medewerkers van Viaa wordt verwacht dat ze actief lid zijn van een geloofsgemeenschap die de Bijbel erkent als het betrouwbare en geïnspireerde Woord van God, zoals dat verwoord is in het gereformeerde belijden, en die de Apostolische geloofsbelijdenis beschouwt als een betrouwbare samenvatting van de Bijbel.

Viaa is een centrum van kennis. We leveren vanuit identiteit op relevante, inspirerende en professionele wijze een bijdrage aan de ontwikkeling van (jonge) mensen, ontplooiing van talenten, welzijn en sociale samenhang. We leiden studenten op en onderzoeken en adviseren de beroepspraktijk in de sectoren onderwijs, zorg, welzijn, theologie, management en bestuur. Wij verbinden onze expertise met de expertise van nationale en internationale partners om samen te werken aan vernieuwing en verbetering van de beroepspraktijk.

Dat betekent dat we nadrukkelijk over de muren van onze organisatie heen kijken. We mengen ons in discussies, we nemen deel aan ontwikkelingen buiten onze instelling. We zoeken naar betekenisgeving aan adviezen vanuit onze identiteit. Klanten en stakeholders verwachten van ons een betekenisvolle bijdrage aan de zingeving aan en de vormgeving van hun professioneel handelen. Dat betreft kwaliteit van opleiden en zicht op een zinvolle en waardevolle beroepspraktijk.

Op actieve en innovatieve wijze wil Hogeschool Viaa een bijdrage leveren aan het ontwikkelen van en het werken in professionele contexten, waarbij erg vaak sprake is van werken met en voor mensen in kwetsbare situaties.
Om dat op een gedegen wijze te kunnen doen met de juiste attitude, vraagt om input vanuit beroepsorganisaties richting het onderwijs en onderzoek aan Viaa. Hierin ligt besloten dat Viaa geen naar binnen gekeerde organisatie is. We staan middenin de maatschappij en willen daarmee ook een open venster zijn naar de samenleving.

Onderwijs

Opleidingen Hogeschool Viaa in de Keuzegids Hoger Onderwijs

De Keuzegids Hbo heeft de opleiding Verpleegkunde (HBO-V) voor de zesde achtereenvolgende keer uitgeroepen tot beste opleiding van Nederland in de categorie Verpleegkunde. Door deze notering mag de opleiding het predicaat ‘Topopleiding’ voeren. De Keuzegids noemt nog een bijzonderheid en dat is dat “ook de experts zich meer dan gemiddeld lovend uit lieten over Viaa.”

De opleidingen Social Work, Pabo en Godsdienst-Pastoraal Werk hebben ook een mooie podiumplaats behaald. De opleiding Social Work is geëindigd op de tweede plaats. “De studenten van Viaa in Zwolle zijn positief over hun studie. Ze leren een kritische houding aannemen en problemen zelfstandig op te lossen”, aldus de Keuzegids Hbo 2019.

De opleidingen Pabo en GPW hebben een mooie derde plaats behaald. Voor de Pabo betekent dit een stijging van twee plaatsen ten opzichte van vorig jaar. Deze opleiding wordt vooral gewaardeerd vanwege de goede voorbereiding op de loopbaan.

Elsevier

In de special ‘Beste studies’ van Elsevier behaalt Hogeschool Viaa landelijk een vierde plek in de categorie ‘specialistische hogescholen’. Bij zowel Elsevier als de Keuzegids wordt met name gekeken naar wat studenten zelf vinden van de opleiding en van de hogeschool.

Master Educational Leadership

De master Educational Leadership van Penta Nova staat al drie jaar achtereen op de eerste plaats in de Keuzegids Masters Hoger Onderwijs en wordt door de studenten hoog gewaardeerd. Naast Viaa participeren ook de Marnix Academie, Hogeschool Leiden, Hogeschool InHolland, Christelijke Hogeschool Ede en Driestar Hogeschool in het samenwerkingsverband Penta Nova. Begin 2018 meldt het NVAO het positieve voornemen tot besluit accreditatie postinitiële hbo master Educational Leadership van de Marnix Academie in samenwerking met Christelijke Hogeschool Ede, Hogeschool InHolland, Hogeschool Viaa en HogeschoolDriestar Educatief.

Master Leren en Innoveren

De masteropleiding Leren en Innoveren is bedoeld voor docenten die voor de klas willen staan, maar daarnaast de rol van Teacher Leader willen vervullen en willen bijdragen aan de effectiviteit van schoolbrede veranderingstrajecten. De masteropleiding Leren en Innoveren wordt gegeven door docenten die verbonden zijn aan de drie deelnemende hogescholen: Driestar hogeschool, Viaa Zwolle en Christelijke Hogeschool Ede (CHE). In 2017 is deze opleiding als ‘Topopleiding’ aangemerkt door de Keuzegids Masters Hoger Onderwijs.

Betrokkenheid

Uit de diverse onderzoeksresultaten blijkt dat studenten Hogeschool Viaa waarderen om de christelijke identiteit. Die komt ook tot uitdrukking in de persoonlijke betrokkenheid van medewerkers bij studenten. Daarnaast valt de grote waardering voor kwaliteit en deskundigheid van de docenten op.

Dit beeld komt overeen met de gegevens uit het jaarlijkse interne curriculum- en instroomonderzoek van de hogeschool. Een voordeel van kleinschaligheid is, onder andere, dat de opleidingen in de meeste gevallen adequaat kunnen reageren op klachten. Studenten weten, in de open setting van de opleidingen, de weg naar verbeteringen vaak snel te vinden. Verbeterpunten voor de opleiding worden aangedragen door de studenten zelf, of komen aan het licht door de diverse evaluaties die plaatsvinden in het kader van de kwaliteitszorg. De verbeteringen en veranderingen naar aanleiding van deze evaluaties worden opgenomen in volgende versies van studieonderdelen en worden meestal duidelijk aangegeven.

Rendementen propedeuse en hoofdfase

In onderstaande tabellen worden de verschillende rendementscijfers wat betreft de opleidingen weergegeven. Al jaren behaalt Hogeschool Viaa een behoorlijk goed (onderwijs)rendement. Natuurlijk is het van belang te zien of diploma’s behaald zijn bij het denken in termen van rendement. Daarnaast moet vermeld worden dat het rendement van studeren vooral ook immateriële kanten heeft. Misschien niet of moeilijk te meten, maar veelal van onschatbare waarde.

In onderstaande tabel 1 zijn het percentage propedeuse behaald en percentage diploma behaald voor Hogeschool Viaa als geheel samengevat. Vervolgens presenteren wij tabellen waarin zichtbaar is wat de percentages zijn na één studiejaar, en ook wordt inzicht gegeven in de uitvalgegevens in de propedeuse en de hoofdfase.

Tabel 1: Rendementen Hogeschool Viaa 22HH

% propedeuse behaald na 2 jaar

Tabel 1: Rendementen Hogeschool Viaa 22HH
Cohort 2016 2015 2014 2013 2012
Voltijd 73,8 71,2 71,1 64,2 68,0
Deeltijd 69,0 73,3 52,6 59,8 60,8

% bachelorsdiploma behaald

Cohort 2013 2012 2011 2010 2009
Voltijd 53,6 55,9 56,9 52,9 53,9
Deeltijd 43,9 47,7 44,1 40,0 40,3

Toelichting tabel 1
Zoals in bovenstaande tabel te zien is, zijn de beide rendementen (propedeuse en bachelor diploma) redelijk stabiel. Voor de voltijdopleidingen geldt dat er een lichte stijging te zien is bij het propedeuse rendement. Bij het bachelor rendement een lichte daling. Bij deeltijdopleidingen zien we bij beide rendementen een lichte daling.  De studies/opleidingen zijn qua eisen in de afgelopen jaren verzwaard. Zo is onder andere het minimum te behalen studiepunten voor de propedeuse opgetrokken naar 50 (van de in totaal 60).

De volgende tabellen laten zien hoe dit zich ontwikkelt bij de propedeuse na een jaar en langer dan een jaar. Daarbij wordt ook inzicht gegeven in de uitval.

Tabel 2: Propedeuse rendement Hogeschool Viaa

% percentage propedeuse behaald

Tabel 2: Propedeuse rendement Hogeschool Viaa
Cohort   2016 2015 2014 2013 2012
Na 1 jaar voltijd   58,8 50,2 43,3 35,1 28,9
>1 jaar voltijd   15,0 21,0 27,8 29,1 39,1
Totaal voltijd 73,8 71,2 71,1 64,2 68,0
Na 1 jaar deeltijd 62,2 54,7 42,3 34,6 24,6
>1 jaar deeltijd   6,8 18,6 10,3 25,2 36,2
Totaal deeltijd 69,0 73,3 52,6 59,8 60,8

Tabel 3: Percentage uitval propedeuse Hogeschool Viaa

% uitval propedeutische fase

Tabel 3: Percentage uitval propedeuse Hogeschool Viaa
Cohort 2017 2016 2015 2014 2013
Na 1 jaar voltijd   20,7 20,9 24,9 27,6 31,8
>1 jaar voltijd     0,6 3,3 1,3 4,1
Totaal voltijd   21,5 28,2 28,9 35,9
Na 1 jaar deeltijd   16,9 21,6 23,3 41,0 33,6
>1 jaar deeltijd     1,4 2,3 5,1 6,5
Totaal deeltijd   23,0 25,6 46,1 40,1

Toelichting tabellen 2 en 3
Het percentage studenten dat binnen een jaar de propedeuse haalt, is de laatste drie jaar gestegen. Ook in 2018 is dit zowel bij de voltijd- als de deeltijdopleiding verder gestegen. Dat is ook nadrukkelijk de bedoeling. Zowel bij de voltijdopleidingen alsook de deeltijdopleidingen is de uitval verder gedaald. Dat is overeenkomstig de verwachting; we werken eraan de uitval in de propedeutische fase te verminderen. In 2014 is een studiekeuzecheck ingevoerd. De studiekeuzecheck stelt studenten en hogeschool in staat om nog beter te kijken naar de match tussen student en de opleiding. Daarnaast is vanaf de aanvang van de studie veel individuele aandacht voor de student in zijn ontwikkeling en leerproces. Dat werpt zichtbaar zijn vruchten af in het voorkomen van uitval.

De rendementen na vier jaar voltijd en deeltijd en het percentage uitval staan vermeld in de volgende tabellen.

Tabel 4: Rendement bachelor (hoofdfase behaald)

% diploma hoofdfase behaald

Tabel 4: Rendement bachelor (hoofdfase behaald)
Cohort   2016 2015 2014 2013 2012
< 4 jaar voltijd     4,6 7,3 7,8 9,0
Na 4 jaar voltijd       41,3 35,9 34,2
>=5 jaar voltijd         9,9 12,7
Totaal voltijd     4,6 48,6 53,6 55,9
< 4 jaar deeltijd   10,8 39,5 30,8 24,3 27,5
Na 4 jaar deeltijd       10,3 15,9 10,1
>= 5 jaar deeltijd         3,7 10,1
Totaal deeltijd   10,8 39,5 41,1 43,9 47,7

Tabel 5: Percentage uitval hoofdfase

% uitval hoofdfase

Tabel 5: Percentage uitval hoofdfase
Cohort   2016 2015 2014 2013 2012
Na 1 jaar hoofdfase voltijd   3,4 1,2 2,1 2,1 3,2
< 1 jaar hoofdfase voltijd     1,8 2,1 2,7 4,6
Totaal voltijd     3,0 4,2 4,8 7,8
Na 1 jaar hoofdfase deeltijd   1,4 5,8 6,4 4,7 2,9
< 1 jaar hoofdfase deeltijd     1,2   3,7 4,3
Totaal deeltijd     7,0 6,4 8,4 7,2

Toelichting tabellen 4 en 5
Het percentage uitval in de hoofdfase voor deeltijdopleiding is gedaald in verhouding tot het jaar daarvoor. Ook bij de voltijdopleiding is dit verder gedaald. Het beleid is erop gericht dat de propedeuse goed selecteert. Dat heeft het gewenste resultaat.

Het aantal studenten dat binnen vier jaar afstudeert, is iets gestegen. Het blijkt niet eenvoudig dit rendementscijfer positief te beïnvloeden, ondanks het feit dat binnen de opleidingen gerichte verbeterplannen worden uitgevoerd. Hogeschool Viaa heeft, blijkens de Keuzegids Hoger Onderwijs 2018, nog steeds een relatief hoog diplomarendement. De inspanningen zijn en blijven erop gericht het percentage ‘hoofdfase behaald’ verder te verhogen, mede door studieloopbaanbegeleiding en verbeteringen in het curriculum. Wel valt te zien dat het aantal langstudeerders, langer dan vijf jaar verder aan het dalen is. Ook aan die groep studenten wordt nog intensiever aandacht besteed in de begeleiding.

Tabel 6: Percentage nog ingeschreven studenten

% nog ingeschreven studenten

Tabel 6: Percentage nog ingeschreven studenten
Cohort   2016 2015 2014 2013 2012
Voltijd   70,9 62,0 17,1 5,2 7,7
Deeltijd   60,8 29,1 6,4 7,5 1,4

Educatieve Academie: rendementen

Tabel 7: Rendementen opleiding Pabo

% propedeuse behaald na 2 jaar

Tabel 7: Rendementen opleiding Pabo
Cohort   2016 2015 2014 2013 2012
Voltijd   64,2 70,8 64,0 59,9 65,5
Deeltijd   50,0 53,0 56,7 52,4 78,3

% diploma behaald

Cohort   2013 2012 2011 2010 2009
Voltijd   50,0 56,8 57,2 60,1 58,8
Deeltijd   47,7 74,0 53,9 44,8 56,7

Toelichting tabel 7
Zowel ten aanzien van de voltijdopleiding als de deeltijdopleiding kan uit de cijfers geconcludeerd worden dat er sprake is van een duidelijke stijging van het propedeuserendement ten opzichte van de voorgaande jaren. Als belangrijkste oorzaak van de stijging moet de introductie van de entreetoetsen voor wereldoriëntatie worden genoemd, waardoor beter gekwalificeerde studenten aan de opleiding starten. De belangrijkste oorzaak voor uitval in de propedeutische fase is een verkeerde studiekeuze. Bij de intake en studiekeuzecheck proberen we een inschatting te maken van de beroepsgeschiktheid van toekomstige studenten, het blijft echter lastig om de juistheid van de beroepskeuze te voorspellen. Studenten over wie twijfel bestaat, zijn wel toelaatbaar.

De diplomarendementen voor zowel de voltijd- als de deeltijdstudie blijven nagenoeg constant. Er zijn veel maatregelen genomen om studievertraging te voorkomen. In de studentbegeleiding is gefocust op het tijdig in beeld krijgen van mogelijke risico’s op vertraging. De professionele, persoonlijke ontwikkelingslijn in het curriculum heeft gezorgd voor een nog intensiever contact tussen student en begeleider.

In totaal zijn vier afwijzende bindende studieadviezen afgegeven. Eén voor de deeltijd, drie voor de voltijd. In alle gevallen is er een tussentijds negatief advies gegeven in februari/maart. In alle gevallen werden niet voldoende ECTS behaald en in een aantal gevallen werd niet voldaan aan de praktijkeisen.

Academie Health Care: rendementen

Tabel 8: Rendementen opleiding HBO-V

% propedeuse behaald na 2 jaar

Tabel 8: Rendementen opleiding HBO-V
Cohort   2016 2015 2014 2013 2012
Voltijd   85,7 79,8 80,2 73,8 73,1
Deeltijd   81,3 80,0 73,9 73,6 75,0

% diploma behaald

Cohort   2013 2012 2011 2010 2009
Voltijd   69,9 58,6 71,6 58,5 68,4
Deeltijd   52,9 62,6 36,4 50,0 50,0

Toelichting tabel 8
De resultaten van de opleiding HBO-V zijn behoorlijk stabiel als het gaat om propedeuse, doorstroom hoofdfase, diplomarendement en het beheersen van de uitval.

De uitval in jaar 1 ligt rond de 10%. Dat is inclusief negatief bindende studieadviezen en ligt binnen de hogeschool gelijk met voorgaande jaren, maar is lager dan het landelijk percentage. Jaarlijks stroomt in één keer rond 75% van de voltijd- en deeltijdopleiding door naar de hoofdfase. De uitval in de hoofdfase zelf ligt op 1% en is daarmee blijvend laag. De uitval is het laagste van hogeschool Viaa. Dit betekent dat de opleiding goed selecterend is in de propedeutische fase met betrekking tot beroepshouding, geschiktheid voor het beroep en het kunnen functioneren op hbo werk- en denkniveau om verder te kunnen studeren.

In september 2018 zijn 198 studenten gestart aan de HBO-V. Dit betrof 153 voltijd studenten en 45 deeltijdstudenten. Sinds begin 2018 is er per februari tevens een instroommoment voor deeltijd naast de mogelijkheid tot instroom in september. In totaal zijn in februari 2018 20 deeltijd studenten gestart. Totaal in 2018 is er een instroom van 65 deeltijdstudenten en 153 voltijd studenten, in totaal een instroom in jaar 1 HBO-V van 218 verpleegkunde studenten.

 Van cohort 2017-2018 zijn 10 studenten voortijdig gestopt in studiejaar 17-18 vanwege het niveau en/of persoonlijke omstandigheden. Van de in september 2017 ingestroomde studenten hebben 123 voltijd  studenten  en 34 deeltijd studenten in studiejaar 2017-2018 in één keer hun propedeuse gehaald. De overige 12 studenten hopen hun propedeuse te behalen in hun tweede studiejaar. Er is aan 11 studenten van dit cohort in 2018  een negatief Bindend Studie Advies (BSA) verstrekt. Daarnaast moest alsnog vanwege het niet behalen van eisen toegang hoofdfase aan 1 student uit cohort 2017 een BSA afgegeven worden. De opleiding is goed selecterend in het eerste jaar, op heldere criteria die ook voor studenten duidelijk vastliggen in de OER en in de studiegids. Studenten ontvangen daarop gevraagd en ongevraagd feedback. Daardoor weten zij tijdens de studie voortdurend waar zij staan in hun leerproces. Met name de uitval en consequenties van een (BSA) zijn sterk aan de orde in het eerste jaar, daardoor is de uitval in de hoofdfase slechts 1%. In totaal is in 2018 aan 82 voltijdstudenten en 33 deeltijdstudenten een diploma uitgereikt.

Sinds  2015 is een toename te zien van het aantal studenten dat binnen een jaar de propedeuse heeft gehaald; dit geldt zowel voor voltijd- als voor deeltijdstudenten.  Het feit dat de totale ECTS met betrekking tot de propedeuse is verhoogd naar 50 heeft geen negatief effect, het werkt eerder als stimulans. Meer studenten doen vanaf het begin hun best om dan ook de resterende 10 ECTS te halen, zodat zij hun jaar kunnen afsluiten met een propedeusediploma. Sinds de invoering van de decentrale selectie als gevolg van de numerus fixusprocedure zien wij dat er kwalitatief goede en gemotiveerde studenten instromen in de opleiding. Dit is een bijeffect van de decentrale selectie aan de poort in verband met de limitering van het aantal beschikbare opleidingsplaatsen binnen de HBO-V. In 2018 is het besluit genomen om per september 2019 geen NF meer te hanteren op de opleiding verpleegkunde.

Studenten ervaren het als bijzonder om geplaatst te zijn. Ze zijn daardoor extra gemotiveerd om te laten zien wat ze waard zijn. In het docententeam wordt stimulerend en motiverend ingezet op het vormgeven van studie en leerprocessen: niet vanuit belemmering, maar vanuit de mogelijkheid tot het goed ontwikkelen ervan. Studenten noemen dat ook een van de kernkwaliteiten van de opleiding. Daarnaast wordt extra studiebegeleiding geboden aan studenten die daar behoefte aan hebben. Dit werpt zijn vruchten af. Het aantal studenten dat de propedeuse in het eerste jaar haalt, neemt toe als gevolg van de aandacht voor het leren vanuit de studieloopbaanbegeleiding en vanuit een aanbod van ondersteunende trainingen van studievaardigheden.

Zoals al aangegeven merkt opnieuw de opleiding de bijkomende positieve effecten van de numerus fixus en de decentrale selectieprocedure: deze leiden ertoe dat eerstejaars studenten met de juiste afweging en motivatie kiezen voor de opleiding HBO-V. Uitval heeft daarom veelal te maken met persoonlijke omstandigheden/ziekte of het niet kunnen voldoen aan het hbo-niveau, iets wat in hun vooropleiding niet eerder aan de orde is gekomen. Elementen die vaak gaandeweg een studiejaar zichtbaar worden en lastiger zijn te beïnvloeden en om te zetten naar meer positieve resultaten en ontwikkeling van de student. Soms wordt daarom een studiepauze ingelast, meestal van een half jaar, en lukt het een student daarna toch succesvol de opleiding op te pakken en af te ronden met een diploma. Ook als helder is dat een student toch niet in staat blijkt te zijn de opleiding te vervolgen, wordt er veel aandacht geschonken aan goed afronden, het bespreken van alternatieven en op een goede manier afscheid nemen van elkaar. Op het moment dat selectie bij de instroom vervalt, zal er dus opnieuw voldoende aandacht nodig zijn om te wegen of studenten in voldoende mate over competenties beschikken of deze kunnen aanleren om succesvol de opleiding te doorlopen.

Met ingang van september 2016 is de opleiding gestart met het nieuwe opleidingsprogramma Bachelor Nursing 2020. De reacties van studenten op het programma zijn positief.  De feedback van studenten wordt gebruikt om het nieuwe onderwijsprogramma te verbeteren. In september 2018 is ook het laatste studiejaar in de nieuwe BN2020-vorm gestart. Met betrekking tot alle onderdelen geldt dat dit kritisch wordt gevolgd door de coördinatoren in samenwerking met de curriculumcommissie HBOV. Daar waar nodig konden ontwikkelaars hiaten aandragen en is door het MT met de Projectgroep Curriculum Ontwikkeling gewogen of het hiaat zodanig was dat daar aparte ontwikkeluren aan gegeven moesten worden om dit voor september 2019 weg te werken. Projectmatig wordt ook dat traject door PCO gecoacht onder eindverantwoordelijkheid van de directeur.  Alle regulier gestarte onderdelen van BN2020 vallen onder regie van de curriculumcommissie.

Rendementen Academie Social Work & Theologie (tabel 9, 10 en 11)

Tabel 9: Rendementen opleiding MWD

% propedeuse behaald na 2 jaar

Tabel 9: Rendementen opleiding MWD
Cohort   2016 2015 2014 2013 2012
Voltijd   66,6 82,1 59,7 57,2 65,8
Deeltijd   85,7 75,0 60,0 57,2 50,0

% diploma behaald

Cohort   2013 2012 2011 2010 2009
Voltijd   45,8 54,7 42,9 24,4 39,6
Deeltijd   35,7 33,3 11,1 25,1 26,7

Tabel 10: Rendementen opleiding SPH

% propedeuse behaald na 2 jaar

Tabel 10: Rendementen opleiding SPH
Cohort   2016 2015 2014 2013 2012
Voltijd   67,3 52,4 77,3 68,1 67,2
Deeltijd   75,0 100,0 12,5 16,7 20,0

% diploma behaald

Cohort   2013 2012 2011 2010 2009
Voltijd   54,3 57,8 49,9 50,0 37,6
Deeltijd   16,7 20,0 57,1 60,0 28,6

Tabel 11: Rendementen GPW

% propedeuse behaald na 2 jaar

Tabel 11: Rendementen GPW
Cohort   2016 2015 2014 2013 2012
Voltijd   88,9 65,0 68,7 47,8 70,0
Deeltijd   57,1 66,7 0,0 38,5 42,1

% diploma behaald

Cohort   2013 2012 2011 2010 2009
Voltijd   13,0 35,0 26,6 33,3 58,3
Deeltijd   23,1 15,8 25,0 28,5 17,7

Toelichting tabellen 9, 10 en 11
De rendementen blijven net als vorig jaar wat fluctueren binnen de opleidingen Social Work & Theologie. Bij MWD is zowel bij de voltijd- als de deeltijdopleiding het rendement wat gedaald. Bij SPH is dat bij de deeltijd ook het geval, terwijl het rendement bij de voltijd weer iets gestegen is. Bij de voltijd GPW is een mooie stijging te zien, terwijl deze bij de deeltijd behoorlijk teruggelopen is. Deze fluctuatie kan verklaard worden door de kleine aantallen studenten van deze opleidingen. Binnen de opleiding blijven de rendementen vanzelfsprekend meer dan een aandachtspunt; dit blijven we monitoren.

Academies, diverse aspecten

Verbeterbeleid, samenwerking, kennisdienstverlening, relaties met werkveld en andere opleidingen

De opleidingen werken voortdurend aan verbeteringen in het onderwijs. Dit gebeurt op basis van:

  • het strategisch beleid;
  • de interne kwaliteitsmetingen;
  • aanbevelingen van de werkveldcommissies;
  • aanbevelingen van visitatie- en beoordelingscommissies (VBI);
  • aanbevelingen vanuit accrediteringsrapporten.

Hogeschool Viaa werkt regionaal, nationaal en internationaal samen met partners in onderwijs, zorg, welzijn en theologie. In het kader van de implementatie van de nieuwe Branchecode Governance hbo is in 2015 voorzien in beleid betreffende criteria voor samenwerking met andere instellingen.

Ten aanzien van de onderwerpen verbeterbeleid, kennisdienstverlening, relaties met het werkveld en andere opleidingen alsmede samenwerking wordt hieronder per academie verslag gedaan. Voor wat betreft internationale samenwerking verwijzen we naar hoofdstuk 7, Internationalisering.

Educatieve Academie

Verbeterbeleid

Een nieuw plan voor de komende vier jaar is inmiddels gereed en vertaald in een uitwerkingsplan aansluitend bij de doelen van Hogeschool Viaa. Het nieuwe Academieplan heeft als naam meegekregen: ‘Bouwen voor de toekomst’. Deels bouwt dit plan voort op het vorige. Dat ligt ook voor de hand, omdat veel activiteiten een lange looptijd kennen. Wel is het nodig een tussentijdse balans op te maken om te bepalen waar we nu staan. Het betreft een aantal doelen waaronder:

Acties rond identiteit

  1. De EA blijft haar levensbeschouwelijke identiteit blijvend en duurzaam doordenken.

Acties rond kwaliteit

  1. De EA versterkt het huidige niveau van de onderwijskwaliteit door de ontwikkeling van een actueel en efficiënt curriculum.
  2. De EA ontwikkelt met haar partners een passend programma voor startende leraren gericht op het behalen van de kennisbases.
  3. Onderzoek krijgt een belangrijke plaats in het curriculum, de scholing en de professionalisering van medewerkers.
  4. We versterken de samenhang tussen onderzoek, opleiding, advies en nascholing door meer combinaties van docent-, onderzoeks- en adviestaken.

Acties rond kennisdeling

  1. De Academische Opleidingsscholen doen onderzoek naar beter onderwijs waarin studenten, docenten, lectoraat en leraren zijn betrokken en de opgedane kennis delen.
  2. We stimuleren activiteiten waarbij expertise van EA-medewerkers en -scholen wordt gedeeld en vermenigvuldigd, zoals expertgroepen, opzetten van opleidingen en masterclasses.

Identiteit als dragend aspect van onze profilering blijft een belangrijk thema. Binnen Hogeschool Viaa zien we dat breed, vandaar ook de verbinding met profilering. We vinden het belangrijk dat onze christelijke identiteit zichtbaar wordt in al onze activiteiten. Daarom moet deze verbonden zijn met de inhouden van ons curriculum, maar ook met onze overige activiteiten waaronder nascholing. Het is niet voldoende dat vast te leggen in documenten. We steken energie in het zichtbaar maken en worden in gedrag. We hebben daarin een slag kunnen maken door ons onderwijs- en leerconcept te versterken middels een training voor de collega’s gebaseerd op krachtgericht leren. Deze werkwijze is als basis genomen voor de professionele en persoonlijke ontwikkelingslijn in het curriculum. De leerteams (groepen van vier docenten) werken systematisch aan de versterking van het werken met dit concept en de verbinding ervan met onze christelijke waarden.

We merken in toenemende mate dat de diversiteit van de studentpopulatie groeiende is, ook als het gaat om geloofsopvattingen. Al deze studenten zijn zeer welkom.

Het vernieuwde curriculum draait nu tot en met het vierde jaar. Uit de studentevaluaties is gebleken dat studenten over het algemeen bijzonder tevreden zijn. Ten aanzien van de informatievoorziening en de spreiding van de studielast zijn voor jaar 1 en 2 wat wijzigingen doorgevoerd. Het komend schooljaar wordt ook nader ingezoomd op de leerjaren 3 en 4 en het curriculum als geheel. Omdat we gekozen hebben voor een werkplekcurriculum zijn studenten een groter deel van de studietijd dan voorheen in de praktijk aan het werk, op de scholen dus. Daardoor moet veel tijd gestoken worden in het goed afstemmen met die basisscholen. Die scholen zijn immers in toenemende mate medeverantwoordelijk voor het realiseren van de opleidingsdoelen en die verantwoordelijkheid nemen ze ook. Diverse collega’s uit het werkveld denken mee bij de vormgeving van het opleidingscurriculum. Het Kwaliteitshandboek is daarbij maatgevend. Tientallen leerkrachten zijn getraind tot werkplekcoach om de studenten adequaat te kunnen begeleiden in de praktijk.

Een bijkomend voordeel is dat we een betere aansluiting realiseren met betrekking tot de doorgaande ontwikkeling van instromende leerkrachten. Het overheidsbeleid is sterk gericht op de permanente professionalisering van zowel startende als zittende leerkrachten. Binnen het samenwerkingsverband Scope (15 besturen) is dit een belangrijk thema. Er is een gezamenlijk scholingsarrangement voor genoemde doelgroepen in de Scope Academie.

Een ruim aantal leerkrachten van de Scope scholen heeft al deelgenomen aan deze cursussen.

Binnen het samenwerkingsverband Scope werken we steeds meer samen aan het versterken van het onderwijs in onze regio. Verschillende kenniskringen en projectgroepen werken aan gemeenschappelijke thema’s, mede op basis van vragen vanuit het scholenveld.

Vrijwel alle opleidingsscholen zijn geaudit volgens een gevalideerde systematiek. Er wordt nu een begin gemaakt met de heraudit. Daarmee werken we concreet aan de versterking van de kwaliteit. Zowel de bestuurders als de directeuren van de betrokken scholen ontmoeten elkaar een aantal malen per jaar om de gemeenschappelijke focus te versterken. Ook de begeleiders op de werkplek en de docenten van de opleiding kennen reguliere overleggen met hetzelfde doel.

Naast deze ontwikkelingen is ook op andere manieren gewerkt aan versterking en verbetering. Alle docenten volgen een cursus BKE (basiskwalificatie examinering) en de leden van de examencommissie de cursus SKE (seniorkwalificatie examinering), zodat die kwalificaties gerealiseerd zijn in 2018 en 2019.

De kennisbases zijn volledig geïntegreerd in het curriculum. Voor wat de landelijke toetsen taal en rekenen betreft, bevinden we ons qua resultaat boven het landelijke gemiddelde. Bij de overige vakken vindt gezamenlijke kwaliteitscontrole en verbetering plaats via de peerreviews van docenten van de Radiant Pabo’s. Alle Pabo’s gebruiken het landelijk afgesproken format. Inmiddels is de minister akkoord gegaan met deze systematiek. Daarmee is het risico op nog meer landelijke toetsen afgewend, terwijl de kwaliteitsborging gerealiseerd is.

In het afgelopen jaar is hard gewerkt om het deeltijdprogramma van de grond af opnieuw op te zetten waarbij we aansluiten bij het voltijd curriculum.

In het kader van nieuw beleid noemen we hier ook de Associate Degree. Deze is ontwikkeld samen met de Katholieke Pabo en is gericht op het brede terrein van kind gerelateerde beroepen. Voor met name mbo’ers is dit een interessante route. Via een schakelprogramma kunnen afgestudeerde mbo’ers na twee jaar alsnog instromen in de Pabo. Wellicht dat daarmee een deel van de uitval op termijn kan worden gerepareerd zonder dat afbreuk wordt gedaan aan het kwalitatieve niveau van de instroom, een belangrijk motief om de toelatingstoetsen in te voeren. Omdat ook het arbeidsmarktperspectief verbetert, verwachten we, met extra inzet en elan, in de komende jaren een toename van de instroom.

De al eerder genoemde focus op blijvend leren van afgestudeerden en zittende leerkrachten betekende ook blijvend investeren in masterontwikkeling. De nieuwe aan de Radiant gerelateerde Master Interprofessioneel Werken met Jeugd (MIJ) wordt voorgelegd aan de Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs (CDHO). We hopen in september 2019 met deze master te starten binnen de Campus Kind & Educatie.

De masteropleidingen die we aanbieden met partnerinstellingen binnen Penta Nova zijn succesvol. Van jaar tot jaar neemt de instroom toe.

Het afgelopen jaar is er veel ingezet gepleegd op de werving van nieuwe studenten in nauwe samenwerking met Marcom.

Belangrijke sturingsinformatie wordt jaarlijks geleverd door de Nationale Studenten Enquête. Hieronder zijn de resultaten voor 2018 (5-puntsschaal) opgenomen. Op alle onderdelen scoort de Educatieve Academie boven het landelijk gemiddelde. Daar zijn we blij mee.

Tabel 12: Themascores NSE 2018 – vergelijking Pabo Viaa met landelijk gemiddelde hbo’s

Tabel 12: Themascores NSE 2018 – vergelijking Pabo Viaa met landelijk gemiddelde hbo’s
Vraag/thema Pabo Viaa Landelijk
(alle Pabo's)
Je studie in het algemeen 4,02 3,82
De algemene sfeer op je opleiding 4,58 4,31
Inhoud (themascore) 3,80 3,63
Algemene Vaardigheden (themascore) 3,84 3,80
Wetenschappelijke Vaardigheden HBO (themascore) 3,68 3,57
Voorbereiding Beroepsloopbaan (themascore) 4,39 4,18
Aansluiting Beroepspraktijk (themascore) 4,35 3,99
Docenten (themascore) 4,06 3,75
Studiebegeleiding (themascore) 4,05 3,70
Toetsing - Beoordeling (themascore) 3,75 3,52
Informatievoorziening (themascore) 3,70 3,46
Studierooster (themascore) 3,96 3,43
Studielast (themascore) 3,50 3,22
Groepsgrootte (themascore) 4,15 3,93
Stage En Opleiding (themascore) 3,64 3,52
Stage Ervaring (themascore) 4,38 4,18
Studiefaciliteiten (themascore) 3,87 3,80
Kwaliteitszorg (themascore) 3,34 3,34
Uitdagend Onderwijs (themascore) 3,62 3,52
Internationalisering (themascore) 3,50 3,17
Zou je jouw opleiding aanraden aan vrienden, familie of collega's 4,35 4,06

Bron: NSE

MTO

Het medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) levert eveneens sturingsinformatie op. Met name ten aanzien van de aansturing zijn collega’s minder tevreden. Nader onderzoek leverde op dat dit vooral veroorzaakt is door de krimp in het aantal studenten dat in het verslagjaar moest worden vertaald naar personeel. De EA stond voor de taak de formatie met 9 fte terug te brengen. Dat heeft onrust veroorzaakt en heeft daarnaast geleid tot een toename van de werkdruk. Feit is wel dat de reductie is gerealiseerd. In 2018 is opnieuw een MTO gehouden, de resultaten daarvan worden in het voorjaar 2019 besproken.

Studium Generale

Het nieuwe opgezette Studium Generale blijkt goed te werken. Besloten is dit programma meer te integreren in de verschillende academieprogramma’s. Daarvoor is een systematiek ontworpen: de zogenaamde Radar. Deze systematiek stelt ons in staat op basis van een vragenlijst na te gaan hoe de opleidingen werken aan de integratie van de verschillende aspecten van het Studium Generale.

  1. Noord - Om je heen kijken: wat zijn karakteristieken van onze leefwereld en hoe zijn die te waarderen?
  2. Oost - Naar voren kijken: wat zijn kansen en bedreigingen voor de toekomst?
  3. Zuid - Naar bronnen kijken: wat drijft en bezielt ons, wat drijft en bezielt jou?
  4. West - Achterom kijken: wat is de waarde en impact van de (westerse) traditie(s)?

Daarnaast zijn 2 credits per opleiding vrijgespeeld voor een opleiding overstijgend SG-programma, in aansluiting op deze Radar. Dit programma draagt bij aan de persoonlijke ontwikkeling van studenten. De studenten doen (vanuit eigen passie/ambitie) ervaring en kennis op, waardoor ze vaardiger worden in het aangaan en onderhouden van netwerken buiten de opleidingscontext.

Onderzoek

Er is een nieuwe kenniskring en een nieuwe naam: lectoraat goede onderwijspraktijken.

In het afgelopen jaar is veel aandacht besteed aan de uitwisseling van de diverse kennis- en onderzoeksagenda’s en aan de formulering van een gemeenschappelijke agenda.

In 2018 werd er verder gewerkt aan de projecten:

  1. het CEPM-project ‘Kunst in leren’, nu onderdeel binnen Radiant (Projectleiding bij Viaa Zwolle);
  2. opzetten van trainingen over het voeren van een professioneel dialoog.

De volgende projecten zijn in 2018 afgerond:

  1. het CEPM-project ‘Bezield burgerschap’, nu onderdeel binnen Radiant (Projectleiding bij de Katholieke Pabo Zwolle);
  2. ‘Onze school is Present’ (i.s.m. Stichting Present Nederland);
  3. het project ‘Plusdocument in het voortgezet onderwijs’ (i.s.m. het Greijdanus College in Zwolle);
  4. Leren met Aandacht (i.s.m. De Kempel).

De volgende projecten zijn nieuw opgestart binnen CEPM en opgegaan in Radiant:

  1. het omgaan met dilemma’s bij besturen (i.s.m. Marnix en De Kempel);
  2. omgaan met levensbeschouwelijke identiteit (i.s.m. CHE).

Binnen de Educatieve Academie heeft het lectoraat een leidende rol op zich genomen in de verdere doordenking van het onderwijsconcept van de Pabo-opleiding: Vormend en Onderzoekend Leren.

Er heeft een herijking plaatsgevonden van het vierdejaars onderzoek binnen de opleiding, deze wordt in 2019 gepresenteerd. In het kader van het VOL-concept werken alle medewerkers vanuit een onderzoekende houding en worden daarop ook geschoold. Informatie over de lectoraten vindt u op de website (www.viaa.nl/onderzoek).

Kennisdienstverlening

De Educatieve Academie heeft met vijftien partners, organisaties in het primair onderwijs, een grotere ambitie uitgesproken dan alleen het gezamenlijk opleiden van de studenten. Het al eerder genoemde consortium met de naam Scope is een samenwerkingsverband dat zich verantwoordelijk weet voor het inrichten en uitvoeren van kwalitatief goed en christelijk onderwijs. Kennisontwikkeling en dienstverlening krijgen een plaats in de Scope-Academie. Scope gaat om die reden uit van een toekomstgerichte en duurzame definitie van opleiden in de school. We werken binnen Scope aan het realiseren van een Opleidingsschool die (toekomstige) collega’s duurzaam opleidt voor het onderwijsveld. Er wordt bewust gewerkt vanuit een doorgaande lijn van leraren in opleiding: van start-, naar basis-, naar vak- en masterbekwame leraren.

De EA neemt volop deel aan de academie voor schoolleiderschap Penta Nova binnen het Onderwijs en de master Leren Innoveren. Daarbij wordt hoe langer hoe meer domein overstijgend samengewerkt in Associate Degrees op het gebied van:

  • onderwijs en zorg;
  • de Campus Kind & Educatie in de regio Zwolle.

De kennisdienstverlening wordt daarnaast versterkt door deelname aan actuele school-ontwikkelthema’s als International Primairy Curriculum, het Jonge Kind, activerende didactiek, krachtgericht coachen en leren in beeld.

De EA werkt voor de onderzoeksfunctie samen in het Viaa Kenniscentrum met een samenhangend onderzoeksprogramma. Kennis die ontwikkeld wordt, moet relevant zijn en beschikbaar komen voor alle beroepen c.q. het werkveld waar Hogeschool Viaa voor opleidt. In het afgelopen jaar heeft de EA ook actief deelgenomen aan Radiant in een aantal projecten om nieuwe kennis te ontwikkelen voor de eigen opleiding en het onderwijsveld. Bijvoorbeeld burgerschap, maar ook op het gebied van kunst en cultuur.

Met name op het gebied van het Jonge Kind is nieuw aanbod ontwikkeld voor scholen en leerkrachten, gericht op de versterking van dit deel van het onderwijs. Actief is daartoe de verbinding gezocht met de IJsselgroep, een andere regionale aanbieder. Gezamenlijk verzorgen we onder andere de Regionale Onderbouwdag. Een zeer goed bezochte dag met veel presentaties van nieuwe inzichten, materialen en concepten.

Samenwerking, relatie met andere opleidingen, horizontale dialoog

Naast veel landelijke gremia, zoals het Landelijk Overleg Pabos (Lobo), de Vereniging Hogescholen, Kenniscentra Wetenschap en Techniek, de verschillende vakgerichte gremia voor docenten, 10voordeleraar, zijn er ook veel regionale verbanden waarvan de EA deel uitmaakt. Zonder uitputtend te zijn:

  • Het samen met zorginstellingen en gemeenten vormgegeven Kenniscentrum Zorg, Onderwijs en Gemeente. Daar proberen we de domeinen dichter bij elkaar te brengen.
  • De Campus Kind & Educatie, een initiatief van lokale onderwijsinstellingen (ROC Landstede, KPZ en Hogeschool Viaa), heeft als doel alle op het kindgerichte beroepen in Zwolle bij elkaar te brengen.
  • De Zwolse8, een samenwerkingsverband van alle middelbare en hogere onderwijsinstellingen in Zwolle.
  • Het bij verschillende onderdelen al genoemde samenwerkingsverband Scope is een belangrijke motor voor onderwijsverbetering in de regio. De afstemming van theorie en praktijk is door deze samenwerking veel beter geborgd.
  • Het samenwerkingsverband Radiant, een groep van negen pabo’s, die zich o.a. bezighoudt met gezamenlijke kennisontwikkeling.
  • In wisselende samenstelling met verschillende collega-instituten over ontwikkelingen binnen de bachelor en masters met betrekking tot Leren en Innoveren, Academie voor schoolleiders (Penta Nova) en een nieuw ontwikkelde master: Interprofessioneel samenwerken met jeugd.

Intern

Ook intern zijn er ontwikkelingen. De grenzen tussen de drie academies van Viaa zijn aan het vervagen. In toenemende mate wordt gewerkt over de grenzen van de academies heen. Bijvoorbeeld door het samenstellen van gemeenschappelijke onderwijsprogramma’s voor de bachelor in de minor domein overstijgend werken en masters in Interprofessioneel samenwerken met jeugd, maar ook in het gezamenlijke Kenniscentrum: Bezielde Professionaliteit.

Kwaliteitszorg

In maart 2015 is de Pabo van Hogeschool Viaa voor het laatst geaccrediteerd. Toen is ook de variant ‘Opleiden in de School’ geaccrediteerd. Het panel sprak uit dat de EA van Viaa ten aanzien van dit onderdeel als voorbeeld zou mogen gelden voor veel andere instituten.

Veel energie is gestoken in het ontwikkelen van Viaa-brede kwaliteitskaders. Er is regulier overleg tussen de verschillende examencommissies om af te stemmen en van elkaars expertise te leren. Het binnenschools en buitenschools curriculum zijn onderwerp van reguliere kwaliteitscycli die beschreven zijn in het Kwaliteitshandboek. Onderlinge vergelijking is daardoor goed mogelijk en er kan continu gewerkt worden aan kwaliteitsverbetering. De stagescholen worden daarin meegenomen en aanvullend worden daar audits afgenomen. Ook intern kennen we, aanvullend op het voorgaande, een auditsysteem waarin onderwerpen als bijvoorbeeld HRM aan de orde komen.

Zoals al in de eerste paragraaf onder verbeterbeleid is aangegeven, kennen we de jaarlijkse NSE en de personeelstevredenheidsonderzoeken die input leveren voor kwaliteitsverbetering. Beide uitkomsten zijn geanalyseerd door de kwaliteitszorgcommissies en de curriculumcommissies. Dat heeft geleid tot concrete aanbevelingen in het curriculumherzieningsproces.

Het overheidsbeleid is gericht op een versterking van de opleidingscommissies. Binnen de Pabo is de OC op verschillende terreinen actief. Een paar voorbeelden uit de verslagen van de OC laten zien met welke onderwerpen men zich onder meer heeft beziggehouden. Omdat de Pabo zich de afgelopen jaren in een proces van curriculumherziening bevond, zijn daarmee samenhangende zaken regelmatig onderwerp van bespreking en advisering geweest. Verschillende malen is de OC in gesprek gegaan met de curriculumcommissie om wensen en adviezen neer te leggen, bijvoorbeeld aangaande mogelijkheden tot versnelling en verbreding binnen het programma, maar ook over de rol van de leerteams in relatie tot het curriculum.

De studentevaluaties kwamen regelmatig aan de orde, en de wijze waarop daarover met de studenten wordt gecommuniceerd. Dat heeft geleid tot aanpassingen in de procedures. Ook de verplichte taal- en rekentoetsen zijn verschillende keren aan de orde geweest. Onder andere vragen rond planning en begeleiding zijn besproken. De OC heeft zich gebogen over de vraag hoe kan worden bijgedragen aan de werving van nieuwe studenten door studenten in te zetten als ambassadeur van Viaa. Ten slotte kan als voorbeeld van activiteiten genoemd worden de rol die de OC speelt bij de vaststelling van het OER.

Academie Health Care

De Academie Health Care wil geïnspireerd en op persoonlijk betrokken wijze opleiden, trainen en onderzoeken, zodat studenten en werkers in het zorg-werkveld worden toegerust tot een toekomstgerichte, bekwame zorgprofessional. De academie sluit daarbij aan op het ‘leven lang leren’ en het blijvend ontwikkelen van essentiële kennis door het beantwoorden van vragen die in de beroepspraktijk leven bij zorgprofessionals.

Onderdeel van de academie is de opleiding Bachelor Nursing, ook wel HBO-V genoemd. Mede door de geboden kwaliteit van deze opleiding is er een groeiend aantal aanmeldingen. In de afgelopen jaren is deze groei behoorlijk toegenomen, van 245 ingeschreven HBO-V studenten in 2009 naar 590 studenten in 2018. Deze groei in aanmeldingen, in relatie tot het tekort aan kwalitatief goede stageplaatsen in de zorg, heeft Hogeschool Viaa doen besluiten om sinds 2014 een numerus fixus in te stellen. Een goede praktijkstage is essentieel om de kwaliteit te kunnen handhaven. Aan stageplaatsen is landelijk nog steeds een gebrek. De opleiding is populair onder aspiranten vanwege de gerealiseerde hoge kwaliteit, de identiteit en de betrokkenheid van docenten. Ondanks dat twee andere HBO-V’s in de regio geen NF-procedure hadden, is dit tussen 2014-2018 niet van negatieve invloed geweest op het aantal aanmeldingen voor de HBO-V van Viaa. Door het steeds geleidelijk ophogen van de NF groeit de opleiding nog steeds, maar wel beheerst in relatie tot de mogelijkheden voor stageplaatsen. Daarnaast heeft de opleiding het aantal stages teruggebracht. Dat betekent dat er nu vanwege het overgangsjaar een klein aantal stages zijn overgebleven. Voor komende jaren moeten deze echter weer worden benut en is ook verdere groei van stages noodzakelijk om het aantal nieuw gestarte studenten daadwerkelijk een passende hbo stageplek te kunnen bieden. Het zou mooi zijn als er in voortdurende samenspraak met het werkveld nog meer stageplekken gecreëerd zouden kunnen worden. Vanwege het anders indelen van het curriculum, de beschikbaarheid van kwalitatief goede stages en de maatschappelijke druk met betrekking tot tekorten in de zorg heeft er toe geleid dat per september 2019 de opleiding geen Numerus Fixus meer zal voeren.

Verbeterbeleid

Een actieve bijdrage van medewerkers en docenten aan de kwaliteit van de opleiding wordt binnen de academie Health Care gezien als een onderdeel van de rol van een professionele docent en medewerker. In de accreditatie van de opleiding is door het visitatiepanel duidelijk waardering uitgesproken voor de kwaliteitszorg van de academie. Management, docenten en studenten hebben een sterk besef van de kwaliteitscultuur en willen vanuit een sterke, intrinsieke motivatie deze kwaliteit ook bestendigen en waar nodig verbeteren. Dat gebeurt in een cultuur van open communicatie en ruimte voor feedback. De opleiding hanteert de PDCA-cyclus, gebaseerd op het Kwaliteitshandboek Hogeschool Viaa 2013-2016. De bewaking en uitvoering van de verschillende stappen ligt bij het management, de kwaliteitszorgcommissie HC en de betrokken docenten. Bij aanvang van de opleiding krijgen studenten uitleg van de kwaliteitszorgfunctionaris over de procedures van evaluaties van het onderwijs en hoe hun medewerking wordt gevraagd bij evaluaties. Tevens wordt benadrukt om ongenoegen en ontevredenheid of juist tevredenheid actief te delen met betrokken docenten en fasecoördinatoren. De kwaliteitscommissie bewaakt met de betrokken fase- en blokcoördinatoren de planning van evaluatiemomenten, de uitwerking daarvan en het in gang zetten van acties. Rapportages daarvan worden rechtstreeks verstrekt aan betrokken docenten en aan de academiedirecteur en worden geagendeerd voor de MT-overleggen. Daar wordt ook vastgesteld welke punten aandacht verdienen en of er actie op ondernomen moet worden. Bij situaties die vragen opleveren met betrekking tot tevredenheid en kwaliteit wordt door de directeur actief aan de kwaliteitscommissie, opleidingscommissie en studentgroepen advies gevraagd met betrekking tot eventuele knelpunten en oplossingsrichtingen. De directeur informeert studenten per e-mail aan welke verbeterpunten worden gewerkt op basis van de uitkomsten van de NSE. Studenten weten gevraagd en ongevraagd punten aan te dragen voor verbetering en ervaren dat deze serieus worden opgepakt. Daarnaast heeft de opleiding een constructieve werkrelatie met de Opleidingscommissie. Daarnaast houdt de kwaliteitscommissie via een nieuwsbrief ook de studenten en medewerkers HC inhoudelijk op de hoogte van hun werkzaamheden en verbeteracties.

De academie heeft een meerjarenbeleid geformuleerd in het Academieplan Health Care 2014-2018. Daarin zijn verbeterpunten meegenomen. Aandachtspunten komen aan de orde in het MT-overleg van de opleiding. Die worden opgepakt door een van de leden van het MT, afhankelijk van inhoud en omvang, en omgezet in gerichte acties en/of projecten. Bij ieder punt wordt gewogen of het om structurele problemen gaat die vragen om wijziging van processen of afspraken, of dat het gaat om kleine, eenmalige incidenten, die tevens worden aangepakt, maar veelal om een andere benadering vragen. Hierdoor worden steeds de grote lijnen bewaakt. Dit plan is afgerond eind 2018. Er wordt nu gewerkt aan een nieuw academieplan 2019-2024. De input daarvoor is in een aantal teambijeenkomsten opgehaald. In de periode van 2015-2016 heeft het voorverkennende traject voor het nieuwe BN2020 plaatsgevonden. Dit nieuwe curriculum is met jaar één gestart in 2016 en nu per september 2018 volledig voor vier jaren en vier verschillende studiegroepen qua onderwijsprogramma’s opgeleverd en in werking. Bijzonder is dat iedere doelgroep een eigen onderwijsprogramma op maat kent.

MTO

In 2016 is opnieuw het medewerkerstevredenheidsonderzoek gehouden, het zogenaamde MTO.
De medewerkers van Academie Health Care zijn heel tevreden:

  • Maar liefst 79 procent geeft aan (zeer) tevreden te zijn over hun werk.
  • De gemiddelde tevredenheid bij medewerkers van Academie Health Care is hoger dan het gemiddelde binnen Viaa (7,6 t.o.v. een 7,4).
  • Over de academie en over het College van Bestuur/Beleidsoverleg zijn de medewerkers van Health Care meer dan gemiddeld tevreden. 
  • Het succesgebied Middelen en Veiligheid scoort hoger, namelijk nu 7,71 ten opzichte van 7,50 in 2016.
  • Over de werkdruk zijn de medewerkers nog minder tevreden (6,67  t.o.v. 6,99). Binnen de academie Health Care ervaart een groter deel van de medewerkers een te hoge werkdruk dan gemiddeld binnen de hogeschool. 6,67 procentvindt de werkdruk hoog tot veel te hoog, ten opzichte van 6,94 binnen heel Viaa. Het contrast met vorig jaar is echter een stuk groter. Een en ander is vermoedelijk verklaarbaar vanuit het ontwikkelen en invoeren van het nieuwe curriculum, omdat dit van iedereen nieuwe inwerktijd vraagt qua voorbereiding et cetera. Daarnaast heeft er spanning gezeten op de inzetbaarheid van beschikbare mensen in relatie tot de totale omvang van het aantal studenten, terwijl het daarnaast noodzakelijk was om vervanging van ziekte en zwangerschapsverlof vorm te geven. Qua fte voldoet het team ruim aan de norm van 1 fte op 18..

Na de presentatie van de uitkomsten van de MTO 2016 aan het team is besloten om een werkgroepje de werkdruk verder te laten verkennen in samenwerking met het team. Het is de werkgroep die zich wilde buigen over werkdruk nog niet gelukt om met een analyse te komen. Uit de huidige situatie blijkt dat ook in het laatste deel van 2017-2018 de werkdruk als hoog wordt ervaren; e.a. komt ook doordat veel collegae een studie doen naast hun werk, een aantal collegae met verlof is en men in algemene zin veel tijd kwijt is aan het helemaal opnieuw zich verdiepen in het nieuw uitgebrachte curriculum, dit vraagt van veel collegae veel energie in de voorbereiding en de uitvoer. De MTO 2018 wordt voorjaar 2019 aan het team gepresenteerd en tegelijk zal daarbij dan ook een verbetertraject worden afgesproken.

Onderzoek

Aan de academie is ook het lectoraat Zorg en Zingeving verbonden. Het onderzoeksprogramma van het lectoraat richt zich op aandacht voor zingeving in de gezondheidszorg en de rol van zorgprofessionals daarbij. De doelen van het lectoraat, verwoord in het meerjaren Academieplan 2014-2018, zijn daar op gericht geweest.

In 2018 is het lectoraat betrokken bij de uitvoering van de volgende praktijkgerichte projecten:

  • Het project ‘Jaar van de zingeving’ in ziekenhuis Van Weel Bethesda in Dirksland is eind 2018 afgerond en opgeleverd. Er is voor dit project een e-learning ontwikkeld en alle medewerkers zijn middels een  trainingssessie betrokken, daarnaast zijn verschillende medewerkers geschoold als  aandachtsvelders zingeving. Gekeken wordt in hoeverre de uitwerking van dit project te vertalen is naar andere zorgorganisaties die belangstelling hebben getoond.
  • Het project ‘Werken met sociale robots in de dementiezorg’ is in 2018 afgerond in de vorm van een boekje voor belangstellenden getiteld Een stem in huis. In dit door ZonMw gesubsidieerde project draagt het lectoraat bij aan de ethische reflectie op het werken met robots in de zorg in samenwerking met het lectoraat ICT in de zorg van Hogeschool Windesheim.
  • Door drie kenniskringleden is een vervolg gegeven aan hun promotiestudie gerelateerd aan het thema zorg en zingeving (godsbeelden in de GGZ, zingeving en leefstijl, kind en spiritualiteit).
  • In het kader van het Ligare project ‘Het is niet alles wat het lijkt’ heeft het lectoraat bijgedragen aan de implementatie van spirituele zorg in de praktijk van de palliatieve zorg in het consortium palliatieve zorg Noord-Nederland. De bijdrage van het lectoraat bestond uit het ontwikkelen van een digitale leerwerkplaats, bijdragen aan werksessies met implementatiecoaches en voorbereiding en uitvoering van kwantitatief onderzoek naar competentieontwikkeling op het gebied van spirituele zorg onder werkers in de palliatieve zorg. Zie ook: http://consortiumligare.nl/themas/betekenisgeving-spirituele-zorg/ambitie-en-aanvraag/
  • Vervolg van het aanbod aan zorginstellingen en zorgopleidingen van de online applicatie over het omgaan met levensvragen bij ouderen voor zorgverleners/studenten. Deze applicatie is door het lectoraat ontwikkeld. Vanuit diensteverlening HC wordt ondersteuning geboden bij het implementeren van de app en is er ook een passend scholingsaanbod.
  • In internationaal verband participeert het lectoraat als een van de strategische partners in het Erasmus+ project EPICC (Enhancing Nurses Competence in Providing Spiritual Care through Innovative Education and Compassionate Care). Met 25 Europese partners in hoger gezondheidsonderwijs wordt in dit project gewerkt aan een standaard voor onderwijs in zingeving (spirituele zorg). De uitkomsten van het project worden in de zomer van 2019 gepresenteerd.
  • Aan een onderzoeker in het lectoraat is een SIA post doc toegekend voor 2 jaar voor onderzoek naar het thema ‘Integriteit en Identiteit’.
  • In 2018 is een start gemaakt met het project Samen in Beweging: Leefstijlverandering bij kansarme groepen; dit is een samenwerking met lectoraat samenlevingsvraagstukken.
  • In 2018 is het Project PLOEG-3 Palliatief Landelijk Onderzoek Eerstelijns Geestelijke verzorging ZonMw gesubsidieerd project gestart met betrekking tot integratie geestelijke verzorging in de eerste lijn, ontwikkeling signalerings- en verwijzingstool voor zorgverleners en onderzoek effecten.

De verbinding met de opleiding HBO-V is er onder andere met studenten die participeren in onderzoeken van het lectoraat in de vorm van adviesprojecten. Dit jaar heeft Viaa-HC verder gewerkt aan de ontwikkeling van het curriculum Bachelor Nursing 2020. Het lectoraat levert daarbij input aan de ontwikkeling van het onderwijs over zingeving en ethiek. Dit jaar is gestart met de minor ‘Aandachtsvelder zingeving’. Verschillende docenten zijn dit jaar betrokken bij het werk van het lectoraat, vooral in het kader van onderwijsactiviteiten over zingeving.

Het lectoraat heeft dit jaar een succesvol symposium georganiseerd over zingeving in de zorg (ruim 200 deelnemers). Het lectoraat participeert in (inter)nationale (kennis)netwerken en werkt samen met kennispartners (WO, HBO, Gezondheidszorg).

Het lectoraat heeft dit jaar geparticipeerd in de coördinatie en verdere ontwikkeling van het Viaa onderzoeksbeleid. De onderzoekers van het lectoraat hebben dit jaar publicaties en presentaties (nationaal en internationaal) verzorgd. Een uitgebreid jaarverslag 2018 en een volledig overzicht van publicaties/presentaties is beschikbaar op de website (www.viaa.nl/onderzoek).

Kennisdienstverlening

De opleiding Praktijk Ondersteuners Huisartsenpraktijk (POH) is een private opleiding op hbo-niveau. Met ingang van september 2014 is gestopt met de tweejarige route (instroom opleiding mbo-doktersassistent) en wordt alleen de eenjarige opleiding aangeboden. De reden hiervan ligt in een landelijke afspraak met betrekking tot het upgraden van het niveau van de POH en het feit dat de opleiding voor de mbo-doktersassistenten als ‘te moeilijk’ werd ervaren: deze studenten konden moeilijk aansluiten bij het hbo-niveau van de POH-opleiding. Met ingang van september 2015 heet deze opleiding Praktijk Verpleegkundige Huisartsen Praktijk (PVH) en is toegankelijk voor hbo-verpleegkundigen. Mbo-verpleegkundigen zijn toelaatbaar onder specifieke voorwaarden. Afhankelijk van de uitkomsten van het curriculum project Bachelor Nursing 2020 wordt helder waar de PVH straks gepositioneerd is ten opzichte van de HBO-V. In juli 2018 zijn vierentwintig cursisten gediplomeerd. In september 2018 zijn zesendertig studenten gestart met de eenjarige opleiding PVH.

 De huidige PVH-opleiding is positief geaccrediteerd door de Accreditatiecommissie Kwaliteitsregister Verpleegkundigen en Verzorgenden. Deze accreditatie is van belang, omdat cursisten door deelname aan de opleiding of de cursus Ouderenzorg eerstelijn punten toegekend krijgen bij een positieve accreditatie van de opleiding voor hun registratie als verpleegkundige. De opleiding PVH mag bij publieke uitingen het keurmerk van het kwaliteitsregister toevoegen aan haar communicatie, wat ook wordt gedaan.

Samen met het POH-team is gekeken naar het trainingsaanbod voor de huisartsenpraktijk. In deze verkenning met het werkveld is helder geworden dat er behoefte is aan meer kortdurende trainingen van twee dagdelen. Daarin wordt verdieping gekozen en professionals leren vooral te werken met meetinstrumenten en signaleringsschalen. Op basis van die vraag is in 2016 de training Expertise Dementie ontwikkeld. Deze is vanaf 2016 meerdere malen aangeboden, met steeds tussen de 8-12 deelnemers. De training wordt hoog gewaardeerd. Ook training Ouderenzorg is naar dit format omgeschreven en aangeboden. Daarnaast wordt in samenwerking met meerdere docenten gekeken welke andere kortdurende trainingen op deze wijze zijn te ontwikkelen en aan te bieden die geschikt zijn voor wijkverpleging, huisartsenpraktijk en verpleeghuiszorg. 

Naast de inkomsten van de POH zijn er inkomsten verkregen vanuit trainingen aan het Leger des Heils, Isala proeftuinen BN2020, stichtingswelzijnswerk Drenthe en het uitzetten van onderzoek en opzetten van trainingen bij het Lindeboominstituut, het Zorg Ethisch Lab Zwolle, Icare, de GGZ, de Leliezorggroep en Eleos. Daarnaast wordt in samenwerking met het lectoraat de app levensvragen en e-learning aangeboden als training. Daardoor zijn er bij de academie Health Care meer inkomsten binnengekomen dan begroot. Het werkveld weet de academie goed te vinden. Dat is van belang, ook voor de ontwikkeling van expertise van docenten. Daarnaast ervaren docenten het als een meerwaarde om in het werkveld dergelijke trainingen te verzorgen. Daarmee komt de actuele praktijk weer meer in de opleiding. Een mooie wisselwerking.

Relatie met het werkveld

De opleiding HBO-V wil, naast het initiële onderwijs, ook dienstbaar zijn aan het werkveld door toekomstgerichte kennis en vaardigheden aan te bieden aan professionals in het werkveld. Zij wil daarmee aansluiten op het ‘leven lang leren’ en het blijvend ontwikkelen van essentiële kennis. Deze kennisontwikkeling richt zich op het beantwoorden van de vragen die in de beroepspraktijk leven bij de zorgprofessionals.

Ook ligt er een rol voor de academie wat betreft het opleiden voor en het aansluiten op de arbeidsmarkt in de gezondheidszorg. Met betrekking tot de regionale arbeidsmarkt neemt de academie deel aan het regionale werkgeversoverleg met Werkgeversvereniging Oost-Nederland (WGV Oost). De prognoses van WGV Oost alsmede de trends die worden gesignaleerd, zijn relevant in en voor het opleiden van professionals en het behouden van professionals voor de zorg door middel van ‘leven lang leren’.

De academie geeft de samenwerking met het werkveld vorm door:

  • het inzetten van professionals in de zorg in het onderwijs (soms zijn dat alumni);
  • het verzorgen van gastlessen;
  • stagebegeleiding;
  • begeleiding van afstudeeronderzoeken;
  • het actief meelezen en -denken in ontwikkeling en bijstelling van onderwijsprogramma’s, in samenspraak met de daarvoor verantwoordelijke coördinator binnen de opleiding.

Er is een verschuiving te zien in samenwerkingsrelaties. Daar waar eerder de individuele relatie tussen zorginstelling en opleiding centraal stond, is de laatste jaren veel meer sprake van samenwerken in netwerkverbanden. Hierin participeren veelal meerdere opleidingen en zorgorganisaties. In gezamenlijkheid worden in die verbanden dilemma’s onderzocht en aangepakt op het vlak van zorgverlening, professionele ontwikkeling en toekomstgericht werken. Voorbeelden van dergelijke verbanden waarin de academie participeert zijn de Regiocampus Meppel, Werkgeversvereniging Oost-Nederland en het Health Innovation Park Zwolle.

Daarnaast ontvangt de academie diverse verzoeken tot dialoog over beroepsontwikkeling en toekomstbestendig werken in de zorg vanuit allerlei typen organisaties en werkverbanden. De academie is een graag geziene gesprekspartner vanuit haar kwaliteit en aandacht voor juist de mensgerichte kant van de zorg.

Samen met Windesheim, Deltion, Landstede en Menso Alting is gewerkt aan een notitie Werkvelddeskundigen. Doel is om gezamenlijk als zorgopleidingen op een eenduidige werkwijze in een commissie de relatie met het werkveld te onderhouden. Dit betreft het strategisch en bestuurlijk niveau, het opleidingniveau in zorgorganisaties en het werkbegeleidersniveau. Dit voorkomt dat zorgorganisaties wekelijks bij de verschillende opleidingen voor dezelfde zaken aan tafel moet komen zitten. In oktober 2017 heeft een eerste strategisch werkveldenoverleg vanuit de Zwolse zorgopleiding plaatsgevonden en dit zal een verder vervolg krijgen. Daarnaast is er structureel een gezamenljike commissie die activiteiten organiseert en afstemt met betrekking tot werkbegeleiders en praktijkopleidingen van zorgorganisaties.

Relatie met andere opleidingen

De academie participeert in het Landelijk Overleg Opleidingen Verpleegkunde (LOOV), een samenwerkingsplatform van alle 17 HBO-V’s in Nederland. De directeur van de academie HC is lid van het dagelijks bestuur van het LOOV. Binnen dit platform pakken de HBO-V’s in gezamenlijkheid gemeenschappelijke dilemma’s aan, om (veelal in projectvorm) de krachten te bundelen, het onderwijs input te geven en eenduidigheid te bewerkstellingen in de opleidingen Verpleegkunde. Voorbeelden daarvan in 2016 zijn de uitwerking van het project Bachelor Nursing 2020 richting de wetgeving en registratie van verpleegkundigen en het rapport toekomstbestendige beroepen in verpleging en verzorging. Tevens is in 2016 de landelijke, gezamenlijke HBO-toets verpleegkundig rekenen opgeleverd. Daarnaast wordt gewerkt aan de landelijke kennistoetsen verpleegkunde vanuit de Body Of Knowledge and Skills. De directeur van HC maakt onderdeel uit van het dagelijks bestuur van het LOOV.

Naast deze samenwerking op hbo-niveau is er ook op regionaal vlak samenwerking met een groot aantal ROC’s, deels in netwerken, onder andere in het Health Innovation Park Zwolle: met Windesheim, Deltion en Landstede. In de Regiocampus Noorderboog (Meppel) werken we samen met Windesheim, Deltion en het Drenthe College. De academie werkt ook samen met de Friese Poort en het Alfa College. Doel daarvan is bijvoorbeeld het gezamenlijk vormgeven van leerafdelingen in een zorginstelling. Ook het gegeven dat alle opleidingen te maken hebben met vraagstukken op het gebied van ICT en zorg, e-learning, technische zorglabs en dergelijke is een reden tot samenwerking. Meer en meer is er een bewustzijn bij opleidingen om vanuit een gezamenlijk belang de krachten te bundelen, in plaats van te focussen op eventuele belemmeringen vanuit het concurrentieperspectief. De directeur van HC is secretaris bij de Regiocampus Meppel.

Sinds 2015 is er een innovatieve samenwerking binnen het Zorg Trainings Centrum Zwolle, de uitkomst van een succesvolle aanvraag van Landstede bij het Regionaal Investeringsfonds. Het ZTC kent drie labs: een wijklab, een zorg-ict lab en een zorg-ethisch lab. De HBO-V van Hogeschool Viaa is kartrekker voor het zorg-etisch lab. Een aantal docenten participeert in deze werkgroep, daarnaast is een docent-onderzoeker verantwoordelijk voor de onderzoekspoot van het ZTC en participeert een docent-onderzoeker in de onderwijskundige groep van het ZTC. Tevens is een docent van de HBO-V trainer in het zorg-ethisch lab. Viaa wordt gezien als expert en is een gewaardeerd partner vanwege de inbreng van expertise rondom ethische en zingevingsvraagstukken, maar ook vanwege het altijd oog hebben voor de samenwerkingsrelatie en de dialoog in het krachtenveld van verschillende belangen uit onderwijs- en zorginstellingen.

De samenwerking met de academie Gezondheidszorg van Hogeschool Windesheim heeft zich verder versterkt. Zo hebben beide HBO-V-opleidingen in het kader van BN2020 een gezamenlijke klankbordgroep met werkveldleden ingesteld. Viaa is sinds 2016 partner in ProMemo, een expertisecentrum voor dementie.  In de samenwerking met Windesheim wordt meer en meer gezocht naar intensivering van samenwerking in de regio en het samen aanpakken van vraagstukken. Dit wordt door het werkveld positief gewaardeerd.

Samenwerking

De academie onderhoudt op actieve wijze, landelijk en regionaal, contacten met de verschillende velden in de gezondheidszorg. Deels is dat om ontwikkelingen in het werkveld te volgen en ter valorisatie mee terug te nemen in de drie domeinen van de academie, deels om het leveren van input aan het werkveld zelf. Deze samenwerking is hierboven beschreven bij de onderdelen relaties met het werkveld en relaties met andere opleidingen.

De academie heeft vanuit de opleiding Verpleegkunde internationale samenwerking in verband met stages in Ghana, VS, Suriname, Malawi, Peru. In 2018 zijn in totaal 15 studenten naar enkele van deze landen gegaan voor een internationale stage in een zorginstelling. Daarnaast heeft de opleiding stageplaatsen in zorginstellingen in Bonn, Oostende en Bern. In 2018 zijn daar 8 studenten geweest. Tevens hebben 31 studenten de minor Transcultural Nursing van Viaa gevolgd, terwijl ze in het buitenland een project daarmee vorm gaven. De projecten hebben gedraaid in Suriname, Israël, Malawi en Ghana, Peru, Nepal en Cambodja.

Via een Erasmus agreement werkt de academie samen met Univerities of Applied Sciences Diakonhjemmet in Oslo, Noorwegen en met het Diakonhjemmet in Helsinki, Finland. Een vergelijkbare samenwerking met Diakonhjemmet in Denemarken wordt verkend. Er is samenwerking voor docentuitwisseling, gezamenlijk onderzoek en stagemogelijkheden.
Daarnaast is er een uitwisselingsprogramma met het Dordt College in Iowa in de Verenigde Staten.
Herhaaldelijk is er in de afgelopen jaren  uitwisseling van docenten geweest met Oslo en Helsinki. De contacten met Oslo en Helsinki worden ervaren als waardevol. Onderwerpen die centraal staan bij de uitwisseling, waarbij buitenlandse partners graag bij HC op bezoek komen, zijn:

  • visie op onderwijs;
  • kwaliteit van onderwijs en studentbegeleiding;
  • probleemgestuurd onderwijs;
  • onderwijs vanuit een verpleegkundige theorie.

Kwaliteitszorg

De opleiding HBO-V is geaccrediteerd op alle standaarden van de NVAO en heeft als totaal oordeel een ‘goed’ ontvangen. De opleiding HBO-V scoort bovengemiddeld in de Keuzegids, de Elsevier, de Nationale Studenten Enquête en bij de accreditatie van de NVAO. In de uitkomsten van die scores zijn ervaringen en bevindingen vanuit werkveld, alumni en andere afnemers meegenomen. Mede daarom mag de HBO-V zich al vijf jaar op rij de beste bachelor Verpleegkunde opleiding van het land noemen en het kwaliteitszegel ‘Topopleiding' voeren.

Deze waardering blijkt ook uit hoe studenten de HBO-V van Hogeschool Viaa beoordelen in de Nationale Studenten Enquête. De score op de NSE-vraag of de studenten de opleiding zouden aanbevelen bij anderen is zeer hoog: 4,62. Ruim 92 procent beantwoordt deze vraag positief. Deze uitkomst zegt veel over de waardering voor de opleiding HBO-V. De gemiddelde HBO-V-score ligt boven het mooie Viaa-gemiddelde van 4,47.

De gemiddelde academiescore is dit jaar iets gezakt ten opzichte van vorig jaar naar 4,24 (2017: 4,25). Het is nog steeds boven het gemiddelde voor de totale hogeschool (Viaa: 4,12).

Gemiddeld over voltijd en deeltijd scoort de HBO-V bij alle rubrieken voldoende.
De meeste rubrieken scoren bij de HBO-V hoger dan het Viaa-gemiddelde. Er zijn slechts 3 rubrieken die iets lager scoren, namelijk: Voorbereiding beroepsloopbaan (HBO-V: 4,02, Viaa: 4,13), Studierooster (HBO-V: 3,80, Viaa: 3,86) en Stage ervaring (HBO-V: 4,05, Viaa: 4,13). Dit zijn dezelfde 3 rubrieken die de afgelopen jaren ook onder het hogeschoolgemiddelde scoorden.
De rubriek die negatief opvalt is Stage en Opleiding, hier is de themascore gedaald van 3,71 naar 3,59. Dit wordt veroorzaakt doordat de waardering voor voltijd nu onvoldoende is (2018: 3,48; 2017: 3,68), deeltijd is juist gestegen (2018: 4,08; 2017: 3,85).

Bij de voltijdopleiding scoren de meeste thema’s slechts een fractie hoger of lager dan vorig jaar. Het grootste positieve verschil zien we bij de rubriek Groepsgrootte. De waardering voor dit thema is gestegen van 4,28 in 2017 naar 4,48 nu. Het grootste negatieve verschil is te vinden bij het thema Stage en opleiding: 3,68 in 2017, 3,48 in 2018.
Totaal halen bij voltijd 7 van de 17 thema’s een zeer sterke score, 6 keer wordt sterk gescoord. Bij 3 thema’s (Toetsing – Beoordeling, Informatievoorziening en Kwaliteitszorg) wordt een ruime voldoende gehaald, Stage en Opleiding haalt nu net een onvoldoende.

Bij deeltijd is er dit jaar voor 10 van de 17 thema’s een zeer sterke score en worden 5 thema’s als sterk gewaardeerd. Er zijn 2 thema’s die een ruime voldoende halen, namelijk Studierooster en Studielast.
Bij Wetenschappelijke vaardigheden (2018: 3,80; 2017: 4,22) en Groepsgrootte (2018: 4,07; 2017: 4,30) zien we de grootste daling, bij de thema’s Stage en opleiding (2018: 4,08 ;2017: 3,85) en vooral Internationalisering (2018: 3,86; 2017: 3,46) is een mooie stijging te zien.

De huidige POH-opleiding is in 2017 opnieuw positief geaccrediteerd door de Accreditatiecommissie Kwaliteitsregister Verpleegkundigen en Verzorgenden.

In de kwaliteitszorg wordt per onderdeel geëvalueerd met de studenten conform de PDCA-cyclus van de academie Health Care (afgeleid van het Viaa handboek Kwaliteitszorg). De uitkomsten hiervan worden beoordeeld door de kwaliteitscommissie en gedeeld met docenten en managementteam. Daarnaast vullen studenten jaarlijks de Nationale Studenten Enquête in. In de NSE scoort de HBO-V bovengemiddeld. De uitkomsten van de NSE worden gedeeld met het team en de opleidingscommissie. Aandachtspunten worden besproken en indien relevant worden verbeteringen ingevoerd en door de directeur aan alle studenten in de opleiding gecommuniceerd. De samenwerking met de opleidingscommissie is constructief en levert een gedegen bijdrage in de adviesvorming.

Academie Social Work & Theologie

Binnen de academie Social Work & Theologie willen de opleidingen Social Work (SPH, MWD), GPW en GL de studenten opleiden tot professionals ‘uit één stuk’ die in staat zijn personen tot hun recht te laten komen als mens en als burger. Ons doel is om mensen op te leiden tot bezielde professionals die op een innoverende, onderzoekende en creatieve manier kunnen aansluiten bij datgene wat in de samenleving leeft.

NSE algemeen

In de Nationale Studenten Enquête 2018 zijn mooie resultaten te zien voor alle opleidingen. Op een 5-puntsschaal scoren de afzonderlijke opleidingen op het item ‘studie algemeen’ een 4,05 (MWD), 4,24 (SPH) en 4,10 (GPW/GL). Op de vraag of studenten de opleiding aan anderen zouden aanbevelen, zien we ook mooie scores: 4,39 (MWD), 4,39 (SPH) en 4,31 (GPW/GL). De eerste vraag is een belangrijke vraag in publicaties.

Verbeterbeleid

De verbeterplannen ten aanzien van het onderwijs worden in de curriculumcommissie besproken. Voor 1 maart wordt besloten welke veranderingen wanneer doorgevoerd worden in verband met het verdelen van de taken voor het volgende studiejaar. Verschillende bronnen leveren hier input voor:

  1. trends en ontwikkelingen;
  2. verbetervoorstellen vanuit de examinatoren en de kerngroepen;
  3. de kwaliteitscommissie (kwaliteitsgegevens van onder andere NSE en MTO);
  4. de toets commissie.

Door deze handelswijze worden alle partijen betrokken bij kwaliteitsverbetering, wat de kwaliteitscultuur bevordert. Studenten worden betrokken door actief deel te nemen aan evaluaties, examinatoren en andere docenten op individueel niveau door het evalueren van onderwijseenheden. De kerngroepen en de docentengroepen per onderwijseenheid bespreken de analyses van de evaluaties en doen verbetervoorstellen aan de curriculumcommissie. De curriculumcommissie legt per jaar vast wat er aan verbeteringen uitgevoerd moet worden en aan welke projecten gewerkt wordt. De resultaten van het actieve verbeterbeleid komen terug in de jaarlijkse bijstelling van een aantal onderwijseenheden, de studiegidsen, het OER en het raster.

NSE totaal en betrokkenheid verbeteringen

Als er gekeken wordt naar de resultaten van de NSE, is te zien dat de totale scores op de meeste punten licht stijgen t.o.v. het afgelopen jaar.

Tabel 13: NSE-scores Academie Social Work & Theologie

Tabel 13: NSE-scores Academie Social Work & Theologie
  Ac. SW&Th 2018 Ac. SW&Th 2017
Je studie in het algemeen 4,04 4,14
De inhoud van de opleiding 3,97 3,97
De verworven algemene vaardigheden binnen je opleiding 4,08 4,01
De verworven wetenschappelijke vaardigheden/praktijkgericht onderzoek binnen je opleiding 3,80 3,92
De voorbereiding op de beroepsloopbaan 3,98 3,98
De docenten van de opleiding 4,09 4,06
De informatie vanuit je opleiding 3,80 3,73
De studiefaciliteiten van je opleiding 3,82 3,82
Toetsing en beoordeling (bijvoorbeeld criteria van beoordeling en vorm van toetsing) 3,68 3,73
De studieroosters 3,81 3,69
De studielast 3,69 3,63
De studiebegeleiding 4,08 4,03
De algemene sfeer op je opleiding 4,53 4,52
De mate waarin je betrokken wordt bij de verbetering van je opleiding 4,08 4,16
De groepsgrootte 4,49 4,46
Het uitdagend karakter van de opleiding 3,98 3,97
De aandacht voor internationalisering 3,90 4,00

Nieuw curriculum

Ook in 2018 is met veel elan gewerkt aan het derde jaar van het nieuwe curriculum. Ook zijn er bijstellingen gedaan ten aanzien van het eerste en tweede jaar. De curricula van de opleidingen SPH, MWD, GPW en GL worden drastisch herzien. Dit is om minimaal twee belangrijke redenen nodig:

  1. In de samenleving zien we een verschuiving van een verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving, waarbij de focus van de hulpverlener en godsdienst-pastoraal werker meer komt te liggen op ‘zorgen dat’ in plaats van ‘zorgen voor’. Dit vraagt om een inhoudelijke herziening van de opleidingen.
  2. Vanuit het Strategisch Plan 2013-2016, het nieuwe Strategisch Plan en de Prestatieafspraken is de ambitie geformuleerd dat de opleidingen SPH, MWD, GPW en GL zoeken naar samenwerking waar dat mogelijk is. Het vernieuwde curriculum is voor een groot deel gelijk voor elke opleiding, tegelijkertijd blijft de eigenheid van de opleidingen zichtbaar en merkbaar.

Invoering profielen SW

Een aantal ontwikkelingen heeft ertoe geleid dat begin 2016 besloten is om de opleidingen SPH en MWD verder te laten gaan als opleiding Social Work; dat is gerealiseerd met ingang van september 2017.
In september 2018 zijn de drie basisprofielen binnen Social Work (jeugd, welzijn & samenleving en zorg) ingevoerd.

Studium Generale: Radar

Voorheen speelde het Studium Generale een belangrijke rol in de vorming van studenten op het snijvlak van levensovertuiging, identiteit, cultuur en samenleving. Recent is besloten om dit type vorming volledig te integreren in de opleidingen (naar aanleiding van meerdere jaren evalueren). We vinden het belangrijk te waarborgen dat genoemde vorming niet ‘verdampt’, maar aantoonbaar en blijvend een plaats heeft in de curricula.
Om dat te bewerkstelligen is in 2016 een Radar ontwikkeld in de vorm van een vragenlijst. Die brengt in beeld hoe de opleidingen werken aan bovengenoemde vorming. Stel je een student voor die de opleiding doorloopt: naar welke kanten leert hij of zij te kijken?

  1. Noord - Om je heen kijken: wat zijn karakteristieken van onze leefwereld en hoe zijn die te waarderen?
  2. Oost - Naar voren kijken: wat zijn kansen en bedreigingen voor de toekomst?
  3. Zuid - Naar bronnen kijken: wat drijft en bezielt ons, wat drijft en bezielt jou?
  4. West - Achterom kijken: wat is de waarde en impact van de (westerse) traditie(s)?

Begin 2017 is een eerste analyse gemaakt binnen de academie hoe deze onderdelen terugkomen in het onderwijs. Gezien alle curriculumvernieuwingen van de verschillende opleidingen zal in 2019 een nieuwe analyse plaatvinden.

Naast deze analyse worden in elke opleiding 2 credits besteed aan Studium Generale, in aansluiting op deze Radar. Hiervoor is een nieuw gezamenlijk programma ontwikkeld dat per september 2018 ingevoerd is. Dit programma draagt bij aan de persoonlijke ontwikkeling van studenten. De studenten doen (vanuit eigen passie/ambitie) ervaring en kennis op, waardoor ze vaardiger worden in het aangaan en onderhouden van netwerken buiten de opleidingscontext.

Master Interprofessioneel werken met Jeugd

In 2018 is door een interprofessioneel team vanuit de verschillende opleidingen van Viaa en vanuit de Campus Kind en Educatie hard gewerkt aan de nieuwe Master Interprofessioneel werken met Jeugd (MIJ). Eind september heeft de minister besloten dat dit als een bekostigde master aangeboden mag worden. In het voorjaar van 2019 zal de NVAO op bezoek komen voor de accreditatie (Toets Nieuwe Opleiding), zodat we in september 2019 hopen te starten.

Associate Degree

Per 1 september 2016 zijn we gestart met de Assiociate Degree Pedagogisch Professional Kind & Educatie in samenwerking met de Katholieke Pabo Zwolle, Landstede, Landstede Kinderopvang en Menso Alting. KPZ is penvoerder van deze nieuwe opleiding. In 2018 zijn de eerste 38 studenten afgestudeerd en zijn ongeveer 90 studenten begonnen in het eerste jaar. Verschillende docenten van onze academie, alsook van de Educatieve Academie, geven les in deze opleiding.

Onderzoek

Lectoraat Samenlevingsvraagstukken
Binnen de opleiding Social Work (SPH en MWD) is er een grote mate van integratie van onderwijs en onderzoek. De onderzoekers die werken bij het lectoraat Samenlevingsvraagstukken zijn toegewezen aan een van de kerngroepen en één van de onderzoekers is lid van de curriculumcommissie. Alle onderzoekers geven les bij minimaal één van de opleidingen binnen de academie. Dit zijn inhoudelijke lessen naar aanleiding van onderzoeken, zoals netwerkmethoden en de minor Kracht van de Samenleving. Ook verzorgen de onderzoekers lessen binnen de lijn praktijk en innovatie. Daarnaast begeleiden zij onderzoeksprojecten. Het lectoraat is regelmatig opdrachtgever van onderzoeksprojecten.

In 2018 hebben meerdere docenten geparticipeerd in activiteiten van het lectoraat, bijvoorbeeld binnen de Werkplaats Sociaal Domein, die sinds 1 januari 2014 toegewezen is aan het lectoraat. Binnen de onderzoekslijnen van het lectoraat werken onderzoekers, docenten, studenten en het werkveld intensief samen. Zo zijn er wijkteams begeleid door meerdere docenten en onderzoekers.

Binnen het lectoraat wordt gewerkt aan drie onderzoekslijnen, te weten:

  • netwerkondersteuning;
  • lokaal samenspel;
  • verbinding onderwijs en jeugdhulp.

Voor meer informatie over de onderzoeksprojecten verwijzen wij naar het jaarverslag van het lectoraat en van het Kenniscentrum (www.viaa.nl/onderzoek).

Praktijkcentrum
Het Praktijkcentrum voor Theologie (gestart in januari 2014) is een onderzoek- en adviesorganisatie. Deze is ontstaan uit een samenwerking tussen de Theologische Universiteit Kampen, de Gereformeerde Hogeschool (Viaa) en het Centrum-G, een toerustingsdeputaatschap van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (dat overigens is beëindigd met de komst van het Praktijkcentrum). Er is een krachtige samenwerking tussen het Praktijkcentrum en de opleidingen GPW en GL. Een aantal docenten is gedetacheerd naar het Praktijkcentrum; naast onderzoek en advisering voor het centrum geven zij lessen binnen de opleiding. Op deze wijze vindt er een snelle vertaling plaats van onderzoek naar onderwijs. De praktijkgerichte afstudeeronderzoeken moeten passen binnen de onderzoekslijnen van de academie. Om dat te bereiken is de inhoudelijke koers van het Praktijkcentrum afgestemd op de strategie van de academie. Ook de kwaliteitseisen die door de VKO gesteld worden aan onderzoek zijn vertaald naar het Praktijkcentrum. Bij het vaststellen van het beleid van onderwijs en/of onderzoek zijn de opleidingen, het lectoraat en het Praktijkcentrum betrokken. Meer informatie kunt u vinden op de website
www.praktijkcentrum.org.

Kennisdienstverlening

Kennisdienstverlening voor de opleidingen SPH en MWD vindt in bijna alle gevallen plaats in combinatie met onderzoeksactiviteiten vanuit het lectoraat Samenlevingsvraagstukken, bijvoorbeeld de training Netwerkondersteuning aan wijkteams in Zwolle. De adviesdienstverlening van GPW en GL is ondergebracht in het Praktijkcentrum.

Relatie met het werkveld

Er zijn binnen de academie drie werkveldcommissies actief: SW, GPW en GL (bij de laatste twee wordt een gezamenlijk moment gepland, waarbij een deel algemeen is en een deel specifiek). Twee keer per jaar is er een vergadering met de werkvelden waarbij trends en ontwikkelingen in het werkveld besproken worden. Daarnaast worden specifieke vragen vanuit de opleiding aan de commissie voorgelegd om te verifiëren of de ontwikkelingen binnen de opleiding aansluiten bij de vragen, behoeften en kennis van het werkveld. Naast contacten met andere opleidingen (intern en extern) heeft de Academie Social Work & Theologie ook veel contacten met het werkveld, vanuit de kerngroepen over de inhoud van het curriculum, over gastlessen, stages en (afstudeer)onderzoeken. Vanuit het lectoraat zijn er veel contacten met het werkveld, die nadrukkelijk tot stand komen in de drie onderzoekslijnen van de Wmo-werkplaats. Dit zijn met name regionale contacten. Door gezamenlijke participatie van werkveld/onderwijs/onderzoek wordt kennisuitwisseling gewaarborgd.

Met betrekking tot de regionale arbeidsmarkt neemt de academie ook deel aan het regionale werkgeversoverleg met Werkgeversvereniging Oost-Nederland (WGV Oost).

Relatie met andere opleidingen

De opleidingen van de Academie Social Work & Theologie hebben binnen de hogeschool contact met de andere opleidingen op verschillende terreinen. Dit is de laatste jaren geïntensiveerd. Inhoudelijk ten aanzien van het onderwijs, bijvoorbeeld door het aanbieden van de domein overstijgende minor ‘samenwerken in het brede jeugddomein’, is gewerkt aan het gezamenlijk vormgeven van andere minors samen met de HBO-V. Ook is er samenwerking met de andere opleidingen op de gebieden van examencommissies, toetsing en kwaliteitszorg en inzet van personeel.

Samenwerking

Buiten de hogeschool is er contact met andere hogescholen, onder andere door deelname aan het Landelijk Opleidings Overleg van de verschillende opleidingen, de sectorraad en collegiale overleggen met bijvoorbeeld KPZ, Windesheim, Christelijke Hogeschool Ede en verschillende ROC’s, zoals Landstede en Menso Alting (onder andere ontwikkeling Campus Kind & Educatie). Vanuit de opleidingen GPW en GL zijn er contacten met de Theologische Universiteiten van Apeldoorn en Kampen, onder andere in de samenwerking binnen AKZ+. Met Hogeschool Windesheim is er samenwerking met betrekking tot de examencommissie. Vanuit de Wmo-werkplaats is er samenwerking met Windesheim en de Universiteit van Humanistiek. Ook participeert de academie in het Zwols Vierkant (Landstede, Deltion, Windesheim en Hogeschool Viaa) over de aansluiting mbo-hbo. Een ander mooi voorbeeld is de samenwerking binnen de programmaraad van de gemeente Zwolle, waarin we samenwerken met de gemeente, Windesheim, Deltion en Landstede.
Ook werken de Academie Social Work & Theologie samen in de Campus Kind & Educatie, een samenwerking van de KPZ, Landstede, Menso Alting, Landstede Kinderopvang en Hogeschool Viaa. De AD Pedagogisch Professional wordt bijvoorbeeld aangeboden vanuit deze samenwerking.

MTO

In het najaar van 2018 is het MTO afgenomen onder de medewerkers. De medewerkers geven een gemiddelde score van 7,4 ten opzichte van een 7,2 in 2016. Op bijna alle onderdelen wordt hoger gescoord dan in de vorige MTO. Alleen de onderdelen werkdruk en arbeidsvoorwaarden scoren lager. Opvallende stijgers zijn de onderdelen College van bestuur/beleidsoverleg en de Medezeggenschapsraad die beide met meer dan een punt stijgen. In het begin van 2018 worden de resultaten met het team besproken en wordt met het team bepaald welke verbeteracties er ingezet worden.

Kwaliteitszorg

In de Academie Social Work & Theologie is een kwaliteitscommissie actief. De commissie bestaat uit een voorzitter (onderwijskundige), vertegenwoordigers van de verschillende opleidingen, de academiedirecteur en een medewerker van de afdeling Kwaliteitszorg van Hogeschool Viaa. Het kwaliteitszorgsysteem is vastgelegd in het Kwaliteitshandboek Social Work & Theologie. De kwaliteitscommissie staat in verbinding met de examen- en toetscommissie, bijvoorbeeld in verband met het borgen van de kwaliteit van toetsing.

Binnen de kwaliteitscommissie is er in 2018 opnieuw gekeken naar de PDCA-cyclus in verband met de invoering van de nieuwe structuur. Die is aangescherpt waar nodig was. Alle medewerkers van de opleiding zijn gedreven en spannen zich ruim voldoende in om kwaliteit te leveren. Er heerst een echte kwaliteitscultuur.