Huisvesting
Hogeschool Viaa heeft de afgelopen jaren intensief gewerkt aan verduurzaming van haar huisvesting. Begin 2023 werd met de verbouw van de Annex, de nieuwe uitgifteruimte voor de catering, met succes de laatste fase van dit proces voltooid. Deze verduurzamingsopgave heeft uiteindelijk geresulteerd in een energielabel A+++. Hiermee is, kijkend naar de onderwijsinstellingen in Nederland, Hogeschool Viaa een voorloper op het gebied van duurzaamheid.
Na de verduurzamingsopgave is in 2024 besloten om (onder voorbehoud van de beschikbare financiële middelen) de werk- en onderwijsruimten gefaseerd te gaan renoveren. De eerste stap die daarbij gezet is, is het beëindigen van de extern gehuurde kantoorruimten in Weezenlandstaete vanaf eind april 2025 en de medewerkers te integreren in de huidige leer-/ werkomgeving van het hoofdgebouw. Doelstelling die hierbij ten grondslag ligt is het creëren van meer verbinding tussen studenten en medewerkers, het realiseren van een efficiënt ruimtegebruik, en het vergroten van de flexibiliteit van het gebouw. Een deel van de medewerkers heeft haar nieuwe werkplek inmiddels gevonden op de C2 vleugel van het hoofdgebouw. Door het verbouwen van de H2 vleugel krijgen de overige medewerkers vanaf mei 2025 eveneens een nieuwe flexibele werkplek in het hoofdgebouw.
Om een verdere kwalitatieve impuls te geven aan de inbouw/ inrichting van het gebouw wordt in de periode na mei 2025 de haalbaarheid onderzocht van maatregelen die de kwaliteit en beleving van het gebouw verder vergoten.
ICT
In 2024 heeft Hogeschool Viaa belangrijke stappen gezet op het gebied van ICT, gericht op optimalisatie en veiligheid. De focus lag op de implementatie en verbetering van systemen en processen die essentieel zijn voor een efficiënte en veilige digitale werkomgeving. Hieronder lichten we de belangrijkste gerealiseerde thema’s toe.
Implementatie Onderwijs Logistiek Systeem
Een van de grote mijlpalen was de succesvolle implementatie van Xedule, een geavanceerd rooster- en planningssysteem. Dit systeem zorgt voor een efficiëntere planning van lessen, docenten en ruimtes, waardoor zowel studenten als medewerkers beter inzicht hebben in hun rooster en planning. Ook wordt de fysieke ruimte efficiënter ingezet ten bate van leren en werken. De overgang naar Xedule heeft gezorgd voor een flexibeler en toekomstbestendig onderwijslogistiek proces.
Verbeterd Beheer van de digitale werkplek
Om het beheer en de beveiliging van mobiele apparaten zoals laptops verder te optimaliseren, is gestart met de implementatie van Mobile Device Management (MDM) via Microsoft Intune. Hierdoor kunnen devices centraal beheerd en beveiligd worden, wat bijdraagt aan een veiliger en efficiënter IT-landschap. Dit maakt het mogelijk om apparaten snel en eenvoudig van de juiste configuraties en applicaties te voorzien. Dit project wordt opgeleverd in Q1 2025.
Optimalisatie Osiris
Binnen het studentinformatiesysteem Osiris zijn diverse optimalisaties doorgevoerd om de gebruiksvriendelijkheid en efficiëntie te verbeteren. Er zijn securityrichtlijnen toegepast en verschillende procesoptimalisaties geïmplementeerd om de meerwaarde van Osiris als onderwijsondersteunend systeem verder te versterken.
IT-beheer
Het versterken van IT-beheerprocessen was een belangrijk speerpunt in 2024. Door de implementatie van ITIL-processen en verbeterd operationeel beheer is de efficiëntie in de afhandeling en voorkoming van IT-incidenten en serviceverzoeken verhoogd. Het incidentmanagementproces is verder geprofessionaliseerd, waardoor problemen sneller en structureler worden opgelost, met minimale verstoring van het onderwijsproces. Dit levert ook een positieve bijdrage aan het bereiken van een hoger volwassenheidsniveau op het vlak van Informatiebeveiliging.
IT-Governance
Om strategische en operationele IT-besluitvorming verder te structureren, is gestart met de uitwerking van een IT-Governance model zodat de IT-Strategie goed en beter uitgelijnd kan worden met de organisatiestrategie. Dit draagt bij aan een toekomstbestendige IT-strategie die de onderwijsdoelen ondersteunt. Hierdoor kan er beter en gerichter worden geïnvesteerd in de digitale werk- en leeromgeving en draagt ICT beter bij aan ontwikkeling en innovatie van onderwijs zoals ze die voor ogen heeft.
SOC/SIEM
In het kader van cybersecurity is in 2024 verdere stappen gezet in de implementatie van een Security Operations Center (SOC) en Security Information and Event Management (SIEM). Dit heeft geleid tot een proactievere benadering van digitale dreigingen en een verbeterde monitoring van de IT-infrastructuur. Dankzij deze systemen kunnen potentiële beveiligingsincidenten sneller gedetecteerd en aangepakt worden.
Conclusie
Met deze gerealiseerde verbeteringen en innovaties heeft de hogeschool in 2024 een solide basis gelegd voor verdere ontwikkeling van de digitale leer- en werkomgeving en beveiliging. De implementatie en optimalisatie van ICT-processen dragen bij aan een efficiënte, veilige en toekomstbestendige onderwijsomgeving voor studenten en medewerkers.
Cybersecurity
Inleiding
In dit jaarverslag presenteren wij de status van de cyberweerbaarheid van Hogeschool Viaa, zoals vereist door de branchecodes voor goed bestuur. Dit verslag is opgesteld op basis van de Handreiking Verantwoording Cybersecurity in Jaarverslagen en omvat de bevindingen uit het Cyberdreigingsbeeld mei 2024 en de auditresultaten van EY van maart 2024. Het biedt een overzicht van de belangrijkste cybersecurityrisico's, de getroffen maatregelen, en de mate van volwassenheid op het gebied van informatiebeveiliging. Ook worden aanbevelingen gedaan om de cyberweerbaarheid verder te verhogen, in lijn met de benchmarking van andere instellingen in de sector.
Cybersecurityrisico's 2024
In 2024 heeft Hogeschool Viaa te maken gehad met een aantal significante cybersecuritydreigingen. De 7 meest relevante risico’s zoals geïdentificeerd in het Cyberdreigingsbeeld 2024, waren:
- Verkrijging en openbaarmaking van informatie: SURFsoc-SIEM is een belangrijke aanvulling op de bescherming van informatie.
- Identiteitsfraude: De risico-inschatting voor Hogeschool Viaa ligt lager dan het landelijk gemiddelde omdat ons onderzoek minder relevant is voor statelijke actoren.
- Verstoring ict: De onderwijssector blijft een belangrijk doelwit voor ransomware-aanvallen. Ondanks een toename van dergelijke dreigingen, hebben de preventieve maatregelen bij Hogeschool Viaa de impact beperkt kunnen houden.
- Spionage bij onderzoek: De risico-inschatting voor Hogeschool Viaa ligt lager dan het landelijk gemiddelde omdat ons onderzoek minder relevant is voor statelijke actoren.
- Ketenafhankelijkheid: de risico-inschatting is hoog bij alle instellingen en dus ook voor Hogeschool Viaa.
- Capaciteitstekort: Hogeschool Viaa heeft in het afgelopen jaar voldoende mensen kunnen aannemen om goede voortgang te boeken op het implementeren van verbeteringen.
- Awareness: Er is een verhoogd bewustzijn wenselijk, aangezien succesvolle aanvallen grote verstoringen zouden veroorzaken in het onderwijs- en onderzoeksproces.
Naast de 7 meest relevante dreigingen is het nuttig om phishing expliciet te benoemen.
- Phishing blijft daarnaast een belangrijke dreiging, zoals ook genoemd in het dreigingsbeeld. Gedurende het jaar hebben we een toename van phishing-incidenten gezien. Door verplichte training en daarnaast ook door de mailbeveiligingsmaatregelen van Microsoft te gebruiken, denken we de kans op een succesvolle phishing te verminderen.
Risicobereidheid
Hogeschool Viaa handhaaft een gebalanceerde risicobereidheid op het gebied van cybersecurity. Hoewel wij streven naar een open en toegankelijke leeromgeving, zijn wij ons bewust van de veiligheidsrisico's die hieraan verbonden zijn. De belangrijkste maatregelen die we in 2024 hebben genomen, zijn onder andere:
- Aanschaf en implementatie van SURFsoc-SIEM.
- Het interne ITIL proces opnieuw bekeken en verbetervoorstellen gedaan en uitgevoerd.
- Osiris (een kroonjuweel) d.m.v. een SPRINT verbeterd door normeringen uit het NBA op te volgen.
- HelloID is aangeschaft (IAM) en is ingepland met een geplande oplevering in Q2 2025.
- ERM (Enterprise Riskmanagement) is voorbereid en de start staat gepland in Q1 2025.
- De risicobereidheid van Viaa wordt behandeld het proces: Risk management.
- Nadat het proces Risicobeheer is afgerond zal Bedrijfscontinuïteitsbeheer prioriteit krijgen.
Impact van cybersecurity risico's
Het grootste risico voor de instelling is een succesvolle ransomware-aanval waarbij de systemen van Hogeschool Viaa stil komen te liggen en herstel significante financiële en operationele middelen zou vereisen.
Op langere termijn zijn de risico’s aanzienlijk door vendor lock-in en als gevolg van geopolitieke ontwikkelingen: gebrek aan cloudsoevereiniteit.
Analyse EY-audit 2024
In 2024 heeft Hogeschool Viaa deelgenomen aan de SURFaudit, met externe audit door EY. De resultaten tonen dat de instelling gemiddeld een volwassenheidsniveau van 2.0 heeft behaald.
Verbeteringen in risicomanagement
In lijn met de auditresultaten heeft Hogeschool Viaa stappen ondernomen om het risicomanagement te verbeteren. Viaa is bezig om het op een gestructureerde manier ERM te implementeren.
Door het organisatiebreed te implementeren zal er gerichter kunnen worden bepaald waar de kansen en bedreigingen liggen voor Hogeschool Viaa. Ook geeft ERM handvatten waardoor Hogeschool Viaa afgewogen kan bepalen waar de prioriteit ligt.
Aanbevelingen uit de audit
Op basis van de bevindingen uit de audit en de benchmarking met andere instellingen, worden de volgende aanbevelingen gedaan:
- Verhoging van het volwassenheidsniveau op identiteitsbeheer: Door het verbeteren van toegangscontrolesystemen en de implementatie van geautomatiseerde toegangsaudits kan het volwassenheidsniveau van dit domein worden verhoogd.
- Verhoging van de beveiligingsbewustwording bij personeel: Er is een grotere focus nodig op regelmatige training en certificering van medewerkers om de bewustwording en weerbaarheid te vergroten.
- Verbetering van gegevensbeheer: Het opstellen van duidelijke beleidslijnen voor het uitwisselen van gevoelige gegevens en een strengere controle op datastromen met externe partijen is noodzakelijk.
- De afdelingen HRM (Visma) en Financien (AllSolutions), zouden resources vrij moeten maken om aan de normen te voldoen zoals beschreven in het SURFaudit toetsingskader.
- Een laatste aanbeveling is het invullen van een Data Protection Officer, vallend onder de FG. Doordat een structurele invulling ontbreekt en lopen we de kans dat we onvoldoende zicht hebben op risico’s op het vlak van privacy
Financiële situatie
Tabel 1: Financiële positie
Alle bedragen x € 1.000
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Activa | |||||
| Vaste activa | |||||
| Materiële vaste activa | 13.499 | 14.891 | |||
| Vlottende activa | |||||
| Voorraden en onderhanden projecten | 166 | 29 | |||
| Vorderingen | 708 | 787 | |||
| Liquide middelen | 5.893 | 3.031 | |||
| Totaal activa | 20.266 | 18.738 | |||
| Passiva | |||||
| Eigen vermogen | 5.124 | 5.233 | |||
| Voorzieningen | 1.012 | 587 | |||
| Langlopende schulden | 6.005 | 6.610 | |||
| Kortlopende schulden | 8.125 | 6.308 | |||
| Totaal passiva | 20.266 | 18.738 |
De balanspositie van Hogeschool Viaa is in 2024 toegenomen ten opzichte van 2023, vooral door de toename in de liquide middelen. Deze toename is het gevolg door enerzijds beperkte investeringen in 2024 en anderzijds vooruitontvangen subsidies die (grotendeels) in 2025 en verdere jaren zullen worden besteed. Een voorbeeld hiervan is de subsidie Maatschappelijke Diensttijd (MDT) die per 01-01-2025 start en waarvoor in december 2024 een voorschot is verkregen van ruim €850.000. Het eigen vermogen is in 2024 echter gedaald, door het negatieve resultaat van €109.000. Doordat ook 2023 een jaar was met een negatief resultaat, is de solvabiliteit per 31-12-2024 onder de streefwaarde van 30%. We verwachten echter dat dit de komende jaren zal verbeteren, met de kanttekening dat de opgenomen taakstellingen in de meerjarenbegroting 2025-2029 worden behaald.
In 2024 is voor € 281.000 geïnvesteerd. Dit is fors lager dan hetgeen was begroot voor 2024 (€953.300). Hier is bewust in de tweede helft van 2024 op gestuurd, vanwege het feit het nieuwe kabinet aankomende bezuinigingen voor het Hoger Onderwijs had afgekondigd en de tussentijdse resultaten tegenvielen. Vooralsnog zijn deze investeringen uitgesteld en naar verwachting zullen deze grotendeels het komend jaar (2025) alsnog worden gedaan. We zien in onze liquiditeitspositie, ondanks de aankomende bezuinigingen in het Hoger Onderwijs, voldoende ruimte voor deze investeringen.
De toename van de voorzieningen betreft voornamelijk de voorziening werktijdvermindering senioren. Met name in Q3 en Q4 2024 is er meer interesse vanuit het personeel voor deze regeling. De overige voorzieningen zijn licht afgenomen.
Analyse van de uitkomsten van de exploitatie in relatie tot de begroting
In 2024 heeft Hogeschool Viaa een negatief resultaat gerealiseerd van afgerond € 109.000, waar een negatief resultaat van € 166.000 was begroot, een positieve afwijking van € 57.000. Het resultaat over 2024 wordt in belangrijke mate beïnvloed door enerzijds hogere baten, maar ook hogere lasten, waaronder met name personeelskosten tegenover staan.
De hogere baten betroffen voornamelijk de bijgestelde Rijksbijdragen, waarbij de effecten van de nieuwe cao in 2024-2025 en indexatie van (materiële) kosten zijn opgenomen. Hiernaast hebben we ook meer collegegelden ontvangen dan begroot, met name veroorzaakt doordat de halvering collegegeld er voor studiejaar 24/25 voor een groot deel uit loopt. De baten vanuit de derde geldstroom (werk in opdracht van derden) zijn echter lager dan hetgeen was begroot. Dit was te optimistisch begroot, net als voorgaande jaren. Enkele begrote projecten konden daarbij niet (tijdig) worden opgepakt doordat er niet voldoende formatie voor beschikbaar was. De overige baten zijn hoger dan begroot. Dit komt doordat er in 2024 personeel is gedetacheerd. Hiervoor was niks in de begroting opgenomen. Tevens waren zowel de verhuuropbrengsten als de opbrengsten uit de catering hoger dan begroot. Vanaf studiejaar 24/25 zijn de verkoopprijzen van de catering verhoogd.
De personeelskosten zijn fors hoger dan begroot. Dit is het gevolg van de nieuwe cao 2024-2025, meer inhuur van externen met name veroorzaakt door vertrek van enkele functionarissen in de eerste helft van 2024 en een forse dotatie aan de voorziening werktijdvermindering senioren. De huisvestingslasten zijn hoger dan begroot doordat de kosten van energieopwekkingsinstallatie zijn opgenomen in de lasten in plaats van activering. Tevens is hiervoor gecorrigeerd voor de jaren <2024, dit betrof zodoende een desinvestering met impact op de huisvestingslasten. De overige lasten zijn daarentegen flink lager dan begroot. Zichtbaar is dat hier op is gestuurd in 2024, met name nadat bekend werd dat er vanuit de rijksoverheid zal worden bezuinigd op het Hoger Onderwijs. De tegenvallende tussentijdse resultaten hebben hier ook aan bijgedragen. We zien onder andere minder uitgaven in advieskosten, hard- en software, marketing & communicatie en excursies, werkwerken en stages. Tevens was er een risicoreserve van €100.000 opgenomen in de begroting onder de overige lasten waar uiteindelijk in de realisatie niet op is geboekt. Tot slot was er in de begroting geen rekening gehouden met de rentebaten. Uiteindelijk heeft Viaa over 2024 afgerond €40.000 aan rentebaten ontvangen.
Grafiek 1: Afwijkingen realisatie 2024 t.o.v. begroting
Alle bedragen x € 1.000
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Afwijking | |
|---|---|
| Rijksbijdragen | € 1.125 |
| Collegegelden | € 113 |
| Baten werk in opdracht van derden | € -245 |
| Overige baten | € 43 |
| Personeelslasten | € -1.321 |
| Afschrijvingen | € 39 |
| Huisvestingslasten | € -283 |
| Overige lasten | € 548 |
| Financiële baten en lasten | € 39 |
De afwijkingen ten opzichte van de begroting 2024 betreffen vooral:
- hogere Rijksbijdragen door een hogere lumpsum als gevolg van loon- en prijscompensatie, compensatie materiële lasten;
- hogere opbrengsten collegegelden als gevolg van deels aflopen van de halvering collegegelden vanaf studiejaar 24/25;
- lagere baten werk in opdracht van derden, vanwege diverse wisselingen in de organisatie, achterstanden bij verschillende projecten, tevens zijn niet alle verwachtingen gerealiseerd. De begroting is te ambitieus geweest;
- hogere overige baten. Dit komt doordat er in 2024 personeel is gedetacheerd bij andere partijen. Hiervoor was niks begroot. Tevens waren zowel de verhuuropbrengsten als de opbrengsten uit de catering hoger dan begroot. Vanaf studiejaar 24/25 zijn de verkoopprijzen van de catering verhoogd;
- hogere personeelslasten als gevolg van hogere loonkosten vanwege de nieuwe CAO 2024-2025. Tevens heeft er een forse dotatie aan de voorziening werktijdvermindering senioren plaatsgevonden en is er meer personeel ingehuurd, doordat met name op enkele stafdiensten in de eerste helft van 2024 personeelsleden van baan zijn gewisseld;
- hogere huisvestingslasten doordat de lasten van de energieopwekkingsinstallatie in de kosten zijn opgenomen;
- de overige lasten zijn op totaalniveau onder begroting uitgekomen, op regelniveau zien we onder andere minder uitgaven in de advieskosten, hard- en software, marketing & communicatie en excursies, werkwerken en stages. Tevens was er een risicoreserve opgenomen in de begroting onder de overige lasten waar uiteindelijk in de realisatie niet op is geboekt.
- hogere rentebaten. Deze waren niet in de begroting opgenomen.
Investeringsbeleid
Het reguliere investeringsbeleid van Hogeschool Viaa is erop gericht om ieder jaar investeringen te doen niet groter of gelijk aan de omvang van de afschrijvingen. Dit principe wordt ook toegepast voor de investeringsruimte in meerjarenperspectief. In de afgelopen jaren zijn de investeringen echter fors groter geweest, vanwege de grote projecten in deze jaren. Het huidige niveau van afschrijvingen is hierdoor hoog, zodat naar verwachting de komende jaren de investeringen lager zullen zijn dan de afschrijvingen. Op termijn zal dit stabiliseren. In 2024 zijn de investeringen voor het eerst in jaren lager geweest dan begroot. Over een langere termijn wordt wel steeds het genoemde principe in het oog gehouden, zo ook in de meerjarenbegroting van 2025-2029. Per begrotingsjaar kan dit overigens wel afwijken afhankelijk van de fasering van bepaalde grote investeringen, bijvoorbeeld bij de aanschaf van grote partijen laptops.
In 2024 hebben de volgende investeringen plaatsgevonden:
Tabel 2: Investeringen 2024
| Omschrijving | Realisatie 2024 | Begroting 2024 | Verschil | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gebouwen en terreinen | 55.000 | 260.500 | -205.500 | |||||||
| Hard- & software | 182.000 | 441.000 | -259.000 | |||||||
| Overige | 44.000 | 251.800 | -207.800 | |||||||
| Totaalsaldo | 281.000 | 953.300 | -672.300 |
Kasstromen en financiering
De kasstroom is ultimo 2024 met € 2.862.000 positief uitgekomen. Dit is met name veroorzaakt door de lage investeringen in 2024 en door verkregen voorschotten vanuit subsidies die nog niet zijn besteed. Onder andere de subsidie Maatschappelijke Diensttijd heeft hierop impact gehad met een voorschot van ruim €850.000 in december 2024.
Tabel 3: Kasstromen 2024
Alle bedragen x € 1.000
| 2024 | 2023 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Bedrijfsresultaat | 17 | -272 | |||
| Aanpassingen voor: Afschrijvingen en voorzieningen | 1944 | 1454 | |||
| Veranderingen in vlottende middelen | 1.759 | 53 | |||
| Kasstroom uit bedrijfsoperaties | 3.720 | 1.235 | |||
| Saldo financieringslasten | -126 | -162 | |||
| Kasstroom uit operationele activiteiten | 3.594 | 1.073 | |||
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | -128 | -859 | |||
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | -605 | -159 | |||
| Mutatie geldmiddelen | 2.862 | 55 |
Financiële instrumenten
Hogeschool Viaa maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten. Deze instrumenten zijn bedoeld om de risico’s voor de organisatie te verminderen, maar kunnen ook zelf de onderneming blootstellen aan markt- en/of kredietrisico’s. Dit betreft financiële instrumenten die zijn opgenomen in de balans. Hogeschool Viaa handelt niet in deze financiële derivaten en heeft procedures en gedragslijnen om de omvang van het kredietrisico bij elke tegenpartij of de markt te beperken.
Continuïteit
Toekomstparagraaf
De meerjarenbegroting 2025-2029 is begin 2025 vastgesteld door het college van bestuur, na instemming van de medezeggenschapsraad en goedkeuring door de raad van toezicht. In de eerste helft van 2025 zal er een scenario-analyse worden gemaakt met als uitgangspunt de begroting 2025-2029. Er is op moment van schrijven nog onzekerheid in hoeverre de voorgenomen bezuinigingen vanuit de Rijksoverheid van impact zullen zijn op St. Hogeschool Viaa. Derhalve zullen er diverse scenario's worden gemaakt, zodat er snel geacteerd kan worden als er meer duidelijk wordt wat de werkelijke impact zal zijn.
Tabel 4: Studenten en personeel meerjarenbegroting
| 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal studenten: | |||||||||||||
| Situatie op 1-10 van het jaar | 2.077 | 1.973 | 1.944 | 1.887 | 1.818 | 1.795 | |||||||
| Personele bezetting (in fte): | |||||||||||||
| Management/Directie | 12,1 | 11,5 | 11,2 | 10,8 | 11,1 | 11,1 | |||||||
| Onderwijzend personeel | 116,5 | 114,6 | 110,5 | 108,2 | 107,2 | 104,9 | |||||||
| Overige medewerkers | 69,6 | 68,7 | 65,1 | 63,9 | 63,0 | 61,8 | |||||||
| Totaal | 198,2 | 194,8 | 186,8 | 182,8 | 181,3 | 177,8 |
In dit meerjarenscenario zal het aantal studenten de komende jaren dalen, in tegenstelling tot het scenario geschetst in de voorgaande jaren. De demografische ontwikkelingen laten een verwachte terugloop in uitstroom uit het voorgezet onderwijs zien in de komende jaren. De verwachting vanuit OCW is dat deze daling de komende jaren sterker zal zijn en vervolgens licht dalend / stabiel zal zijn. De regio’s Noord en Oost zullen hoogstwaarschijnlijk de sterkte krimp kennen. Dit zijn de regio’s waar een groot deel van de studenten van Viaa vandaan komt. In onze prognose is mede aansluiting gezocht met de trend die OCW voorziet voor Viaa.
De instroom op 1 oktober 2024 is lager uitgekomen dan de gestelde doelen en was flink lager in vergelijk met de instroom per 1 oktober 2023. Het totaal aantal studenten is met 2.077 ook iets lager dan bij de vorige peildatum. De personele ontwikkeling volgt waar nodig de ontwikkeling van het aantal studenten, dit is ook op die manier verwerkt in de meerjarenbegroting van 2025-2029. Vanwege de verwachte daling in studentaantal is voor personele inzet rekening gehouden met het voorzienbare natuurlijk verloop. Dit is tot stand gekomen op basis van verwacht natuurlijk verloop, waaronder pensioneringen en het verlopen van tijdelijke uitbreidingen en tijdelijke contracten. Hierbij is rekening gehouden met eventuele noodzakelijke vervanging bij pensionering, of doorzetten van tijdelijke contracten / uitbreidingen, bij de voor de organisatie kritische functies en/of expertise.
Afhankelijk van resultaatontwikkeling en het aantallen van studenten kan de meerjarenbegroting worden bijgesteld.
Tabel 5: Exploitatieoverzicht meerjarenbegroting
Alle bedragen x € 1.000
| 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Baten | |||||||||||||
| Rijksbijdrage | 19.659 | 19.837 | 18.953 | 17.650 | 17.640 | 17.384 | |||||||
| Collegegelden | 4.364 | 4.802 | 4.769 | 4.672 | 4.515 | 4.376 | |||||||
| Baten werk in opdracht van derden | 2.152 | 2.204 | 1.989 | 2.003 | 1.993 | 2.038 | |||||||
| Overige baten | 228 | 242 | 211 | 209 | 209 | 204 | |||||||
| Totaal Baten | 26.403 | 27.085 | 25.922 | 24.534 | 24.357 | 24.002 | |||||||
| Lasten | |||||||||||||
| Personeelskosten | 20.968 | 20.568 | 19.966 | 19.740 | 19.633 | 19.327 | |||||||
| Afschrijvingen | 1.519 | 1.580 | 1.576 | 1.545 | 1.553 | 1.583 | |||||||
| Huisvestingskosten | 1.314 | 931 | 842 | 848 | 864 | 865 | |||||||
| Overige lasten | 2.585 | 3.320 | 3.185 | 3.197 | 3.252 | 3.221 | |||||||
| Totaal lasten | 26.386 | 26.398 | 25.568 | 25.330 | 25.302 | 24.996 | |||||||
| Saldo Baten en Lasten | 17 | 687 | 354 | -797 | -945 | -994 | |||||||
| Saldo Financiële bedrijfsvoering | -126 | -124 | -112 | -104 | -96 | -89 | |||||||
| Totaal Resultaat (voor taakstelling) | -109 | 563 | 242 | -901 | -1.041 | -1.083 | |||||||
| Opgenomen taakstelling 2026 | 300 | 300 | 300 | 300 | |||||||||
| Opgenomen taakstelling 2027 | 900 | 900 | 900 | ||||||||||
| Totaal Resultaat (na taakstelling) | -109 | 563 | 542 | 299 | 159 | 117 |
Hogeschool Viaa heeft het jaar 2024 negatief afgesloten, het resultaat is uitgekomen op € 109.000 negatief, bij een begroting van € 166.000 negatief. In 2024 is uiteindelijk minder fte ingezet dan begroot en is er ook significant meer Rijksbijdrage ontvangen dan begroot. Doordat er naast de hogere Rijksbijdragen die zijn binnengekomen ook meer uitgaven zijn geweest dan begroot is het resultaat per saldo negatief uitgekomen.
Voor de begroting van 2025 en verder is uitgegaan van een Rijksbijdrage per student conform de laatste berichtgevingen van OCW voor 2024. Voor de begroting van de rijksbekostiging van 2026 kan al een relatief betrouwbare schatting worden gemaakt, omdat de telling op 1 oktober 2024 bekend is. Hieruit volgt dat Viaa ongeveer negentig minder bekostigde inschrijvingen en graden heeft dan in 2025 (telling 1 oktober 2023). Het gevolg is dat naar verwachting €645.000 minder aan bekostiging wordt ontvangen dan in 2025.
Er is tevens een inschatting gemaakt van de voorgenomen bezuiniging vanuit de Rijksoverheid op de Rijksbijdrage. Naar verwachting zal de impact hiervan met name in de jaren 2026 en 2027 zijn.
De baten uit collegegelden zijn deels beïnvloed door de maatregel ‘halvering collegegeld’ voor alle eerstejaars studenten en tweedejaars pabo-studenten. Deze halvering loopt er al grotendeels in studiejaar 2024/2025 uit, doordat de maatregel niet meer van kracht is op de eerstejaars studenten. In studiejaar 2025/2026 loopt deze er volledig uit, doordat de maatregel ook voor de tweedejaars pabostudenten wordt afgeschaft. Deze afschaffing verklaart de fors hogere begroting voor 2025 t/m 2029 ten opzichte van 2024. Ondanks een verwacht terugloop in studentaantal blijft door het gefaseerd aflopen van de halvering collegegeld deze inkomstenbron relatief stabiel in 2025 en 2026.
De baten ‘werk in opdracht van derden’ en ‘overige baten’ zijn voorzichtig realistisch begroot. Met de verwachte bezuinigingsmaatregelen voor de boeg denken wij dat er nog meer interesse zal komen vanuit andere Hogescholen voor de verschillen subsidiebijdragen. Daarnaast is het ook mogelijk dat eveneens bezuinigingen in deze subsidiebedragen worden doorgevoerd. De begroting van 2025 ligt zodoende lager dan de begroting van 2024 en in lijn met de realisatie van 2024. De ambitie bij deze opbrengstenstroom ligt echter wel hoger dan de begroting, maar voor nu is een realistische inschatting gemaakt, temeer omdat voorgaande jaren is gebleken dat de begroting niet werd gehaald.
In de personele lasten is een daling waarneembaar ten opzichte van de realisatie van 2024. Enerzijds het gevolg van de eerder besproken afname in fte, anderzijds het gevolg van een duidelijke verwachte afname van personeel niet in loondienst (PNIL). Omdat halverwege 2024 al een loonsverhoging is geweest van 3% en per 1 januari 2025 nogmaals een verhoging van 4% wordt doorgevoerd is het gevolg dat deze indexaties het financiële effect van de terugloop van fte deels teniet doet.
De huisvestingslasten zullen naar verwachting dalen, omdat het de planning is dat vanaf mei 2024 de huur van de Weezenlandstaete wordt opgezegd en medewerkers die daar nu een werkplek hebben zullen dit krijgen in de H2 gang. Deze zal in maart en april 2025 worden gerenoveerd. Ten opzichte van de realisatie 2024 heeft dit een impact van ruim €200.000 ten gunste van het resultaat.
De overige lasten (afschrijvingen, huisvesting, ICT, etc.) zullen naar verwachting hoger uitkomen in 2025. Dit komt omdat er incidentele lasten worden verwacht, waaronder accreditaties van meerdere opleidingen die in dit jaar samen vallen.
Tevens verwachten we dat de kosten met betrekking tot ICT jaarlijks zullen toenemen. Met name het onderwerp cybersecurity zorgt voor een toename van de lasten. Hieronder vallen onder andere de audits die St. Hogeschool Viaa krijgt als gevolg van het NBA IT kader voor het onderwijs en de daar uitvloeiende verbeterpunten.
Voor 2025 en 2026 wordt een positief resultaat verwacht, als gevolg van de ingezette koers. Vanwege de verwachte bezuinigingen in de jaren 2026 en 2027 en impact van een verwachte terugloop van studentaantallen komt het resultaat in de jaren 2027 t/m 2029 negatief uit. Hiertoe is in de meerjarenbegroting een taakstelling opgenomen van €300.000 in 2026 en €900.000 in 2027. De eerste helft van 2025 zal een scenario-analyse worden gemaakt en wordt het nieuws met betrekking tot de bezuinigingen op de voet gevolgd. Tevens wordt de ontwikkeling van de inschrijvingen voor studiejaar 25/26 nauw gemonitord. Voor de zomer van 2025 hopen we meer zicht te hebben op de verwachte realisatie voor 2026 en 2027 en de daaraan verbonden taakstellingen.
De financiële situatie van Hogeschool Viaa blijft naar verwachting echter ook in de toekomst gezond, als de opgenomen taakstellingen worden behaald. Ten opzichte van de begroting 2025-2029 is het een meevaller dat de subsidie Maatschappelijke Diensttijd is verkregen. Hier was in de begroting geen rekening mee gehouden. De kengetallen, ook meerjaren, laten een financieel gezonde organisatie zien.
Tabel 6: Balans meerjarenbegroting
Alle bedragen x € 1.000
| Balans | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Activa | |||||||||||||
| Materiële vaste activa | 13.499 | 13.422 | 12.559 | 11.584 | 10.460 | 9.907 | |||||||
| Voorraden en onderhanden projecten | 166 | 166 | 166 | 166 | 166 | 166 | |||||||
| Vorderingen | 708 | 708 | 708 | 708 | 708 | 708 | |||||||
| Liquide middelen | 5.893 | 6.270 | 6.981 | 7.665 | 8.328 | 8.385 | |||||||
| Totaal Activa | 20.266 | 20.566 | 20.414 | 20.123 | 19.662 | 19.167 | |||||||
| Passiva | |||||||||||||
| Eigen vermogen | |||||||||||||
| - Algemene reserve publiek | 4.967 | 5.530 | 6.072 | 6.371 | 6.530 | 6.647 | |||||||
| - Bestemmingsreserve privaat | 157 | 157 | 157 | 157 | 157 | 157 | |||||||
| Voorzieningen | 1.012 | 1.012 | 1.012 | 1.012 | 1.012 | 1.012 | |||||||
| Langlopende schulden | 6.005 | 5.481 | 4.957 | 4.433 | 3.909 | 3.385 | |||||||
| Kortlopende schulden | 8.125 | 8.386 | 8.217 | 8.151 | 8.055 | 7.967 | |||||||
| Totaal Passiva | 20.266 | 20.566 | 20.414 | 20.123 | 19.662 | 19.167 |
De ontwikkeling van de balans en de liquiditeiten van Hogeschool Viaa werd in grote mate beïnvloed door de renovatie tweede fase in de jaren 2021-2023. Deze had een verdere toename van de materiële vaste activa, toename langlopende schulden en afname van liquide middelen tot gevolg in de afgelopen jaren. Vanaf 2023 zien we weer een afname van de materiële vaste activa door lagere investeringen en hogere afschrijvingen en vanwege de jaarlijkse aflossing op de langlopende schulden, die in 2023 hoger was dan de laatste onttrekking uit het bouwdepot, zijn de langlopende schulden ook afgenomen, terwijl de liquide middelen weer zijn toegenomen. De verwachte positieve resultaten over de periode 2025 t/m 2029 (na taakstelling), lagere investeringen dan in de periode 2021-2023 en verdere aflossing van de langlopende schulden hebben een positieve bijdrage op de balansposities en de kasstroom van Viaa. Deze dragen namelijk bij aan een positieve ontwikkeling van de liquiditeit, het netto werkkapitaal en het weerstandsvermogen. Ten aanzien van de signaleringswaarde 'normatief publiek eigen vermogen' zien we dat zowel op balansdatum als in de toekomstverwachting geen overschrijding wordt verwacht.
Tabel 7: Kengetallen meerjarenbegroting
| Streef- waarde | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Solvabiliteit, in % | 30,0 | 25,3 | 27,7 | 30,5 | 32,4 | 34,0 | 35,5 | ||||||
| Liquiditeit (CR) | 0,75 | 0,83 | 0,85 | 0,96 | 1,05 | 1,14 | 1,16 | ||||||
| Nettowerkkapitaal | > 0 | -1.358 | -1.242 | -362 | 388 | 1.147 | 1.292 | ||||||
| Huisvestingsratio, in % | < 15 | 10,7 | 9,5 | 9,5 | 9,4 | 9,6 | 9,8 | ||||||
| Rentabiliteit Eigen Vermogen, in % | > 1 | -2,1 | 11,0 | 9,5 | 4,8 | 2,4 | 1,7 | ||||||
| Rentabiliteit in % van totale baten | > 2 | -0,4 | 2,1 | 2,1 | 1,2 | 0,7 | 0,5 | ||||||
| Personeelskosten in % van totale lasten | < 80 | 79,5 | 77,9 | 78,1 | 77,9 | 77,6 | 77,3 | ||||||
| Weerstandsvermogen, in % | 5,0 | 19,4 | 21,0 | 24,0 | 26,6 | 27,5 | 28,3 | ||||||
| DSCR | 1,0 | 4,7 | 1,6 | 2,1 | 2,1 | 2,0 | 1,1 |
In het jaar 2024 was er sprake van een positieve kasstroom vanwege de lagere investeringen en vooruitontvangen subsidies. Dit zal naar verwachting ook in het jaar 2025 weer positief zijn, met name als gevolg van het verwachte positieve resultaat. Verder is het solvabiliteitsratio in 2024 onder de signaleringswaarde uitgekomen. Dit betreft echter een momentopname vanwege de hogere kortlopende schulden als gevolg van forse vooruitontvangen subsidies per jaareinde. Derhalve baart dit verder geen zorgen, mede omdat de verwachting is dat de solvabiliteit in het meerjarenperspectief zal verbeteren en vanaf 2026 weer boven de signaleringswaarde uit zal komen. Het liquiditeitsratio was in 2023 onder de signaleringswaarde, maar vanaf 2024 weer erboven. Dat is met name het gevolg van de lagere investeringen in 2024.
De kengetallen zullen in de jaren van de meerjarenbegroting steeds boven de norm blijven en naar verwachting verbeteren. Hierbij is wel de kanttekening dat de in de meerjarenbegroting opgenomen taakstelling wordt behaald.
Risicomanagement
Interne risicobeheersingssysteem
Onze onderwijsinstelling heeft een interne risicobeheersingssysteem ingericht om de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs te waarborgen. Dit systeem is ontworpen om risico's te identificeren, te analyseren en te beheersen, zodat we onze onderwijskundige doelen kunnen bereiken en de kwaliteit van het onderwijs voortdurend kunnen verbeteren. In 2025 is gestart met een integrale risicoanalyse, waarbij tevens het doel is het risicobeheersingssysteem meer in de organisatie te integreren en formaliseren.
Het risicobeheersingsproces begint met de identificatie van risico's die van invloed kunnen zijn op onze organisatie. Deze risico's worden jaarlijks geïnventariseerd en gewaardeerd op basis van hun potentiële impact en de kans dat ze zich voordoen. Tevens wordt beoordeeld of en zo ja, welke beheerdingsmaatregelen getroffen moeten worden. De doestelling is om dit in 2025 meer te kwantificeren.
Het interne risicobeheersingssysteem wordt periodiek gemonitord en geëvalueerd om ervoor te zorgen dat het effectief blijft. Dit betreffen zowel interne evaluaties als externe audits.
Het bestuur is verantwoordelijk voor de implementatie en het toezicht op het interne risicobeheersingssysteem.
Belangrijkste risico's
In de hogeschool is verder gewerkt aan het ontwikkelen van het risicomanagement. We proberen risico’s zoveel mogelijk te voorzien, te beperken, te mitigeren en/of af te dekken. Gekozen is voor een systeem van periodieke risico-inventarisatie, zodat alle onderdelen en processen van de organisatie tijdig geëvalueerd worden.
Belangrijke risico’s zijn:
1. Rijksbijdrage: De ontwikkeling van de Rijksbijdrage kent naast de studentenaantallen ook andere (politieke) invloeden. In deze begroting is een inschatting gemaakt van de verwachte bezuinigingen vanuit de rijksoverheid voor het Hoger onderwijs, waarbij gebruik is gemaakt van de scenario-analyse van de VH. Wat de exacte impact zal zijn voor Viaa is vooralsnog niet bekend. De kans is aanwezig dat de impact van de bezuinigingen groter is dan verwacht. Het niet volledig zekerheid hebben over de te verwachten subsidie-omvang is een (groot) risico voor Viaa. Strategische beslissingen moeten worden genomen, zonder dat er zekerheid is over (componenten van) de rijksbijdrage op de langere termijn. Met in beginsel elke vier jaar een ander kabinet en daarbij mogelijk een ander politiek klimaat, geeft onzekerheid in de meerjarenbegroting als het gaat om de rijksbijdragen.
Wanneer er niet tijdig kan worden afgeschaald in formatie met natuurlijk verloop om daling van inkomsten op te kunnen opvangen kan dit een grote financiële impact hebben. Om de financiële impact zoveel mogelijk te beperken zullen scenarioberekeningen en bijsturingsmogelijkheden worden verkend en nader worden bepaald, uiterlijk medio 2025.
Viaa wil meer sturen op de lastenzijde bij tijdelijke middelen. Dat wil zeggen dat moet worden ingezet op tijdelijkheid van de lasten. Bij eventuele niet doorzetting van tijdelijke middelen moet Viaa in staat zijn snel af te kunnen schalen.
Tevens wordt in deze meerjarenbegroting ingezet op grotere reserves, c.q. betere kengetallen ten aanzien van de liquiditeit en solvabiliteit, zodat bij een nieuw politiek klimaat waar bezuinigd gaat worden op onderwijs, Viaa dit goed kan doorstaan en haar activiteiten kan blijven continueren, ook op lange termijn.
2. Studentenpopulatie (instroom, uitval en diplomering): De ontwikkeling van de studentenpopulatie is de belangrijkste pijler onder de meerjarenbegroting. Afwijkende instroom, uitval en diplomering zullen leiden tot een andere studentenpopulatie. Dit heeft voor wat betreft de baten een effect op de collegegelden (direct) en de Rijksbijdrage (t–2). Met betrekking tot de lasten zou een afwijkende studentenpopulatie gevolgen kunnen hebben voor de personele inzet en eventuele taakstelling. De gepresenteerde ontwikkeling van de studentenpopulatie is naar onze mening de beste schatting. We zijn hierbij voorzichtig realistisch geweest, op basis van de verwachtingen vanuit de afdeling Marketing & communicatie, de verwachtingen van de academiedirecteuren en op basis van de prognose van OCW. Toch kan de demografische krimp meer impact hebben dan verwacht. Dat is een risico dat na twee jaar (t-2) een negatieve invloed heeft op de rijksbijdrage en collegegelden. Van belang is om een flexibele schil te hanteren om af te schalen wanneer nodig en een terugloop in studenten op te kunnen vangen. Vanwege de t-2 bekostiging zijn er op de langere termijn meer mogelijkheden om tijdig bij te sturen. Daarnaast worden ook de uitval en diplomering meer in kaart gebracht, zodat er meer grip is op de fluctuaties in de bekostiging als gevolg van hogere uitvalpercentages of hoge / lage slagingspercentages.
3. Dienstverlening en overige baten: Onder dienstverlening en overige baten ressorteren diverse activiteiten. Voor deze meerjarenbegroting is een voorzichtig realistische inschatting opgenomen als het gaat om dienstverlening. Er is met name nog onzekerheid wat de gevolgen zijn van het opnemen van Scope in de Onderwijsregio Zwolle. Scope draagt voor een behoorlijk groot deel bij aan de opbrengsten uit dienstverlening. Ook in deze opbrengstenstroom speelt het politiek krachtenveld een belangrijke rol. Subsidies en bijdragen komen van diverse partijen waaronder overheden. Bij bezuinigingen op de rijkbekostiging zullen deze subsidies en bijdragen nog gewilder zijn bij andere onderwijsinstellingen. Daarnaast bestaat het risico dat overheden zelf ook bezuinigen op deze subsidies. De daadwerkelijke effecten zijn nu moeilijk in te schatten. Voorzichtigheidshalve is voor de meerjarenbegroting 2025-2029 een dalend verloop opgenomen van deze opbrengstenstroom, waarbij het vanuit de academies en lectoraten wel de ambitie is om de inkomsten vanuit de tweede en derde geldstromen te laten toenemen de komende jaren. Er wordt ingezet op kennis en kunde om deze subsidiebijdragen beter te verkrijgen.
4. Cao-bepalingen: De huidige cao loopt tot en met 31 december 2025, waarbij per 1 januari 2025 een indexatie van 4% wordt doorgevoerd. We verwachten, zoals we gewend zijn in de afgelopen jaren, steeds een volledige compensatie via de Rijksbijdrage van deze eventuele hogere loonkosten. De inschatting van deze compensatie ligt naar verwachting op 4,2%, waarmee de looncompensatie wordt gedekt. Vanuit de cao is bepaald dat alle docentfuncties minimaal in schaal 11 moeten worden ingeschaald, in het verleden was de range voor docentfuncties van schaal 10 t/m schaal 12 afhankelijk van taken en verantwoordelijkheden. Bij Hogeschool Viaa is bij een significante groep docenten sprake van een inschaling in schaal 10. De cao vraagt om de afspraken uiterlijk in 2025 te effectueren voor het gehele personeelsbestand. Het effect zal voor het eerste jaar ook nog gering zijn en hebben we becijferd op ongeveer € 25.000. De effecten op de lange termijn zullen steeds groter worden bij ongewijzigd beleid. Deze maatregel vanuit de cao-afspraken zal naar alle waarschijnlijkheid geen directe compensatie met zich meebrengen, waardoor we dit zoveel mogelijk uit bestaande middelen en organisatie van het onderwijs moeten financieren. De effecten hiervan zijn meegenomen in de meerjarenbegroting en hebben een impact van ongeveer €175.000 in 2029. De opgenomen taakstelling in de begroting zal ook dit effect, naast de opgenomen bezuiniging vanuit de rijksoverheid en effect het van de verwachte terugloop instroom studenten, moeten dekken.
Hieruit blijkt dat ondanks gebruikelijke looncompensaties voor loonindexaties er ook regelingen in de cao kunnen worden opgenomen waarvoor geen dekking is vanuit de rijksbekostiging. Dit is een risico, wat een verhogend effect heeft op de lasten met een doorwerking op de langere termijn. Van belang is dat Viaa voldoende reserves heeft om gevolgen van dergelijke cao-wijzigingen op te kunnen vangen.
5. Digitalisering & cybersecurity: Voor de periode van de meerjarenbegroting staan we voor grote uitdagingen op het gebied van digitalisering. Zowel als het gaat om (cyber)security als de verdere ontwikkeling met betrekking tot flexibilisering van het onderwijs. Er is door alle hogescholen een landelijke afspraak gemaakt als het gaat om het niveau van cybersecurity waarop we als hogescholen worden geacht ingericht te zijn. Hiervoor zijn ook audits gepland. Dit heeft voor onze organisatie een enorme impact, omdat het niveau flink moet worden opgeschaald. Hiervoor is in de meerjarenbegroting jaarlijks een budget opgenomen van € 175.000, naast dat er een CISO is aangesteld. Naar aanleiding van de uitkomsten wordt in 2025 verder gevolg gegeven aan acties om het gewenste niveau 3 te bereiken. Het risico om slachtoffer te worden van hacking of phishing wordt met de verdere digitalisering en het complexer worden van het ICT-netwerk steeds groter. Ook kleinere organisaties zijn interessant voor individuele hackers of hackercollectieven, mede als stepping-stone naar andere (overheids)organisaties. Met de genomen en ophanden zijnde maatregelen willen we ons hier beter tegen beschermen. Desalniettemin is dit een risico wat grote impact kan hebben mocht het zich voordoen. Om dit het hoofd te kunnen bieden is het van belang dat het weerstandsvermogen toereikend is om eventuele niet door de verzekering gedekte (financiële) schade op te kunnen vangen
6. Ziekteverzuim: Het risico is aanwezig dat er veel personeel tegelijk uitvalt en er hiervoor vervanging nodig is. Voor Viaa is dit risico groter dan bij grotere hogescholen, omdat er veel expertise ligt bij individuen, die niet zomaar kunnen worden overgenomen door een ander. Vervanging op interimbasis is kostbaar en kan een (forse) financiële impact hebben. Bij het niet kunnen aanwenden van voldoende vervanging kan dit tevens ten koste gaan van de kwaliteit van het onderwijs. Er zal moeten worden gestuurd op een toereikende flexibele schil om ziekteverzuim op te kunnen vangen.
7. Huisvesting / renovatie: De eerste twee fases (de gehele buitenkant, Agora en Annex) van de renovatie zijn geheel afgerond. In mei 2025 is het doel om de huur van de kantoorruimten van de academies in de Weezenlandstaete op te zeggen en de H2-gang te betrekken. Hiervoor is een budget opgenomen, hetzij veel soberder dan eerst als doel was gesteld. Ook de rest van de nog niet gerenoveerde delen van het pand is niet helemaal bijtijds en moet opgefrist worden, dit zal met name schilderwerk zijn. De bezuinigingen vanuit de overheid, verwachte dalende studentaantallen en daarnaast de ambities op diverse strategische niveaus kunnen een grote(re) impact hebben op de investeringen in werkplekken en onderwijsruimtes. Dat betekent dat goed moet worden nagedacht over keuzes voor de toekomst als het gaat om investeringen ten opzichte van de afschrijvingskosten voor de komende jaren. Nu de buitenzijde van het pand grotendeels is gerenoveerd, is de verwachting dat het groot onderhoud op de kortere termijn uitblijft. Wel zal hier op de langere termijn rekening mee worden gehouden. Viaa kent geen voorziening groot onderhoud. In plaats daarvan wordt gebruik gemaakt van componentenmethode in de materiële vaste activa. Op langere termijn zullen deze uitgaven naar verwachting gaan stijgen, wat van impact kan zijn op de liquiditeit. Risico voor de liquiditeit is als er veel groot onderhoud gelijktijdig komt. Momenteel wordt er een meerjarenonderhoudsplan gemaakt, zodat hier beter op gestuurd kan worden.
8. Signaleringswaarden, bankconvenant: Zowel vanuit het ministerie als vanuit de bank zijn er eisen gesteld aan de vermogenspositie van Viaa. Het ministerie heeft signaleringswaarden voor de liquiditeit, solvabiliteit, absolute omvang van de liquide middelen en voor het bovenmatig eigen vermogen. De bank kijkt naar de Debt Service Coverage Ratio (DSCR). In de meerjarenbegroting wordt (op termijn) voldaan aan de signaleringswaarden van het ministerie en aan de DSCR van de bank.
Bij het niet voldoen aan deze waarden bestaat het risico op verscherpt toezicht, aanvullende vereisten en in een negatiever scenario een versnelde terugbetaalverplichting van de langlopende schulden. Tevens houdt het in dat de liquiditeit en solvabiliteit in de gevarenzone komen en de continuïteit van Viaa in gevaar komt. Het is daarom prettig dat de meerjarenbegroting blijk geeft van gezonde kengetallen, hetzij wel gevolg moet worden gegeven aan de opgenomen taakstelling. Middels prognoses wordt er tijdig inzicht gegeven in de financiële verwachtingen en kan er zo nodig tijdig bijgestuurd worden. Begin 2025 worden er scenario-analyses gemaakt, zodat hierop acties onderzocht en voorbereid kunnen worden, mocht dit in de toekomst nodig zijn.
9. Fraude: Elke organisatie kent een frauderisico, zodoende is dit risico ook van toepassing op Viaa. Fraude kan op een tweetal manieren: verslaggevingsfraude of het onttrekken van financiële middelen of activa aan de organisatie. We zien het risico op verslaggevingsfraude met name in de overlopende posten, waarbij door complexiteit en subjectiviteit de onderhanden projecten het meest risicovol zijn. Bij deze post kan ook een onbewuste fout in de projectadministratie worden gemaakt. Het risico op het onttrekken van middelen zit met name in het proces van inkopen- en betalingen. Fraude kan verstrekkende gevolgen hebben, zowel met een financiële impact, als imagoschade. Voor 2025 wordt er meer ingezet op bewaking van de 2e en 3e geldstroom, zodat een (on)bewuste fout in de projectenadministratie minder makkelijk voor kan komen. Tevens worden de rechten -en rollen in het boekhoudsysteem en betaalpakket onder de loep genomen en opnieuw ingericht, zodat handelingen altijd door het systeem afgedwongen onder 4-ogen plaatsvinden en een functionaris niet in meerdere financiële pakketten autorisatierechten kan hebben. De implementatie van SpendCloud inde eerste helft van 2025 zal hierbij helpen.
10. Samenloop publiek – privaat: Viaa kent zowel publieke als private activiteiten. Voor de eerste worden met name gelden ontvangen vanuit de rijksbijdrage. Vanuit de regelgeving is het verboden dat deze gelden worden ingezet voor private activiteiten. Vanaf boekjaar 2025 wordt de controle vanuit de accountant hierop aangescherpt middels de beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten. Omdat Viaa ook diverse private activiteiten heeft (onder andere commerciële opleidingen, catering etc.), bestaat het risico dat bij onvoldoende scheiding van deze middelen, private activiteiten worden bekostigd met publiek geld en dit onterecht niet ten laste wordt gebracht van de private reserve. Gevolg kan zijn dat een afwijking ten aanzien van de rechtmatigheid richting het ministerie wordt gecommuniceerd door de accountant en hiertoe actie wordt ondernomen door het ministerie door bijvoorbeeld verscherpt toezicht, herstelwerkzaamheden en in een negatiever scenario een korting op de rijksbijdrage.
Daarnaast bestaat het risico dat de private activiteiten niet kostendekkend zijn en de private reserve volledig wordt verbruikt. Gevolg is dat mogelijkheden om te ontwikkelingen hiermee worden beperkt en dit op termijn ten koste kan gaan van de kwaliteit van onderwijs en/of onderzoek. De scheiding van publieke en private middelen is onder onze aandacht.
Treasurymanagement en vastgoedbeleid
Hogeschool Viaa kent een Treasurystatuut, waarin het Treasurybeleid en de daarbij horende bevoegdheden zijn weergegeven. Het Treasurybeleid is risicomijdend. Alle gelden worden aangehouden bij instellingen met een A-rating. Overtollige liquiditeiten worden ondergebracht op een spaar- en depositorekening tegen een geldend rentepercentage van rond de 1,7%.
Het College van Bestuur stelt het treasurybeleid vast en voert het uit, financiën & control adviseert over de hoofdlijnen van het treasurybeleid en het vaststellen van de kaders. De Raad van Toezicht houdt toezicht op het treasurybeleid en autoriseert uitzonderingen.
In vergelijk met voorgaand jaar zijn er weinig wijzigingen. Het treasurystatuut is niet gewijzigd. Er wordt nu meer rente ontvangen op de spaarrekeningen. Voorheen was dat 0%, in 2024 betrof dit 1,7%.
Per jaareinde zijn de liquide middelen fors gestegen t.o.v. het voorgaande jaar. Dat komt omdat in de laatste maanden van 2024 er voorschotten van grotere subsidietoekenningen zijn ontvangen.
Overzicht uitstaande gelden op balansdatum:
Gelden op rekening-courant: € 3.225.443 (dagelijks opvraagbaar)
Gelden op spaar- en depositorekening:
< 1 maand: € 2.642.996 (dagelijks opvraagbaar; vast rentepercentage)
Langlopende schulden:
In 2016 is een lening verstrekt door de Provincie Overijssel, vertegenwoordigd door het Energiefonds Overijssel II B.V. in het kader van de renovatie van het schoolgebouw te Zwolle. De lening kent een hoofdsom van € 5.000.000 en een looptijd van 15 jaar. Daarnaast is in 2018 een aanvullende lening verstrekt door Pettelaar Effectenbewaarbedrijf N.V., vertegenwoordigd door de ASN Bank (Groenprojectenpool), waarin een deel van de oorspronkelijke hoofdsom van de lening van het Energiefonds Overijssel II B.V. is overgenomen door de ASN Bank. Ook deze lening staat in het kader van de renovatie van het schoolgebouw. Deze lening kent een hoofdsom van € 3.000.000 en een looptijd van 15 jaar. Met ingang van 1 augustus 2024 is het beheer van de lening overgedragen aan Startgreen Capital, werkzaam onder de juridische naam CL Venture Partners B.V. De leningverstrekker en de voorwaarden zijn hiermee niet gewijzigd.
In 2021 is een aanvullende financiering verstrekt door de Provincie Overijssel, vertegenwoordigd door het Energiefonds Overijssel II B.V. in het kader van de tweede fase van de renovatie van het schoolgebouw aan de Wethouder Alferinkweg te Zwolle. De tweede fase betreft de binnenzijde en benedenverdieping, aula en overige ruimtes (Agora) en tevens sloop en afronden van het laatste deel van de buitenzijde (Annex). Deze lening kent een hoofdsom van € 1.550.000 en is verstrekt onder dezelfde voorwaarden als de oorspronkelijke lening.
Publiek / privaat
Met ingang van 2013 heeft de hogeschool haar beleid heroverwogen ten aanzien van de scheiding tussen publieke en private activiteiten. Voor 2013 werd geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen beide soorten van activiteiten, vanaf dat jaar zijn ze scherp onderscheiden. Onder private activiteiten worden die activiteiten verstaan die niet vallen onder de wettelijke opdracht die een hbo-instelling heeft, maar wel in het verlengde liggen van de taken van de hogeschool. Het resultaat van deze activiteiten wordt verwerkt in een afzonderlijke (private) bestemmingsreserve.
Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten
Hogeschool Viaa kent meerdere private activiteiten, waaronder zij-instromers, contractonderwijs, catering en overige activiteiten. In beginsel gaan de baten- en lasten voortkomende uit deze activiteiten ten gunste / ten laste van de private reserves. Vanuit de beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten moeten worden getoetst of de genoemde activiteiten voldoen aan de voorwaarden opgesomd in de beleidsregel. Activiteiten als zij-instroom en contractonderwijs worden momenteel als 'privaat' aangemerkt. Hier is nog discussie over en is op moment van schrijven nog niet afgerond. Tevens blijft er een grijs gebied over wat er onder private activiteiten valt en wat onder publieke activiteiten.
Conform de Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten, zoals vastgesteld in artikel 3, voldoen al onze private activiteiten aan de gestelde voorwaarden. Deze beleidsregel stelt duidelijk dat private activiteiten in lijn moeten zijn met de wettelijke taak van de bekostigde instelling en dat de investering niet mag leiden tot oneerlijke concurrentie. Daarnaast moet de private activiteit aantoonbare meerwaarde opleveren voor de bekostigde wettelijke taak en moet volledig en transparant verantwoording worden afgelegd in het bestuursverslag.
Meerwaarde
Het contractonderwijs ligt in het verlengde van de bekostigde opleidingen en is veelal een verdere verdieping. Dit is bevorderend voor de kennis & kunde van de docenten. Tevens betreffen het veelal cursisten uit het werkveld, wat een andere dynamiek geeft in de lessen. Er komt andere input naar voren, mede met ervaringen uit het werkveld, wat ook als ervaring mee kan worden genomen in het bekostigd onderwijs.
De zij-instroom ligt eveneens in het verlengde van het bekostigd onderwijs. Dit betreffen studenten met veelal een andere achtergrond. De lessen worden gegeven door docenten die ook bekostigd onderwijs geven. Ook hierbij worden er aanvullende vaardigheden van de docenten vereist (en ontwikkeld). Het bekostigd onderwijs plukt hier mede de vruchten van. Tevens zijn de zij-instromers hard nodig om voldoende onderwijsgevend personeel in Nederland te hebben en behouden.
De opdrachten derden betreffen met name vragen vanuit de maatschappij. Hier valt vooral het praktijkgerichte onderzoek onder. Hiermee wordt nieuwe kennis ontwikkeld en verkregen wat toepasbaar is in het bekostigde onderwijs.
De catering betreft voor een deel voorzieningen voor personeel en studenten, hetgeen onder publiek valt. Daarnaast zijn er reguliere cateringactiviteiten waarbij er broodjes en soep worden geserveerd. De catering draagt bij aan verbinding en saamhorigheid binnen de onderwijsinstelling. Een dergelijk welzijnsaspect heeft een positief effect op de kwaliteit van het bekostigde onderwijs.
Beleid en beheer
In het komende jaar zullen we onze inspanningen voortzetten om onze private activiteiten verder te optimaliseren en te zorgen dat deze (blijven) voldoen aan de gestelde voorwaarden. De discussies die nog spelen omtrent de beleidsmaatregel worden door ons nauwlettend gevolgd. Nieuwe private activiteiten zullen door control worden gemonitord en worden getoetst aan de gestelde voorwaarden in de beleidsmaatregel, daarmee worden ze onderdeel van het besluitvormingsproces.
Juridische en organisatorische inbedding en verantwoordelijkheid
De activiteiten vallen onder stichting Hogeschool Viaa en worden op aparte kostenplaatsen geboekt. De primaire verantwoordelijkheid voor de activiteiten ligt bij het College van Bestuur.
In onderstaande tabel 8 zijn de baten uit private activiteiten opgenomen:
Tabel 8: geïnvesteerde publieke middelen in private activiteiten
| Activiteit | Baten | Geïnvesteerde publieke middelen* |
|---|---|---|
| Contractonderwijs | € 636.977 | € - |
| Zij-instromers | € 93.185 | € - |
| Catering | € 93.590 | € - |
| Opdrachten derden | € 367.547 | € - |
| Overige | € 23.385 | € - |
| Totaal | € 1.214.684 | € - |
