Spring naar inhoud

Bedrijfsvoering

Huisvesting

In 2025 heeft Hogeschool Viaa verdere stappen gezet in de modernisering en kwaliteitsverbetering van de huisvesting. In 2025 is de vernieuwde H2‑vleugel van het hoofdgebouw volledig in gebruik genomen, waarmee alle medewerkers en studenten weer in hetzelfde gebouw gehuisvest zijn. Deze integratie heeft bijgedragen aan een versterking van de onderlinge samenwerking, een hogere mate van zichtbaarheid van medewerkers in de onderwijsomgeving en een betere benutting van de beschikbare voorzieningen.

Om het ruimtegebruik verder te optimaliseren is in de tweede helft van 2025 een monitoringsonderzoek uitgevoerd naar de bezettingsgraad van de werkplekken. De resultaten hiervan zijn benut voor het verder optimaliseren van de werkomgeving zodat deze nog beter kan aansluiten op de gebruiksbehoefte en de gewenste flexibiliteit. Daarnaast is in 2025 gestart met de planvorming voor de vernieuwing van de entree aan de achterzijde van het gebouw en is een traject opgestart voor het verbeteren van de externe signing, zodat de zichtbaarheid van de hogeschool verder kan worden vergroot. Hier zal in 2026 nader invulling aan worden gegeven.

In het kader van duurzaamheid werkt Viaa aan een WEii‑certificering (Werkelijke Energie‑Intensiteitsindicator) van het gebouw van Hogeschool Viaa. Deze certificering biedt inzicht in de werkelijke energieprestatie van het gebouw. De verwachting is dat begin 2026 het gebouw een zeer hoge score gaat behalen en daarmee nagenoeg voldoet aan de Paris Proof‑normering. Hiermee zal de eerder ingezette verduurzamingslijn worden bevestigd en blijft Hogeschool Viaa een voorloper binnen het hoger onderwijs op het gebied van duurzame huisvesting.

ICT

Strategische ontwikkeling van IT- en Informatievoorziening

In 2025 heeft Hogeschool Viaa een belangrijke stap gezet in de verdere professionalisering van de IT- en Informatievoorziening. Om de ambities op het gebied van Wendbaar Onderwijs te ondersteunen, is gestart met een meer strategische benadering van de digitale voorzieningen. Daarbij is het essentieel dat de IT-strategie naadloos aansluit op de bredere organisatiedoelen.

Een toekomstbestendige Digitale Leer- en Werkomgeving moet schaalbaar, betrouwbaar en veilig zijn. Zij moet de flexibilisering van ons onderwijs en de beweging naar Onderwijs op Maat optimaal faciliteren. Digitalisering blijft daarbij een cruciale rol spelen – zowel in onderwijsontwikkeling als in de optimalisatie van onze bedrijfsprocessen.

In 2025 is, met behulp van een extern adviesrapport, onderzocht hoe zowel de IT-organisatie als de informatievoorziening zich verder kunnen ontwikkelen om het strategisch IT-beleid duurzaam te ondersteunen. De aanbevelingen uit dit rapport worden in de komende periode uitgewerkt in een doorontwikkeling van de IT-strategie, de organisatie-inrichting en het voorzieningenniveau.

Informatiebeveiliging en compliance

IT-security blijft een van de belangrijkste pijlers binnen het IT-jaarplan. Viaa richt zich daarbij op het SURF-Toetsingskader en het volwassenheidsniveau dat binnen de sector is vastgesteld.

Viaa voert jaarlijks security-assessments uit waarin externe audits worden afgewisseld met interne self-assessments. Eind 2025 heeft het IT-team met behulp van het SURF-normenkader opnieuw een self-assessment uitgevoerd. De bevindingen uit dit onderzoek worden begin 2026 vertaald naar een IT-Security Roadmap. Deze roadmap helpt maatregelen te prioriteren op basis van risico’s, zodat de hogeschool gericht kan toewerken naar het beoogde volwassenheidsniveau op het gebied van informatiebeveiliging.

Door te blijven investeren in technische en organisatorische maatregelen werkt Viaa aan een solide beveiligingscultuur die past bij de verantwoordelijkheid van een moderne onderwijsinstelling.

Financiële situatie

Tabel 1: Financiële positie

Alle bedragen x € 1.000
      31-12-2025   31-12-2024
  Activa        
  Vaste activa        
  Materiële vaste activa   12.867   13.499
  Vlottende activa        
  Voorraden en onderhanden projecten   206   166
  Vorderingen   894   708
  Liquide middelen   8.065   5.893
  Totaal activa   22.032   20.266
           
  Passiva        
  Eigen vermogen   6.335   5.124
  Voorzieningen   1.904   1.012
  Langlopende schulden   5.480   6.005
  Kortlopende schulden   8.313   8.125
  Totaal passiva   22.032   20.266

De balanspositie van Hogeschool Viaa is in 2025 toegenomen ten opzichte van 2024, vooral door de toename in de liquide middelen. Deze toename is het gevolg door enerzijds lager dan begrote investeringen in 2025, maar ook door het positieve resultaat wat is behaald. Het eigen vermogen is in 2025 gestegen, door het positieve resultaat van afgerond € 1.211.000. Belangrijke kengetallen zoals de liquiditeit en de solvabiliteit zijn hierdoor verbeterd. De solvabiliteit zit met 28,8% nog wel onder de streefwaarde van 30%, echter is wel een verbetering waarneembaar ten opzichte van 2024 (25,3%). We verwachten echter dat dit de komende jaren zal verbeteren, met de kanttekening dat de opgenomen taakstellingen in de meerjarenbegroting 2026-2030 worden behaald.

In 2025 is voor ruim € 750.000 geïnvesteerd. Dit is lager dan hetgeen was begroot voor 2025 (€ 1.502.600). Met name op het gebied van hard- en software zijn we achtergebleven. Mede door wisselingen in het personeelsbestand van de afdeling ICT zijn deze investeringen naar achteren geschoven. We zien in onze liquiditeitspositie, ondanks de onduidelijkheid over de toekomstige inkomsten vanuit de Rijksoverheid, voldoende ruimte om deze investeringen alsnog te kunnen doen. 

In de voorzieningen is wederom een toename waarneembaar. Dit wordt hoofzakelijk veroorzaakt door de voorziening langdurig zieken en de voorziening werktijdvermindering senioren. Het verzuim is in de laatste maanden van 2025 gestegen om- en nabij de 10%. Hierdoor is deze voorziening verder opgehoogd. Voor de voorziening werktijdverkorting senioren is bovendien een aanvulling gedaan. Er is een zorgvuldige inschatting  gemaakt van het toekomstige gebruik door medewerkers die nu nog niet hebben aangegeven hiervan gebruik te willen maken. Deze aanpassing is mede gedaan op advies van de accountant. Dit werd voorheen niet gedaan, hierdoor is de voorziening werktijdverkorting senioren verder verhoogd. 

Analyse van de uitkomsten van de exploitatie in relatie tot de begroting

In 2025 heeft Hogeschool Viaa een positief resultaat gerealiseerd van afgerond € 1.211.000, waar een positief resultaat van € 563.000 was begroot, een positieve afwijking van € 648.000. Het resultaat over 2025 wordt in belangrijke mate beïnvloed door enerzijds hogere baten, maar ook iets hogere lasten, waarbij er tussen de verschillende rubrieken verschillen zijn met hetgeen was begroot. 

De hogere baten betroffen voornamelijk de extra inkomsten vanuit de tweede en de derde geldstroom en ook vanuit overige subsidies van OCW. In de begroting waren deze gezamenlijk begroot op de post 'baten werk in opdracht van derden'. In de jaarrekening is dit uitgesplitst, waarbij de extra bijdragen vanuit OCW onder de 'rijksbijdragen' zijn gerubriceerd. Tevens hebben we ook meer collegegelden ontvangen dan begroot, met name veroorzaakt doordat de instroom per 01-10-2025 positiever was dan begroot. 

De overige OCW-subsidies liggen met name hoger dan begroot door het verwerven van de subsidie Maatschappelijke Diensttijd. Deze was niet begroot en heeft voor ruim € 200.000 aan extra baten gezorgd in 2025. Daarnaast zien we over vrijwel de hele linie een wat betere realisatie dan was begroot. De begroting was voorzichtig, omdat op deze post afgelopen jaren de begroting niet was gehaald. 

De personeelskosten zijn hoger dan begroot. Dit is het gevolg van de nieuwe cao 2026, met een niet begrote eenmalige uitkering in december 2025 (met terugwerkende kracht), meer inhuur van externen met name veroorzaakt door vertrek van enkele functionarissen in de loop van 2025 en het hogere ziekteverzuim, en grote dotaties aan de voorzieningen langdurig zieken en werktijdvermindering senioren. De afschrijvingen liggen lager dan begroot, omdat de investeringen zijn achtergebleven. De overige lasten zijn lager dan begroot. Dit komt mede door een toegenomen kostenbewustzijn en achteraf bezien was het op bepaalde posten iets te conservatief begroot. Ook was er een risicoreserve van € 200.000 opgenomen in de begroting onder de overige lasten waar uiteindelijk in de realisatie vrijwel niet op is geboekt. 

Tot slot is het resultaat op de financiële baten en lasten beter dan begroot. Dat komt mede doordat er eind 2024 en begin 2025 vooruitontvangen bedragen waren verkregen vanuit de Maatschappelijke Diensttijd (ruim 8 ton) en voor Scope (ruim 2,7 mln). De kosten zijn in de loop van het jaar gemaakt, waardoor dit een gunstig effect had op de rente-inkomsten. 

Grafiek 1: Afwijkingen realisatie 2025 t.o.v. begroting

Alle bedragen x € 1.000

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Afwijking
Rijksbijdragen  € 820 
Collegegelden  € 122 
Baten werk in opdracht van derden  € -311 
Overige baten  € 132 
Personeelslasten  € -982 
Afschrijvingen  € 205 
Huisvestingslasten  € 76 
Overige lasten  € 514 
Financiële baten en lasten  € 73 

De afwijkingen ten opzichte van de begroting 2025 betreffen vooral:

  • hogere Rijksbijdragen doordat de overige OCW-subsidies waren begroot onder de 'baten werk in opdracht van derden'. Desalniettemin is het resultaat over deze twee posten op totaalniveau hoger dan begroot. Dit komt onder andere door de niet begrote subsidie Maatschappelijke Diensttijd. De lumpsum ligt wel in lijn met hetgeen was begroot;
  • hogere opbrengsten collegegelden als gevolg van een hogere studenteninstroom dan was begroot;
  • lagere baten werk in opdracht van derden, zie voor de uitleg het eerste punt bij de Rijksbijdragen;
  • hogere overige baten. Dit komt vooral doordat per 01-01-2025 de afdelingen moeten bijdragen aan het gebruik van de catering;
  • hogere personeelslasten onder andere als gevolg van een eenmalige uitkering met terugwerkende kracht vanuit de nieuwe cao hbo 2026. Tevens zijn de voorzieningen langdurig zieken en werktijdvermindering senioren flink opgehoogd, hetgeen niet was begroot. Tot slot is er meer personeel ingehuurd, doordat er natuurlijk verloop is geweest (andere baan, pensionering). Tevens lag het ziekteverzuim met name in de laatste maanden van 2025 hoog;
  • huisvestingslasten liggen in lijn met begroot. Hij is iets lager, mede door gunstige afrekeningen vanuit het vertrek uit de Weezenlandstaete;
  • de overige lasten zijn op totaalniveau onder begroting uitgekomen. Allereerst door toegenomen kostenbewustzijn. Een andere reden is dat achteraf bezien wat te voorzichtig was begroot. Tot slot was er een risicoreserve opgenomen in de begroting onder de overige lasten waar uiteindelijk in de realisatie beperkt op is geboekt.
  • hogere rentebaten. Dit komt met name door hoge vooruit ontvangen bedragen vanuit overige OCW subsidies die pas gedurende het jaar realisatie kenden. Daardoor konden er extra rentebaten worden gegeneerd. 

Investeringsbeleid

Het reguliere investeringsbeleid van Hogeschool Viaa is erop gericht om ieder jaar investeringen te doen niet groter of gelijk aan de omvang van de afschrijvingen. Dit principe wordt ook toegepast voor de investeringsruimte in meerjarenperspectief. In de afgelopen jaren zijn de investeringen echter fors groter geweest, vanwege de grote projecten in deze jaren. Het huidige niveau van afschrijvingen is hierdoor hoog, zodat naar verwachting de komende jaren de investeringen lager zullen zijn dan de afschrijvingen. Op termijn zal dit stabiliseren. In 2024 zijn de investeringen voor het eerst in jaren lager geweest dan begroot, waarna dit ook het geval was in 2025. Over een langere termijn wordt wel steeds het genoemde principe in het oog gehouden, zo ook in de meerjarenbegroting van 2026-2030. Per begrotingsjaar kan dit overigens wel afwijken afhankelijk van de fasering van bepaalde grote investeringen, bijvoorbeeld bij de aanschaf van grote partijen laptops. 

In 2025 hebben de volgende investeringen plaatsgevonden:

Tabel 2: Investeringen 2025

  Omschrijving         Realisatie 2025   Begroting 2025   Verschil
  Gebouwen en terreinen         296.350   373.000   -76.650
  Hard- & software         293.400   946.600   -653.200
  Overige         160.700   183.000   -22.300
  Totaalsaldo         750.450   1.502.600   -752.150

Kasstromen en financiering

De kasstroom is ultimo 2025 met € 2.173.000 positief uitgekomen. Dit is met name veroorzaakt door de lager dan begrote investeringen in 2025 en door het positieve resultaat. Daarnaast zitten veel kosten in het ophogen van de voorzieningen, maar heeft dat (nog) niet geleid tot een uitgaande kasstroom. 

Tabel 3: Kasstromen 2025

Alle bedragen x € 1.000

      2025   2024
  Bedrijfsresultaat   1.193   17
  Aanpassingen voor: Afschrijvingen en voorzieningen   2.216   1944
  Veranderingen in vlottende middelen   69   1.759
  Kasstroom uit bedrijfsoperaties   3.478   3.720
           
  Saldo financieringslasten   -51   -126
  Kasstroom uit operationele activiteiten   3.427   3.594
           
  Kasstroom uit investeringsactiviteiten   -729   -128
  Kasstroom uit financieringsactiviteiten   -525   -605
  Mutatie geldmiddelen   2.173   2.862

Financiële instrumenten

Hogeschool Viaa maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten. Deze instrumenten zijn bedoeld om de risico’s voor de organisatie te verminderen, maar kunnen ook zelf de onderneming blootstellen aan markt- en/of kredietrisico’s. Dit betreft financiële instrumenten die zijn opgenomen in de balans. Hogeschool Viaa handelt niet in deze financiële derivaten en heeft procedures en gedragslijnen om de omvang van het kredietrisico bij elke tegenpartij of de markt te beperken.

Continuïteit

Toekomstparagraaf

De meerjarenbegroting 2026-2030 is begin 2025 vastgesteld door het college van bestuur, na instemming van de medezeggenschapsraad en goedkeuring door de raad van toezicht. In deze meerjarenbegroting is een taakstelling opgenomen vanaf 2028. Deze taakstelling is opgenomen deels vanuit verwachte verdere bezuinigingen vanuit de rijksoverheid en met name doordat St. Hogeschool Viaa in de toekomst een afname verwacht in het aantal studenten. Met het nieuwe kabinet is het mogelijk dat bezuinigingen (ten dele) worden teruggedraaid, echter is dat op moment van schrijven nog niet bekend.  

Tabel 4: Studenten en personeel meerjarenbegroting

      2025   2026   2027   2028   2029   2030
Aantal studenten:                          
Situatie op 1-10 van het jaar     2.047   2.005   1.961   1.969   1.962   1.961
Personele bezetting (in fte):                          
Management/Directie     12,1   12,1   12,1   12,1   12,1   12,1
Onderwijzend personeel     116,5   112,1   112,3   112,0   109,7   109,6
Overige medewerkers     69,6   66,2   66,0   66,0   65,0   64,6
Totaal     198,2   190,4   190,4   190,2   186,8   186,3

In dit meerjarenscenario zal het aantal studenten de komende jaren dalen en vervolgens stabiliseren op ongeveer 1.950 studenten. De demografische ontwikkelingen laten een verwachte terugloop in uitstroom uit het voorgezet onderwijs zien in de komende jaren. De verwachting vanuit OCW is dat deze daling de komende jaren sterker zal zijn en vervolgens licht dalend/stabiel zal zijn. De regio’s noord en oost zullen hoogstwaarschijnlijk de sterkste krimp kennen. Dit zijn de regio’s waar een groot deel van de studenten van Viaa vandaan komt. In onze prognose is mede aansluiting gezocht met de trend die OCW voorziet voor Viaa.

De instroom op 1 oktober 2025 is hoger uitgekomen dan de gestelde doelen en was iets hoger in vergelijk met de instroom per 1 oktober 2024. Het totaal aantal studenten is met 2.047 iets lager dan bij de vorige peildatum (2.077). De personele ontwikkeling volgt waar nodig de ontwikkeling van het aantal studenten, dit is ook op die manier verwerkt in de meerjarenbegroting van 2026-2030. Vanwege de verwachte daling in studentaantal is voor personele inzet rekening gehouden met het voorzienbare natuurlijk verloop. Dit is tot stand gekomen op basis van verwacht natuurlijk verloop, waaronder pensioneringen en het verlopen van tijdelijke uitbreidingen en tijdelijke contracten. Hierbij is rekening gehouden met eventuele noodzakelijke vervanging bij pensionering, of doorzetten van tijdelijke contracten/uitbreidingen, bij de voor de organisatie kritische functies en/of expertise. 

Afhankelijk van resultaatontwikkeling en de studentenaantallen kan de meerjarenbegroting worden bijgesteld.

Tabel 5: Exploitatieoverzicht meerjarenbegroting

Alle bedragen x € 1.000

      2025   2026   2027   2028   2029   2030
Baten                          
Rijksbijdrage     20.657   20.131   19.404   18.563   18.393   18.226
Collegegelden     4.924   5.049   5.057   4.985   4.993   4.978
Baten werk in opdracht van derden     1.893   2.732   2.779   2.332   2.358   2.389
Overige baten     374   325   329   325   329   325
Totaal Baten     27.847   28.236   27.570   26.205   26.073   25.918
                           
Lasten                          
Personeelskosten     21.550   22.197   21.471   20.456   20.193   20.166
Afschrijvingen     1.374   1.319   1.359   1.449   1.474   1.474
Huisvestingskosten     855   857   858   859   860   861
Overige lasten     2.806   3.151   3.121   3.136   3.117   3.133
Totaal lasten     26.585   27.523   26.808   25.900   25.643   25.633
Saldo Baten en Lasten     1.262   713   762   304   430   285
Saldo Financiële bedrijfsvoering     -51   -72   -59   -46   -34   -21
Totaal Resultaat     1.211   641   703   258   396   264
                           

Hogeschool Viaa heeft het jaar 2025 positief afgesloten, het resultaat is uitgekomen op € 1.211.000 positief, bij een begroting van € 563.000 positief. In 2025 is uiteindelijk minder fte ingezet dan begroot en zijn de inkomsten vanuit de tweede en derde geldstroom, als de overige OCW-subsidies hoger dan begroot. Doordat de overige lasten daarnaast ook lager waren dan begroot, mede door een verhoogd kostenbewustzijn, is het resultaat uiteindelijk positiever dan was begroot. 

Voor de begroting van 2026 en verder is uitgegaan van een Rijksbijdrage per student conform de laatste berichtgevingen van OCW voor 2025. Voor de begroting van de rijksbekostiging van 2027 kan al een relatief betrouwbare schatting worden gemaakt, omdat de telling op 1 oktober 2025 bekend is. Hieruit volgt dat Viaa ongeveer vijfentwintig minder bekostigde inschrijvingen en graden heeft dan in 2026 (telling 1 oktober 2024). Daarnaast verwachten we dat de rijksbijdrage per bekostigde graad en/of student ongeveer €250,- lager ligt dan voor boekjaar 2026. Het gevolg is dat naar verwachting € 730.000 minder aan bekostiging wordt ontvangen dan in 2026.

De baten uit collegegelden zijn afgelopen jaren deels beïnvloed door de maatregel ‘halvering collegegeld’ voor alle eerstejaars studenten en tweedejaars pabo-studenten. In studiejaar 2025/2026 loopt deze maatregel er volledig uit. Hierdoor is het collegegeld afgelopen jaren toegenomen, ondanks een terugloop in studenten. De hogere indexatie van afgelopen jaren had ook een verhogend effect. Ondanks een verwachte terugloop in studentaantal blijft deze inkomstenbron relatief stabiel in 2026 en 2027. Nadien verwachten we dat dit wat gaat dalen, door de terugloop in studenten. 

De baten ‘werk in opdracht van derden’ en ‘overige baten’ zijn voorzichtig realistisch begroot. De jaren 2026 en 2027 kennen een significant hogere begrote omzet dan voor de jaren daaropvolgend. Dat komt omdat de subsidie ‘Maatschappelijke Diensttijd’ loopt t/m 2027. 

In de personele lasten is een stijging waarneembaar ten opzichte van de realisatie van 2025. Dit wordt met name veroorzaakt door de nieuwe cao hbo 2026, waarin per 01-01-2026 een loonsverhoging is doorgevoerd.

De huisvestingslasten zullen naar verwachting relatief constant blijven (op prijspeil 2026). 

De overige lasten zullen naar verwachting hoger uitkomen dan in 2025, maar zijn wel lager dan was begroot voor 2025.  We verwachten dat de kosten met betrekking tot ICT jaarlijks zullen toenemen. Met name het onderwerp cybersecurity zorgt voor een toename van de lasten. Hieronder vallen onder andere de audits die St. Hogeschool Viaa krijgt als gevolg van het NBA IT kader voor het onderwijs en de daar uitvloeiende verbeterpunten. 

Voor 2026 en 2027 wordt een positief resultaat verwacht, als gevolg van de ingezette koers. Vanwege de verwachte impact van een terugloop van studentenaantallen en het mogelijk niet (volledig) terugdraaien van de bezuinigingsmaatregelen van het vorige kabinet, komt het resultaat in de jaren 2028 t/m 2030 negatief uit. Hiertoe is in de meerjarenbegroting een taakstelling opgenomen van € 400.000 in 2027 en € 1.200.000 in 2028. De ontwikkeling van de inschrijvingen voor studiejaar 26/27 wordt nauw gemonitord. Voor de zomer van 2026 hopen we meer zicht te hebben op de verwachte realisatie voor 2027 en 2028 en de daaraan verbonden taakstellingen. 

De financiële situatie van Hogeschool Viaa blijft naar verwachting echter ook in de toekomst gezond, als de opgenomen taakstellingen worden behaald. De kengetallen, ook meerjaren, laten een financieel gezonde organisatie zien.

Tabel 6: Balans meerjarenbegroting

Alle bedragen x € 1.000

  Balans   2025   2026   2027   2028   2029   2030
  Activa                        
  Materiële vaste activa   12.867   12.572   12.487   11.855   11.071   10.171
  Voorraden en onderhanden projecten   206   206   206   206   206   206
  Vorderingen   894   894   894   894   894   894
  Liquide middelen   8.065   8.317   8.387   8.688   9.244   9.798
  Totaal Activa   22.032   21.988   21.974   21.643   21.415   21.070
                           
  Passiva                        
  Eigen vermogen                        
  - Algemene reserve publiek   6.085   6.725   7.427   7.685   8.081   8.345
  - Bestemmingsreserve privaat   250   250   250   250   250   250
  Voorzieningen   1.904   1.904   1.904   1.904   1.904   1.904
  Langlopende schulden   5.480   4.956   4.432   3.908   3.384   2.860
  Kortlopende schulden   8.313   8.153   7.962   7.896   7.797   7.712
  Totaal Passiva   22.032   21.988   21.974   21.642   21.415   21.070

De ontwikkeling van de balans en de liquiditeiten van Hogeschool Viaa werd in grote mate beïnvloed door de renovatie tweede fase in de jaren 2021-2023. Deze had een verdere toename van de materiële vaste activa, toename langlopende schulden en afname van liquide middelen tot gevolg in de afgelopen jaren. Vanaf 2023 zien we weer een afname van de materiële vaste activa door lagere investeringen en hogere afschrijvingen en vanwege de jaarlijkse aflossing op de langlopende schulden zijn deze ook afgenomen, terwijl de liquide middelen weer zijn toegenomen. Het positieve resultaat over 2025 heeft tevens een positieve impact op het banksaldo. De verwachte positieve resultaten over de periode 2026 t/m 2030 (na taakstelling), lagere investeringen dan in de periode 2021-2023 en verdere aflossing van de langlopende schulden hebben een positieve bijdrage op de balansposities en de kasstroom van Viaa. Deze dragen namelijk bij aan een positieve ontwikkeling van de liquiditeit, het netto werkkapitaal en het weerstandsvermogen. Ten aanzien van de signaleringswaarde 'normatief publiek eigen vermogen' zien we dat zowel op balansdatum als in de toekomstverwachting geen overschrijding wordt verwacht. 

Tabel 7: Kengetallen meerjarenbegroting

  Streef- waarde   2025   2026   2027   2028   2029   2030
Solvabiliteit, in % 30,0   28,8   31,7   34,9   36,7   38,9   40,8
Liquiditeit (CR) 0,75   1,10   1,16   1,19   1,24   1,33   1,41
Nettowerkkapitaal > 0   852   1.264   1.525   1.892   2.547   3.186
Huisvestingsratio, in % < 15   8,4   7,9   8,3   8,9   9,1   9,1
Rentabiliteit Eigen Vermogen, in % > 1   19,1   9,2   9,2   3,3   4,8   3,1
Rentabiliteit in % van totale baten > 2   4,3   2,3   2,5   1,0   1,5   1,0
Personeelskosten in % van totale lasten < 80   81,1   80,6   80,1   79,0   78,7   78,7
Weerstandsvermogen, in % 5,0   22,7   24,7   27,8   30,3   32,0   33,2
DSCR 1,00   4,01   1,28   1,11   1,47   1,89   1,90

In het jaar 2025 was er sprake van een positieve kasstroom vanwege de lagere dan begrote investeringen en het positieve resultaat. Dit zal naar verwachting ook in het jaar 2026 weer positief zijn, met name als gevolg van het verwachte positieve resultaat. Het solvabiliteitsratio zit in 2025 nog wel onder de signaleringswaarde van 30%. Dit betreft echter een momentopname en is al een verbetering t.o.v. de situatie per 31-12-2024. Daarom baart dit verder geen zorgen, mede omdat de verwachting is dat de solvabiliteit in het meerjarenperspectief zal verbeteren en vanaf 2026 weer boven de signaleringswaarde uit zal komen. Het liquiditeitsratio was in 2023 onder de signaleringswaarde, maar vanaf 2024 weer erboven. Deze zal naar verwachting nog verder stijging.

De kengetallen zullen in de jaren van de meerjarenbegroting steeds boven de norm blijven en naar verwachting verbeteren. Hierbij is wel de kanttekening dat de in de meerjarenbegroting opgenomen taakstelling wordt behaald. 

Risicomanagement

Intern risicobeheersingssysteem

Onze onderwijsinstelling heeft een intern risicobeheersingssysteem ingericht om de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs te waarborgen. Dit systeem is ontworpen om risico's te identificeren, te analyseren en te beheersen, zodat we onze onderwijskundige doelen kunnen bereiken en de kwaliteit van het onderwijs voortdurend kunnen verbeteren. In 2025 is gestart met een integrale risicoanalyse, waarbij tevens het doel is het risicobeheersingssysteem meer in de organisatie te integreren en formaliseren. Deze zal in de loop van 2026 verder worden uitgerold. 

Het risicobeheersingsproces begint met de identificatie van risico's die van invloed kunnen zijn op onze organisatie. Deze risico's worden jaarlijks geïnventariseerd en gewaardeerd op basis van hun potentiële impact en de kans dat ze zich voordoen. Tevens wordt beoordeeld of en zo ja, welke beheersingsmaatregelen getroffen moeten worden. De doelstelling is om dit in 2026 meer te kwantificeren. 

Het interne risicobeheersingssysteem wordt periodiek gemonitord en geëvalueerd om ervoor te zorgen dat het effectief blijft. Dit betreffen zowel interne evaluaties als externe audits. 

Het bestuur is verantwoordelijk voor de implementatie en het toezicht op het interne risicobeheersingssysteem. 

Belangrijkste risico's

In de hogeschool is verder gewerkt aan het ontwikkelen van het risicomanagement. We proberen risico’s zoveel mogelijk te voorzien, te beperken, te mitigeren en/of af te dekken. Gekozen is voor een systeem van periodieke risico-inventarisatie, zodat alle onderdelen en processen van de organisatie tijdig geëvalueerd worden.

Belangrijke risico’s zijn:

1. Rijksbijdrage: De ontwikkeling van de Rijksbijdrage kent naast de studentenaantallen ook andere (politieke) invloeden. Vanuit OCW is de informatie over de rijksbekostiging niet altijd helder. In 2025 vond er bijvoorbeeld voor een deel geen prijsbijstelling plaats terwijl dat normaliter wel altijd werd gedaan. In de loop van 2025 werd dit pas bekend gemaakt. Gegarandeerde loon- en prijsbijstelling is voor het Hoger onderwijs niet vastgelegd in de wet, terwijl dit voor het primair- en voortgezet onderwijs wel het geval is. Het niet volledig zekerheid hebben over de te verwachten subsidie-omvang is een (groot) risico voor Viaa. Strategische beslissingen moeten worden genomen, zonder dat er zekerheid is over (componenten van) de rijksbijdrage op de langere termijn. Met in beginsel elke 4 jaar een ander kabinet en daarbij mogelijk een ander politiek klimaat, geeft onzekerheid in de meerjarenbegroting als het gaat om de rijksbijdragen. 

Wanneer er niet tijdig kan worden afgeschaald in formatie met natuurlijk verloop om daling van inkomsten op te kunnen opvangen kan dit een grote financiële impact hebben. Om de financiële impact zoveel mogelijk te beperken worden scenarioberekeningen aangepast n.a.v. nieuwe informatie vanuit de rijksoverheid.  

Viaa wil meer sturen op de lastenzijde bij tijdelijke middelen. Dat wil zeggen dat moet worden ingezet op tijdelijkheid van de lasten. Bij eventuele niet doorzetting van tijdelijke middelen moet Viaa in staat zijn snel af te kunnen schalen. Het hebben van een flexibele schil is hierbij van belang. In de loop van 2025 is deze flexibele schil weer toegenomen. 

Tevens wordt in deze meerjarenbegroting ingezet op grotere reserves, c.q. betere kengetallen ten aanzien van de liquiditeit en solvabiliteit, zodat bij een (nieuw) politiek klimaat waarin bezuinigd gaat worden op onderwijs, Viaa dit goed kan doorstaan en haar activiteiten kan blijven continueren, ook op lange termijn. 

2. Studentenpopulatie (instroom, uitval en diplomering): De ontwikkeling van de studentenpopulatie is de belangrijkste pijler onder de meerjarenbegroting. Afwijkende instroom, uitval en diplomering zullen leiden tot een andere studentenpopulatie. Dit heeft voor wat betreft de baten een effect op de collegegelden (direct) en de Rijksbijdrage (t–2). Met betrekking tot de lasten zou een afwijkende studentenpopulatie gevolgen kunnen hebben voor de personele inzet en eventuele taakstelling. De gepresenteerde ontwikkeling van de studentenpopulatie is naar onze mening de beste schatting. We zijn hierbij voorzichtig realistisch geweest, op basis van de verwachtingen vanuit de afdeling Marketing en communicatie, de verwachtingen van de academiedirecteuren en op basis van de prognose van OCW. Toch kan de demografische krimp meer impact hebben dan verwacht. Dat is een risico dat na 2 jaar (t-2) een negatieve invloed heeft op de rijksbijdrage en collegegelden. Van belang is om een flexibele schil te hanteren om af te schalen wanneer nodig en een terugloop in studenten op te kunnen vangen. Vanwege de t-2 bekostiging zijn er op de langere termijn meer mogelijkheden om tijdig bij te sturen. Daarnaast worden ook de uitval en diplomering meer in kaart gebracht, zodat er meer grip is op de fluctuaties in de bekostiging als gevolg van hogere uitvalpercentages of hoge/lage slagingspercentages. 

Naast deze maatregelen zal ook de branding van Viaa weer opnieuw moeten worden doorgelicht.

3. Onderzoeksubsidies. dienstverlening en overige baten: Onder de onderzoeksubsidies, dienstverlening en overige baten ressorteren diverse activiteiten. Voor deze meerjarenbegroting is een voorzichtig realistische inschatting opgenomen als het gaat om deze opbrengstenstromen. Er wordt door Viaa ingezet op Viaa voor Professionals (VVP). De doelstelling is om het aantal activiteiten en daarmee de omzet te laten groeien. Ook de lectoraten hebben deze ambitie.  Het risico bij bezuinigingen op de rijkbekostiging is dat deze subsidies en bijdragen mogelijk nog gewilder zijn bij andere onderwijsinstellingen. Daarnaast bestaat het risico dat overheden zelf ook bezuinigen op bijv. onderzoeksubsidies. In 2025 is in de tussentijdse cijfers zichtbaar dat we de begroting gaan halen. Met de voorgenomen ambities is in deze meerjarenbegroting een zeer licht stijgend verloop opgenomen van deze opbrengstenstroom, met uitzondering van 2026 en 2027. Deze liggen fors hoger dan de andere jaren, omdat de subsidie Maatschappelijke Diensttijd t/m 2027 is gegarandeerd. De aanvraag voor 2028 is voorzichtigheidshalve niet meegenomen in deze begroting. Dat geldt eveneens voor de subsidie voor het Center for Teaching & Learning (CTL). Vanuit de dienstverlening en lectoraten is er de ambitie om de inkomsten vanuit de tweede en derde geldstromen harder te laten toenemen dan nu is begroot. Er wordt middels Viaa voor Professionals en meer samenwerking tussen de verschillende disciplines ingezet op uitbreiding van het netwerk en kennis en kunde om de subsidiebijdragen en andere opdrachten beter te verkrijgen.

4. Cao-bepalingen: Eind november 2025 is er een onderhandelingsresultaat bekend geworden voor de cao van 2026 (lopend van 01-01-2026 t/m 31-12-2026). Naast andere bepalingen zal de salarisverhoging per 01-01-2026 5% bedragen. Over 2025 is nog een eenmalige uitkering van € 700,- voor een fulltime dienstverband ontvangen. 

Vanuit de vorige cao is bepaald dat alle docentfuncties minimaal in schaal 11 moeten worden ingeschaald, in het verleden was de range voor docentfuncties van schaal 10 t/m schaal 12 afhankelijk van taken en verantwoordelijkheden. Dit heeft voor Viaa een impact van ongeveer € 175.000 in 2029. De opgenomen taakstelling in de begroting zal ook dit effect, naast de opgenomen bezuiniging vanuit de rijksoverheid en het effect van de verwachte terugloop instroom studenten, moeten dekken.

Hieruit blijkt dat ondanks gebruikelijke looncompensaties voor loonindexaties er ook regelingen in de cao kunnen worden opgenomen waarvoor geen dekking is vanuit de rijksbekostiging. Dit is een risico, wat een verhogend effect heeft op de lasten met een doorwerking op de langere termijn. Van belang is dat Viaa voldoende reserves heeft om gevolgen van dergelijke cao-wijzigingen op te kunnen vangen.  

5. Digitalisering & cybersecurity: Voor de periode van de meerjarenbegroting staan we voor grote uitdagingen op het gebied van digitalisering. Zowel als het gaat om (cyber)security als de verdere ontwikkeling met betrekking tot flexibilisering van het onderwijs. Zo is vanuit Npuls de opdracht gekomen om onder andere een Center for Teaching & Learning in te richten de komende jaren. Hiervoor is een subsidie beschikbaar gesteld, onder voorwaarde van een cofinanciering van 70%. Dit zal op z’n vroegst worden toegekend in 2026 en daarom niet meegenomen in deze meerjarenbegroting. Hiernaast is door alle hogescholen een landelijke afspraak gemaakt als het gaat om het niveau van cybersecurity waarop we als hogescholen worden geacht ingericht te zijn. Hiervoor zijn ook audits gepland. Dit heeft voor onze organisatie een enorme impact, omdat het niveau flink moet worden opgeschaald. Hiervoor is in de meerjarenbegroting jaarlijks een budget opgenomen van € 175.000, naast dat er een CISO is aangesteld (inhuur). Naar aanleiding van de uitkomsten wordt in 2026 verder gevolg gegeven aan acties om het gewenste niveau 3 te bereiken. Het risico om slachtoffer te worden van hacking of phishing wordt met de verdere digitalisering en het complexer worden van het ICT-netwerk steeds groter. Ook kleinere organisaties zijn interessant voor individuele hackers of hackerscollectieven, mede als stepping-stone naar andere (overheids)organisaties. Met de genomen en ophanden zijnde maatregelen willen we ons hier beter tegen beschermen. Desalniettemin is dit een risico wat grote impact kan hebben mocht het zich voordoen. Om dit het hoofd te kunnen bieden is het van belang dat het weerstandsvermogen toereikend is om eventuele niet door de verzekering gedekte (financiële) schade op te kunnen vangen.

6. Ziekteverzuim: Het risico is aanwezig dat er veel personeel tegelijk uitvalt en er hiervoor vervanging nodig is. Voor Viaa is dit risico groter dan bij grotere hogescholen, omdat er veel expertise ligt bij individuen, die niet zomaar kunnen worden overgenomen door een ander. Vervanging op interimbasis is kostbaar en kan een (forse) financiële impact hebben. Met het oplopend verzuim gedurende 2025 hebben we hiermee te maken gehad. De voorziening langdurig zieken is fors opgehoogd en daarnaast zijn er diverse functionarissen ingehuurd op interimbasis. Bij het niet tijdig kunnen aanwenden van voldoende vervanging kan dit ook ten koste gaan van de kwaliteit van het onderwijs. Er zal worden gestuurd op een toereikende flexibele schil om ziekteverzuim op te kunnen vangen. In de meerjarenbegroting is een risicopost opgenomen van € 150.000 per jaar om dergelijke onvoorziene omstandigheden te kunnen dekken.

7. Huisvesting/renovatie: In 2025 is de H2-gang gerenoveerd. In deze gang zijn de kantoorruimtes gerealiseerd voor het onderwijzend personeel. De gangen en lokalen op de andere verdiepingen zijn gedateerd en daarom ook toe aan renovatie. Hiervoor is een budget opgenomen van ongeveer € 400.000 per jaar, vanaf 2027. Dit is soberder dan eerst als doel was gesteld. 

De bezuinigingen vanuit de overheid, verwachte dalende studentenaantallen en daarnaast de ambities op diverse strategische niveaus kunnen een grote(re) impact hebben op de investeringen in werkplekken en onderwijsruimtes. Dat betekent dat goed moet worden nagedacht over keuzes voor de toekomst als het gaat om investeringen ten opzichte van de afschrijvingskosten voor de komende jaren. Nu de buitenzijde van het pand grotendeels is gerenoveerd, is de verwachting dat het groot onderhoud op de kortere termijn uitblijft. Dat is ook te zien in de voorziening groot onderhoud, op korte en middellange termijn zijn de uitgaven beperkt. Op langere termijn zullen deze uitgaven naar verwachting gaan stijgen, wat van impact kan zijn op de liquiditeit. Risico voor de liquiditeit is als er veel groot onderhoud gelijktijdig komt. Middels het meerjarenonderhoudsplan wordt dit gemonitord en kan er op gestuurd worden. 

8. Signaleringswaarden, bankconvenant: Zowel vanuit het ministerie als vanuit de bank zijn er eisen gesteld aan de vermogenspositie van Viaa. Het ministerie heeft signaleringswaarden voor de liquiditeit, solvabiliteit, absolute omvang van de liquide middelen en voor het bovenmatig eigen vermogen. De bank kijkt naar de Debt Service Coverage Ratio (DSCR). In de meerjarenbegroting wordt voldaan aan de signaleringswaarden van het ministerie en aan de DSCR van de bank. 

Bij het niet voldoen aan deze waarden bestaat het risico op verscherpt toezicht, aanvullende vereisten en in een negatiever scenario een versnelde terugbetaalverplichting van de langlopende schulden. Tevens houdt het in dat de liquiditeit en solvabiliteit in de gevarenzone komen en de continuïteit van Viaa in gevaar komt. Het is daarom geruststellend dat de meerjarenbegroting blijk geeft van gezonde kengetallen, hetzij wel gevolg moet worden gegeven aan de opgenomen taakstelling. Middels prognoses wordt er tijdig inzicht gegeven in de financiële verwachtingen en kan er zo nodig tijdig bijgestuurd worden. 

9. Fraude: Elke organisatie kent een frauderisico, zodoende is dit risico ook van toepassing op Viaa. Fraude kan op een tweetal manieren: verslaggevingsfraude of het onttrekken van financiële middelen of activa aan de organisatie. We zien het risico op verslaggevingsfraude met name in de overlopende posten, waarbij door complexiteit en subjectiviteit de onderhanden projecten het meest risicovol zijn. Bij deze post kan ook een onbewuste fout in de projectadministratie worden gemaakt. Het risico op het onttrekken van middelen zit met name in het proces van inkopen- en betalingen. Fraude kan verstrekkende gevolgen hebben, zowel met een financiële impact, als imagoschade. Voor 2025 is er meer ingezet op bewaking van de 2e en 3e geldstroom, zodat een (on)bewuste fout in de projectenadministratie minder makkelijk voor kan komen. In 2026 zal dit nog verder worden versterkt. Tevens worden de rechten -en rollen in het boekhoudsysteem en betaalpakket onder de loep genomen en opnieuw ingericht, zodat handelingen altijd door het systeem afgedwongen onder 4-ogen plaatsvinden en een functionaris niet in meerdere financiële pakketten autorisatierechten kan hebben. De implementatie van SpendCloud in 2025 heeft hieraan bijgedragen.

10. Samenloop publiek – privaat: Viaa kent zowel publieke als private activiteiten. Voor de eerste worden met name gelden ontvangen vanuit de rijksbijdrage. Vanuit de regelgeving is het verboden dat deze gelden worden ingezet voor private activiteiten. Vanaf boekjaar 2025 wordt de controle vanuit de accountant hierop aangescherpt middels de beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten. Omdat Viaa ook diverse private activiteiten heeft (onder andere commerciële opleidingen, catering etc.), bestaat het risico dat bij onvoldoende scheiding van deze middelen, private activiteiten worden bekostigd met publiek geld en dit onterecht niet ten laste wordt gebracht van de private reserve. Gevolg kan zijn dat een afwijking ten aanzien van de rechtmatigheid richting het ministerie wordt gecommuniceerd door de accountant en hiertoe actie wordt ondernomen door het ministerie door bijvoorbeeld verscherpt toezicht, herstelwerkzaamheden en in een negatiever scenario een korting op de rijksbijdrage. 

Daarnaast bestaat het risico dat de private activiteiten niet kostendekkend zijn en de private reserve volledig wordt verbruikt. Gevolg is dat mogelijkheden om te ontwikkelen hiermee worden beperkt en dit op termijn ten koste kan gaan van de kwaliteit van onderwijs en/of onderzoek. De scheiding van publieke en private middelen is onder onze aandacht. 

11. Natuurrampen en storingen: Grootschalige rampen komen gelukkig niet veel voor, maar als ze voorkomen hebben ze een enorme impact, omdat ze grote schade of gevaar voor mensen kunnen opleveren. Viaa is verzekerd tegen natuurrampen en brand. De schade zal (grotendeels) worden vergoed vanuit de verzekering. Continuïteit van het onderwijs wordt met dergelijke rampen meer geraakt: wanneer kan er weer onderwijs worden gegeven?

Een risico dat de laatste jaren groter is geworden is het uitvallen van netwerken (internet, energie) als gevolg van hybride oorlogsvoering. Ook Nederland kan hierdoor geraakt worden. Een voorbeeld is het stroomnetwerk gedurende langere tijd buiten werking kan zijn . De grote stroomuitval in Spanje in 2025 laat ons zien dat de gevolgen hiervan zeer groot kunnen zijn en dat de maatschappij hier beperkt op is voorbereid. 

Treasurymanagement en vastgoedbeleid

Hogeschool Viaa kent een Treasurystatuut, waarin het Treasurybeleid en de daarbij horende bevoegdheden zijn weergegeven. Het Treasurybeleid is risicomijdend. Alle gelden worden aangehouden bij instellingen met een A-rating. Overtollige liquiditeiten worden ondergebracht op een spaar- en depositorekening tegen een geldend rentepercentage van rond de 1,3%.

Het college van bestuur stelt het treasurybeleid vast en voert het uit, financiën & control adviseert over de hoofdlijnen van het treasurybeleid en het vaststellen van de kaders. De raad van toezicht houdt toezicht op het treasurybeleid en autoriseert uitzonderingen.

In vergelijk met voorgaand jaar zijn er weinig wijzigingen. Het treasurystatuut is niet gewijzigd. Er wordt nu iets minder rente ontvangen op de spaarrekeningen. In 2024 was dat 1,7%, in 2025 betrof dit rond de 1,3% . 

Overzicht uitstaande gelden op balansdatum:
Gelden op rekening-courant:
€ 1.356.594 (dagelijks opvraagbaar)

Gelden op spaar- en depositorekening:
< 1 maand: 
€ 6.683.873 (dagelijks opvraagbaar; vast rentepercentage)

Langlopende schulden:
In 2016 is een lening verstrekt door de Provincie Overijssel, vertegenwoordigd door het Energiefonds Overijssel II B.V. in het kader van de renovatie van het schoolgebouw te Zwolle. De lening kent een hoofdsom van € 5.000.000 en een looptijd van 15 jaar. Daarnaast is in 2018 een aanvullende lening verstrekt door Pettelaar Effectenbewaarbedrijf N.V., vertegenwoordigd door de ASN Bank (Groenprojectenpool), waarin een deel van de oorspronkelijke hoofdsom van de lening van het Energiefonds Overijssel II B.V. is overgenomen door de ASN Bank. Ook deze lening staat in het kader van de renovatie van het schoolgebouw. Deze lening kent een hoofdsom van € 3.000.000 en een looptijd van 15 jaar. Met ingang van 1 augustus 2024 is het beheer van de lening overgedragen aan Startgreen Capital, werkzaam onder de juridische naam CL Venture Partners B.V. De leningverstrekker en de voorwaarden zijn hiermee niet gewijzigd. 

In 2021 is een aanvullende financiering verstrekt door de Provincie Overijssel, vertegenwoordigd door het Energiefonds Overijssel II B.V. in het kader van de tweede fase van de renovatie van het schoolgebouw aan de Wethouder Alferinkweg te Zwolle. De tweede fase betreft de binnenzijde en benedenverdieping, aula en overige ruimtes (Agora) en tevens sloop en afronden van het laatste deel van de buitenzijde (Annex). Deze lening kent een hoofdsom van € 1.550.000 en is verstrekt onder dezelfde voorwaarden als de oorspronkelijke lening.

Publiek / privaat

Met ingang van 2013 heeft de hogeschool haar beleid heroverwogen ten aanzien van de scheiding tussen publieke en private activiteiten. Voor 2013 werd geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen beide soorten van activiteiten, vanaf dat jaar zijn ze scherp onderscheiden. Onder private activiteiten worden die activiteiten verstaan die niet vallen onder de wettelijke opdracht die een hbo-instelling heeft, maar wel in het verlengde liggen van de taken van de hogeschool. Het resultaat van deze activiteiten wordt verwerkt in een afzonderlijke (private) bestemmingsreserve. 

​Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten

Hogeschool Viaa kent meerdere private activiteiten, waaronder zij-instroom, contractonderwijs, catering en overige activiteiten. In beginsel gaan de baten en lasten voortkomende uit deze activiteiten ten gunste/ten laste van de private reserves. Vanuit de beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten moeten worden getoetst of de genoemde activiteiten voldoen aan de voorwaarden opgesomd in de beleidsregel. 

Conform de Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten, zoals vastgesteld in artikel 3, voldoen al onze private activiteiten aan de gestelde voorwaarden. Deze beleidsregel stelt duidelijk dat private activiteiten in lijn moeten zijn met de wettelijke taak van de bekostigde instelling en dat de investering niet mag leiden tot oneerlijke concurrentie. Daarnaast moet de private activiteit aantoonbare meerwaarde opleveren voor de bekostigde wettelijke taak en moet volledig en transparant verantwoording worden afgelegd in het bestuursverslag.

Meerwaarde

Het contractonderwijs ligt in het verlengde van de bekostigde opleidingen en is veelal een verdere verdieping. Dit is bevorderend voor de kennis en kunde van de docenten. Tevens betreffen het veelal cursisten uit het werkveld, wat een andere dynamiek geeft in de lessen. Er komt andere input naar voren, mede met ervaringen uit het werkveld, wat ook als ervaring mee kan worden genomen in het bekostigd onderwijs.

De zij-instroom ligt eveneens in het verlengde van het bekostigd onderwijs. Dit betreffen studenten met veelal een andere achtergrond. De lessen worden gegeven door docenten die ook bekostigd onderwijs geven. Ook hierbij worden er aanvullende vaardigheden van de docenten vereist (en ontwikkeld). Het bekostigd onderwijs plukt hier mede de vruchten van. Tevens zijn de zij-instromers hard nodig om voldoende onderwijsgevend personeel in Nederland te hebben en behouden.

De opdrachten derden betreffen met name vragen vanuit de maatschappij. Hier valt vooral het praktijkgerichte onderzoek onder. Hiermee wordt nieuwe kennis ontwikkeld en verkregen wat toepasbaar is in het bekostigde onderwijs.  

De catering betreft voor een deel voorzieningen voor personeel en studenten, hetgeen onder publiek valt. Daarnaast zijn er reguliere cateringactiviteiten waarbij er broodjes en soep worden geserveerd. De catering draagt bij aan verbinding en saamhorigheid binnen de onderwijsinstelling. Een dergelijk welzijnsaspect heeft een positief effect op de kwaliteit van het bekostigde onderwijs. 

Beleid en beheer

In het komende jaar zullen we onze inspanningen voortzetten om onze private activiteiten verder te optimaliseren en te zorgen dat deze (blijven) voldoen aan de gestelde voorwaarden. De discussies die nog spelen omtrent de beleidsmaatregel worden door ons nauwlettend gevolgd. Nieuwe private activiteiten zullen door control worden gemonitord en worden getoetst aan de gestelde voorwaarden in de beleidsmaatregel, daarmee worden ze onderdeel van het besluitvormingsproces. 

Juridische en organisatorische inbedding en verantwoordelijkheid

De activiteiten vallen onder stichting Hogeschool Viaa en worden op aparte kostenplaatsen geboekt. De primaire verantwoordelijkheid voor de activiteiten ligt bij het College van Bestuur. 

In onderstaande tabel 8 zijn de baten uit private activiteiten opgenomen:

Tabel 8: geïnvesteerde publieke middelen in private activiteiten

Activiteit Baten Geïnvesteerde publieke middelen*
     
Contractonderwijs  € 663.798   € - 
Zij-instromers  € 83.435   € - 
Catering  € 85.119   € - 
Opdrachten derden  € 404.166   € - 
Overige  € 126.105   € - 
     
Totaal  € 1.362.623   € -