Spring naar inhoud

Jaarrekening 2025

Jaarrekening 2025

Balans

Balans (na resultaatsbestemming) per 31 december 2025

Alle bedragen x € 1.000

      31/12/2025   31/12/2024
           
1 Activa        
           
  Vaste activa        
1.2 Materiële vaste activa   12.867   13.499
           
  Vlottende activa        
1.4 Voorraden 46   32  
1.4 Onderhanden projecten 160   134  
1.5 Vorderingen 894   708  
1.7 Liquide middelen 8.065   5.893  
           
      9.165   6.767
           
  Totaal activa   22.032   20.266
           
2 Passiva        
           
2.1 Eigen vermogen   6.335   5.124
           
2.2 Voorzieningen   1.904   1.012
           
2.3 Langlopende schulden   5.480   6.005
           
2.4 Kortlopende schulden   8.313   8.125
           
  Totaal passiva   22.032   20.266

Staat van baten en lasten

Staat van baten en lasten over 2025

Alle bedragen x € 1.000

    2025 Begroting 2025 2024
         
3 Baten      
         
3.1 Rijksbijdragen 20.657 19.837 19.659
3.3 Collegegelden 4.924 4.802 4.364
3.4 Baten werk in opdracht van derden 1.893 2.204 2.152
3.5 Overige baten 374 242 228
         
  Totaal baten 27.847 27.085 26.403
         
4 Lasten      
         
4.1 Personeelslasten 21.550 20.568 20.968
4.2 Afschrijvingen 1.374 1.579 1.519
4.3 Huisvestingslasten 855 931 1.314
4.4 Overige lasten 2.806 3.320 2.585
         
  Totaal lasten 26.585 26.398 26.386
         
  Saldo baten en lasten 1.262 687 17
         
5 Financiële baten en lasten -51 -124 -126
         
  Resultaat 1.211 563 -109

Kasstroomoverzicht

Alle bedragen x €1.000

      2025   2024
           
  Bedrijfsresultaat   1.262   17
           
  Aanpassingen voor:        
4.2 Afschrijvingen 1.362   1.519  
2.2 Mutatie voorzieningen 892   425  
      2.254   1.944
           
  Veranderingen in vlottende middelen:        
1.4 Voorraden -40   -137  
1.5 Debiteuren -42   178  
  Overige vorderingen -144   -99  
2.4 Crediteuren 214   11  
  Overige schulden -26   1.806  
      -38   1.759
  Kasstroom uit bedrijfsoperaties   3.478   3.720
           
5.1 Rentebaten 82   40  
5.2 Rentelasten -133   -166  
      -51   -126
  Kasstroom uit operationele activiteiten   3.427   3.594
           
  Investeringen in vaste activa -729   -128  
  Kasstroom uit investeringsactiviteiten   -729   -128
           
2.3 Langlopende leningen -525   -605  
  Kasstroom uit financieringsactiviteiten   -525   -605
           
  Mutatie geldmiddelen   2.173   2.862

Grondslagen voor waardering activa en passiva

Verslaggevingsjaar

Het verslaggevingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

Valuta

De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s, de functionele valuta van de organisatie. Alle financiële informatie in euro’s is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.

Juridische vorm en voornaamste activiteiten

De organisatie is een stichting. De activiteiten van de instelling bestaan voornamelijk uit onderwijs. De statutaire vestigingsplaats is Zwolle. 

Toegepaste standaarden

De jaarrekening is opgesteld volgens de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. In deze regeling is bepaald dat de bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (in het bijzonder RJ 660 Onderwijsinstellingen) van toepassing zijn, met inachtneming van de daarin aangeduide uitzonderingen.De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten.

Continuïteit

Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

In de balans, de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting.

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling

Voor zover niet anders is vermeld worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde.

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige, economische voordelen naar de Stichting zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans als een transactie (met betrekking tot het actief of de verplichting) niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen.

Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

De baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. Opbrengsten worden verantwoord indien alle belangrijke risico’s met betrekking tot de handelsgoederen zijn overgedragen aan de koper.

Gebruik van schattingen

Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat de leiding van de instelling zich over verschillende zaken een oordeel vormt, en dat de leiding schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in art. 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten.

De volgende waarderingsgrondslag is naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereist schattingen en veronderstellingen: voorzieningen.

Materiële vaste activa

Bedrijfsgebouwen en -terreinen, inventaris, apparatuur en andere vaste activa worden gewaardeerd tegen hun kostprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kostprijs van de genoemde activa bestaat uit de verkrijgingsprijs en overige kosten om de activa op hun plaats en in de staat te krijgen noodzakelijk voor het beoogde gebruik. Op materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering, alsmede vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven.

Subsidies op investeringen worden in mindering gebracht op de verkrijgingsprijs van de activa waarop de subsidies betrekking hebben.

De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de economische levensduur. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij desinvestering.

De volgende afschrijvingspercentages worden hierbij gehanteerd:
Gebouwen: 3,3
Groot onderhoud: 2,5-20
Verbouw: 5
Installaties: 20
Andere vaste bedrijfsmiddelen: 10-25

Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd als zij de gebruiksduur van het object verlengen en/of leiden tot toekomstige prestatie-eenheden met betrekking tot het object. De verwachte kosten van periodiek groot onderhoud aan gebouwen, installaties en dergelijke worden verwerkt in de kostprijs, middels de componentenbenadering. Hiertoe worden deze kosten als een afzonderlijk samenstellend deel van het desbetreffende actief geïdentificeerd. De desbetreffende component van het actief wordt dan afgeschreven in de periode tot aan het moment van uitvoeren van het groot onderhoud.

Buiten gebruik gestelde activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.

Bijzondere waardeverminderingen van materiële vaste activa

Voor materiële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.

Wanneer de boekwaarde van een actief (of een kasstroomgenererende eenheid) hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Indien sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies van een kasstroom-genererende eenheid, wordt het verlies allereerst toegerekend aan goodwill die is toegerekend aan de kasstroomgenererende eenheid. Een eventueel restant verlies wordt toegerekend aan de andere activa van de eenheid naar rato van hun boekwaarden.

Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroomgenererende eenheid) geschat. Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of kasstroomgenererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of kasstroomgenererende eenheid) zou zijn verantwoord.  Een bijzonder waardeverminderingsverlies voor goodwill wordt niet teruggenomen in een volgende periode.

Voorraden

De voorraad gebruiksgoederen is gewaardeerd tegen inkoopwaarde, onder aftrek van een voorziening voor incourantheid.

Onderhanden projecten

De post onderhanden projecten bestaat uit het saldo van gerealiseerde projectkosten, toegerekende winst, verwerkte verliezen en reeds gedeclareerde termijnen.

In de waardering van onderhanden projecten worden de kosten die direct betrekking hebben op het project (zoals personeelskosten voor werknemers direct werkzaam aan het project, kosten van materialen en kosten die bij de uitvoering van het project worden gebruikt), de kosten die toerekenbaar zijn aan projectactiviteiten in het algemeen en toewijsbaar zijn aan het project en andere kosten die contractueel aan de opdrachtgever kunnen worden toegerekend, begrepen.

De toerekening van opbrengsten, kosten en winstneming op onderhanden projecten geschiedt naar rato van de verrichte prestaties bij de uitvoering van het werk (‘percentage of completion’-methode ). De mate waarin prestaties van een onderhanden project zijn verricht wordt bepaald aan de hand van de tot de balansdatum gemaakte projectkosten in verhouding tot de geschatte totale projectkosten. Verwerking vindt plaats zodra een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van het resultaat van een onderhanden project. 

Het resultaat van een aanneemcontract kan betrouwbaar worden ingeschat als de totale projectopbrengsten, de vereiste projectkosten om het project af te maken en de mate waarin het onderhanden project is voltooid betrouwbaar kunnen worden vastgesteld, het waarschijnlijk is dat de economische voordelen naar de stichting zullen toevloeien en de aan het onderhanden project toe te rekenen projectkosten duidelijk te onderscheiden zijn en op betrouwbare wijze te bepalen zijn.

Het resultaat van een regiecontract kan betrouwbaar worden ingeschat als het waarschijnlijk is dat de economische voordelen naar de stichting zullen toevloeien en de aan het onderhanden project toe te rekenen projectkosten duidelijk te onderscheiden zijn en op betrouwbare wijze te bepalen zijn.

Indien het resultaat van een onderhanden project niet betrouwbaar kan worden ingeschat, worden de projectopbrengsten slechts verwerkt in de winst-en-verliesrekening tot het bedrag van de gemaakte projectkosten dat waarschijnlijk kan worden verhaald. De projectkosten worden verwerkt in de winst- en verliesrekening in de periode waarin ze zijn gemaakt .

Onder projectopbrengsten wordt verstaan de in het contract overeengekomen opbrengsten vermeerderd met eventuele opbrengsten op grond van meer- of minderwerk, claims en vergoedingen, indien en voor zover het waarschijnlijk is dat de opbrengsten zullen worden gerealiseerd en betrouwbaar kunnen worden bepaald . De projectopbrengsten worden bepaald op de reële waarde van de tegenprestaties die is of zal worden ontvangen.

Uitgaven die verband houden met projectkosten die na de balansdatum tot te verrichten prestaties leiden, worden als onderdeel van de voorraden (onderhanden werk of vooruitbetalingen)/ overlopende activa verwerkt indien het waarschijnlijk is dat ze in een volgende periode zullen leiden tot opbrengsten. Verwerking van de projectkosten in de winst- en verliesrekening vindt plaats als de prestaties in het project worden geleverd en zijn gerealiseerd. Verwachte verliezen op onderhanden projecten worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening verwerkt. Het bedrag van het verlies wordt bepaald ongeacht of het project reeds is aangevangen, het stadium van realisatie van het project of het bedrag aan winst dat wordt verwacht op andere, niet gerelateerde projecten.

Financiële instrumenten

Algemeen

Hogeschool Viaa maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van uiteenlopende, financiële instrumenten die de stichting blootstellen aan markt- en/of kredietrisico's. Om deze risico’s te beheersen heeft de stichting een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s te beperken van onvoorspelbare, ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestaties van de stichting. Hogeschool Viaa handelt niet in financiële derivaten en heeft procedures en gedragslijnen om de omvang van het kredietrisico bij elke tegenpartij of markt te beperken.

Financiële activa en financiële verplichtingen worden in de balans opgenomen op het moment dat contractuele rechten of verplichtingen ten aanzien van dat instrument ontstaan. Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen. Financiële instrumenten (en afzonderlijke componenten van financiële instrumenten) worden in de geconsolideerde jaarrekening gepresenteerd in overeenstemming met de economische realiteit van de contractuele bepalingen. Presentatie vindt plaats op basis van afzonderlijke componenten van financiële instrumenten als financieel actief, financiële verplichting of als eigen vermogen.

Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Indien instrumenten bij de vervolgwaardering niet worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de staat van baten en lasten maken eventuele direct toerekenbare transactiekosten deel uit van de eerste waardering. In contracten besloten financiële instrumenten die niet worden gescheiden van het basiscontract, worden verwerkt in overeenstemming met het basiscontract.

Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd.

De stichting ziet erop toe dat er voldoende opvraagbare tegoeden zijn om gedurende een periode van 90 dagen de verwachte operationele kosten te dekken, inclusief het voldoen aan de financiële verplichtingen. Hierin is geen rekening gehouden met het eventuele effect van extreme omstandigheden die redelijkerwijs niet kunnen worden voorspeld, zoals natuurrampen.

Saldering financiële instrumenten

Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als de onderneming beschikt over een deugdelijk juridisch instrument om het financiële actief en de financiële verplichting gesaldeerd af te wikkelen en de onderneming het stellige voornemen heeft om het saldo als zodanig netto of simultaan af te wikkelen.Als sprake is van een overdracht van een financieel actief dat niet voor verwijdering uit de balans in aanmerking komt, wordt het overgedragen actief en de daarmee samenhangende verplichting niet gesaldeerd.

Kredietrisico

Er is een beperkt kredietrisico te onderkennen; veruit de grootste debiteur (ruim 70% van de omzet) is het Ministerie van OCW. De overige debiteuren zijn marktpartijen/instellingen en ouders/studenten. De omzet bij deze debiteuren is ongeveer 30% van het totaal. Om het risico voor dat deel te beperken wordt gebruikgemaakt van overeenkomsten en een strikt invorderingsbeleid.

Renterisico en kasstroomrisico

Het renterisico bestaat uit eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen leningen en (tussentijdse) rentefluctuaties. Voor vorderingen en schulden met variabel rentende renteafspraken loopt de onderneming risico ten aanzien van toekomstige kasstromen en met betrekking tot vastrentende leningen reële-waarderisico. Eind 2025 bestaan geen vorderingen of schulden met variabel rentende renteafspraken.

Liquiditeitsrisico

De onderneming bewaakt de liquiditeitspositie door middel van opvolgende liquiditeitsbegrotingen. Het management ziet erop toe dat voor de onderneming steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen en dat tevens voldoende financiële ruimte beschikbaar blijft onder de beschikbare faciliteiten om steeds binnen de gestelde leningconvenanten te blijven.

Reële waarde

De reële waarde van de in de balans verantwoorde financiële instrumenten, waaronder vorderingen, liquide middelen en kortlopende schulden, is gelijk aan de boekwaarde ervan.

Vorderingen

Vorderingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde, na eerste verwerking worden vorderingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering. De looptijd van de vorderingen is < 1 jaar. Vorderingen waartegenover ook een schuld staat in de vorm van vooruit ontvangen bedragen, zijn gesaldeerd opgenomen in de balans voor zover toegestaan.

Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Indien liquide middelen niet ter vrije beschikking staan, wordt hiermee rekening gehouden bij de waardering. Liquide middelen die naar verwachting langer dan 12 maanden niet ter beschikking staan van de onderneming, worden gerubriceerd als financiële vaste activa.

Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit algemene reserves en bestemmingsreserves. Hierin is tevens een segmentatie opgenomen naar publieke en private middelen.De bestemmingsreserves zijn reserves met een beperktere bestedingsmogelijkheid, die door het bestuur is aangebracht. Er bestaat echter geen betalingsverplichting.

Voorzieningen

Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer er sprake is van:

  • Een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden;
  • Waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt; en
  • Het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is.

De voorzieningen betreffen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen.

Voorziening spaarverlof

De voorziening wordt gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen.

Jubileumvoorziening

De voorziening jubilea wordt opgenomen op basis van de contante waarde van de toekomstige verplichtingen en is berekend aan de hand van een inschatting van de toekomstige uitbetaling per medewerker, op basis van het aantal dienstjaren, rekening houdend met sterftekans en blijfkans, contant gemaakt tegen 3%.

Voorziening reorganisatie

De voorziening wordt gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen.

Voorziening langdurig zieken

De voorziening wordt gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen.

In 2025 is een schattingswijziging toegepast met betrekking tot de voorziening voor loondoorbetaling bij ziekte. Tot en met 2024 werd uitsluitend een voorziening gevormd voor werknemers die langer dan 42 weken arbeidsongeschikt waren. Vanaf 2025 wordt de voorziening bepaald op basis van een individuele beoordeling per zieke werknemer, waarbij rekening wordt gehouden met de verwachte duur van het verzuim en de kans op langdurige arbeidsongeschiktheid.

Deze wijziging leidt tot een betere aansluiting van de voorziening op de per balansdatum verwachte toekomstige verplichtingen. De schattingswijziging is prospectief verwerkt in overeenstemming met de van toepassing zijnde verslaggevingsregels.



Voorziening duurzame inzetbaarheid

De voorziening wordt gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen.

Voorziening werktijdvermindering senioren

De voorziening wordt gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen.

In 2025 is een schattingswijziging toegepast met betrekking tot de voorziening voor werktijdvermindering senioren. Tot en met 2024 werden uitsluitend werknemers in de voorziening opgenomen waarvan vaststond dat zij gebruik zouden maken van de regeling. Vanaf 2025 wordt de voorziening mede bepaald op basis van een inschatting van de verwachte deelname van werknemers die in de toekomst voor de regeling in aanmerking kunnen komen.

De inschatting van de verwachte deelname is gebaseerd op historische gegevens omtrent het gebruik van de regeling in voorgaande jaren. Hiermee sluit de voorziening beter aan op de per balansdatum verwachte toekomstige verplichtingen. De schattingswijziging is prospectief verwerkt in overeenstemming met de van toepassing zijnde verslaggevingsregels.

Langlopende schulden

Langlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de langlopende schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Langlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten.

Kortlopende schulden

Onder kortlopende schulden zijn de bedragen ondergebracht die nog betrekking hebben op het verslagjaar maar op balansdatum nog niet zijn betaald en bedragen die zijn ontvangen in of voor het verslagjaar en aan opvolgende jaren moeten worden toegekend. Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Dit is meestal de nominale waarde.

Grondslagen voor bepaling van het resultaat

Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en -subsidies

Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en -subsidies uit hoofde van de basisbekostiging worden volledig verwerkt als baten in de staat van baten en lasten in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft. Indien deze opbrengsten betrekking hebben op een specifiek doel, dan worden deze naar rato van de verrichte werkzaamheden verantwoord als baten.Subsidies met betrekking tot investeringen in materiële vaste activa worden in mindering gebracht op het desbetreffende actief en als onderdeel van de afschrijvingen verwerkt in de staat van baten en lasten.

College-, cursus-, les- en examengelden

De college-, cursus-, les- en examengelden worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, waarbij ervan uitgegaan is dat reguliere onderwijs- en onderzoekstaken gelijkmatig zijn gespreid over het studiejaar.

Baten werk in opdracht van derden

Opbrengsten uit het verlenen van diensten worden opgenomen in de netto-omzet tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding, na aftrek van tegemoetkomingen en kortingen. Opbrengsten uit het verlenen van diensten worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt wanneer het bedrag van de opbrengsten op betrouwbare wijze kan worden bepaald, de inning van de te ontvangen vergoeding waarschijnlijk is, de mate waarin de dienstverlening op balansdatum is verricht betrouwbaar kan worden bepaald en de reeds gemaakte kosten en de kosten die (mogelijk) nog moeten worden gemaakt om de dienstverlening te voltooien op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald. Indien het resultaat van een bepaalde opdracht tot dienstverlening niet op betrouwbare wijze kan worden bepaald, worden de opbrengsten verwerkt tot het bedrag van de kosten van de dienstverlening die worden gedekt door de opbrengsten. Opbrengsten uit hoofde van verleende diensten worden in de winst-en-verliesrekening als netto-omzet opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing van de transactie op verslagdatum. Het stadium van voltooiing wordt bepaald aan de hand van beoordelingen van de verrichte werkzaamheden / de tot dat moment verrichte dienstverlening als percentage van de totaal te verrichten dienstverlening / de tot dat moment gemaakte kosten in verhouding tot de geschatte kosten van de totaal te verrichten dienstverlening.

Overige bedrijfsopbrengsten

Overige bedrijfsopbrengsten bestaan uit baten uit verhuur, detachering, werken voor derden en overige baten. Opbrengsten uit hoofde van verleende diensten worden in de staat van baten en lasten als netto-omzet opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing van de transactie op verslagdatum. Het stadium van voltooiing wordt bepaald aan de hand van de tot dat moment gemaakte kosten in verhouding tot de geschatte kosten van de totaal te verrichten dienstverlening.

Personeelsbeloningen

De beloningen van het personeel worden als last verantwoord in de staat van baten en lasten in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting opgenomen op de balans. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de vennootschap.

Onder personeelslasten zijn begrepen de in het boekjaar verschuldigde salarissen, sociale lasten, pensioenpremies, inleenkrachten en overige personeelskosten, verminderd met de ontvangen uitkeringen van sociale fondsen. Voor de beloningen met opbouw van rechten en bonussen worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen. Een verwachte vergoeding ten gevolge van bonusbetalingen worden verantwoord indien de verplichting tot betaling van die vergoeding is ontstaan op of voor balansdatum en een betrouwbare schatting van de verplichtingen kan worden gemaakt.

Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen (inclusief ontslag-vergoedingen) aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschikt-heid wordt een voorziening opgenomen. De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (CAO en individuele arbeidsovereenkomsten). Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de onderneming zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievergoeding. Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen.  Ontslagvergoedingen worden gewaardeerd met inachtneming van de aard van de vergoeding. Als de ontslagvergoeding een verbetering is van de beloningen na afloop van het dienstverband, vindt waardering plaats volgens dezelfde grondslagen die worden toegepast voor pensioenregelingen. Andere ontslagvergoedingen worden gewaardeerd op basis van de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen.

Pensioenregeling

De Stichting is aangesloten bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Het ABP is het bedrijfstakpensioenfonds voor overheidswerkgevers, waaronder onderwijsinstellingen. Deze pensioenregeling betreft een voorwaardelijk geïndexeerde middelloonregeling. Indexatie (aanpassing voor prijsstijging) van de toegekende aanspraken en rechten vindt uitsluitend plaats indien en voor zover de middelen van de pensioenuitvoerder daartoe ruimte laten en de pensioenuitvoerder daartoe heeft besloten. Indien de omstandigheden bij de pensioenuitvoerder daar aanleiding toe geven, kan het bestuur besluiten tot het korten van aanspraken.

Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan het pensioenfonds verschuldigde pensioenpremies. Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Als de op balansdatum reeds betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake zal zijn van terugbetaling door het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies.

Dekkingsgraad

Door de kredietcrisis en de dalende rente in het afgelopen jaar bevond de pensioenuitvoerder zich per balansdatum 2020 in een reservetekort. Dit is inmiddels hersteld. De dekkingsgraad (marktwaarde van de beleggingen uitgedrukt in een percentage van de voorziening pensioenverplichtingen volgens de grondslagen van DNB) van het fonds per balansdatum was 123,5%. Het minimaal vereiste eigen vermogen (dekkingsgraad) volgens DNB is 104,2%. Het vereiste eigen vermogen, gegeven de huidige beleggingsmix, bedraagt 126,0%.

Leasing

De Stichting kan financiële en operationele leasecontracten afsluiten. Een leaseovereenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom van het leaseobject geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen, wordt aangemerkt als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten classificeren als operationele leases. Bij de leaseclassificatie is de economische realiteit van de transactie bepalend en niet zozeer de juridische vorm. Bij de Stichting is geen sprake van financiële leasecontracten.

Operational lease

Als de Stichting optreedt als lessee in een operationele lease, wordt het leaseobject niet geactiveerd. Vergoedingen die worden ontvangen als stimulering voor het afsluiten van een overeenkomst worden verwerkt als een vermindering van de leasekosten over de leaseperiode. Leasebetalingen en vergoedingen inzake operationele leases worden lineair over de leaseperiode gebracht ten laste respectievelijk ten gunste van de staat van baten en lasten, tenzij een andere toerekeningsystematiek meer representatief is voor het patroon van de met het leaseobject te verkrijgen voordelen.

Hogeschool Viaa maakt voor één auto en voor de printers en kopieermachines gebruik van leaseovereenkomsten. De vergoeding die hier betaald wordt, betreft een vergoeding voor het gebruik (huur inclusief onderhoud) van deze activa. De resterende contracttermijn is vermeld bij de niet uit de balans blijkende verplichtingen.

Rentebaten en soortgelijke opbrengsten en rentelasten en soortgelijke kosten

Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost. Rentelasten en soortgelijke lasten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren.

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

Bepaling reële waarde

De reële waarde van een financieel instrument is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van elkaar onafhankelijk zijn.

Gebeurtenissen na balansdatum

Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening.

Toelichting behorende tot de balans

1.2 Materiële vaste activa

Alle bedragen x € 1.000

    Aan-schaf-prijs Cum. afschrij-vingen Boek-waarde 01/01 Investe-ringen Des-investe-ringen Correcties Afschrij-vingen Cum. Aanschaf-prijs Cum. afschrij-vingen Boek-waarde 31/12 Afschrij-vings-percen-tages
1.2.1 Gebouwen, verbouwing en groot onderhoud                      
  Gebouwen 1.392 1.361 31 9 - -3 24 1.401 1.388 13 3
  Verbouwing (excl. renovatie) 17.845 6.147 11.698 262 - -5 816 18.104 6.964 11.140 5
  Groot onderhoud 534 458 76 25 - -13 9 540 461 79 3-20
  Terreinen 495 - 495 0 - - - 495 - 495 -
  Totaal 20.266 7.966 12.300 296 0 -21 849 20.540 8.814 11.727 3-20
                         
1.2.2 Inventaris en apparatuur                      
  Technische installaties 368 337 31 28   26 25 423 363 60 20
  Meubilair 1.757 1.262 496 119 - -9 91 1.867 1.353 515 10
  Hard- en software 4.486 3.868 618 293 - -17 368 4.759 4.233 526 20-25
  Kantoorinstallaties 49 49 0 0 - 0 - 49 49 - 20
  Audiovisuele middelen 535 481 54 14 - 0 29 549 510 39 20
  Totaal 7.196 5.999 1.199 454 - - 513 7.648 6.508 1.140 10-25
                         
1.2.4 In uitvoering en vooruitbetaling - - - - - - - - - - -
                         
    27.463 13.964 13.499 750 0 -21 1.362 28.188 15.321 12.867 3-25

De investeringen in 2025 betroffen voor een belangrijk deel investeringen in diverse software en hardware, waaronder laptops. Tevens is de H2-vleugel verbouwd in de eerste helft van 2025. Hierbij is ook nieuw kantoormeubilair aangeschaft.

Alle bedragen x € 1
  WOZ, taxatie- en verzekerde waarde gebouwen    
  WOZ-waarde gebouwen en terreinen, d.d. 1 januari 2025   7.920.000
  Taxatiewaarde, d.d. 4 februari 2025   9.660.000
  Verzekerde waarde gebouwen, d.d. 1 januari 2025                     39.632.100

De verzekerde waarde van de gebouwen is op basis van de herbouwkosten.

1.4 Voorraden en onderhanden projecten

Alle bedragen x € 1.000
      31/12/2025   31/12/2024
1.4.1 Gebruiksgoederen        
  Verkrijgingsprijs gebruiksgoederen 46   32  
  Af: voorziening voor incourantheid -   -  
  Totaal gebruiksgoederen   46   32
           
1.4.3 Onderhanden projecten   160   134
      206   166

De onderhanden projecten betreffen voornamelijk contracten welke zijn overeengekomen met derde partijen en regelmatig een langere periode beslaan, zoals bijvoorbeeld adviesdienstverlening in het primair onderwijs.

Ultimo 2025 zijn de projecten met een creditstand onder de kortlopende schulden gebracht en de projecten met een debetstand onder de voorraden. Per saldo is de stand -€79.000 (2024: - €79.000).

1.5 Vorderingen

Alle bedragen x € 1.000
      31/12/2025   31/12/2024
1.5.1 Debiteuren   315   272
1.5.7 Overige vorderingen   28   33
1.5.8 Overlopende activa        
  Vooruitbetaalde kosten en te ontvangen rente 562   413  
  Totaal overlopende activa   562   413
1.5.9 Af: voorziening wegens oninbaarheid   -11   -10
      894   708

Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:

Alle bedragen x € 1.000
      2025   2024
  Stand per 1 januari   10   2
  Onttrekking   0   0
  Vrijval   0   -
  Dotatie   1   8
  Stand per 31 december   11   10

De looptijd van alle vorderingen is korter dan 1 jaar.

1.7 Liquide middelen

Alle bedragen x € 1.000
      31/12/2025   31/12/2024
1.7.1 Kasmiddelen   2   2
1.7.2 Tegoeden op bank- en girorekeningen   8.063   5.891
      8.065   5.893

Alle tegoeden op bank- en girorekeningen zijn vrij opneembaar.

2.1 Eigen vermogen

Alle bedragen x € 1.000

    Stand per 01/01/2025 Correctie m.b.t. 2024 Resultaat boekjaar Overige mutaties Stand per 31/12/2025
2.1.1 Algemene reserve (publiek) 4.967 -173 1.291 - 6.085
2.1.3 Bestemmingsreserve private activiteiten (privaat) 157 173 -80 - 250
    5.124 0 1.211 - 6.335

De algemene reserve dient om fluctuaties in de exploitatie te kunnen opvangen en dient tevens als buffer voor de financiële gevolgen van risico’s die Hogeschool Viaa loopt.

De bestemmingsreserve private activiteiten wordt gevoed uit de resultaten van diverse activiteiten en dient om ontwikkelingen op deze gebieden mogelijk te maken. Het gaat voornamelijk om de volgende activiteiten:

  • Divers contractonderwijs & cursussen waaronder de POH en PVH;
  • De opleiding Godsdienstleraar;
  • Zij-instroom;
  • Bijbelonderwijsmethode Levend Water;
  • Diverse nascholingsprogramma's;
  • Overige commerciële dienstverlening, waaronder externe inzet van vertrouwenspersonen;

Ten aanzien van boekjaar 2024 hebben we een correctie door laten voeren. In de loop van 2025 is meer inzicht verkregen in de exacte kosten en opbrengsten van de private geldstromen, ook van het voorgaande jaar. Hieruit bleek dat de resultaten van enkele private activiteiten te negatief waren voorgesteld. 

Voorstel tot resultaatbestemming:

Alle bedragen x € 1.000

    2025
  Hogeschool Viaa heeft geen resultaatbestemming opgenomen in haar statuten. Voorgesteld wordt het resultaat als volgt te bestemmen:  
     
  Resultaat ten gunste van de algemene reserve 1.291
  Resultaat ten gunste van de bestemmingsreserve Private activiteiten -80
    1.211

2.2 Voorzieningen

Alle bedragen x € 1.000

    Stand per 01/01 Dotatie Onttrekking Vrijval Stand per 31/12 Kortlopend deel < 1 jaar Langlopend deel > 1 jaar
2.2.1 Personeelsvoorzieningen              
  Jubilea 133  58  18  169    169 
  Reorganisatie 38  38  11  27 
  Langdurig zieken 102  1.433  690  64  781  543  238 
  Duurzame inzetbaarheid 11  11     
  Werktijdvermindering senioren 766  340  157  33  916  290  626 
  Totaal personeelsvoorzieningen 1.012  1.869  865  112  1.904  844  1.060 

De voorziening voor jubilea is gevormd voor de verwachte toekomstige uitgaven aan jubilarissen uit hoofde van de cao.

De voorziening reorganisatie is gevormd voor verwachte toekomstige uitgaven met betrekking tot personele lasten als gevolg van de reorganisatie van de catering. 

De voorziening voor langdurig zieken wordt opgenomen voor toekomstige verplichtingen met betrekking tot langdurig zieke medewerkers waarvan wordt verwacht dat deze niet (geheel) zullen terugkeren in het arbeidsproces. In 2025 heeft een schattingswijziging plaatsgevonden. Zie voor de onderbouwing de grondslagen. Het kwantitatieve effect van deze schattingswijziging is niet praktisch te bepalen. 

De voorziening voor duurzame inzetbaarheid betreft een voorziening voor niet ingezette uren duurzame inzetbaarheid welke naar verwachting ingezet worden voor een 'sabbatical'. Voor de overige niet ingezette uren dient geen voorziening te worden gevormd, dit is conform de communicatie van de Vereniging Hogescholen. Dit betreffen met name nog uren vanuit het verleden. Vanaf boekjaar 2025 kunnen deze uren (vanuit de CAO) niet meer worden meegenomen, waardoor dit bedrag is vrijgevallen ten gunste van het resultaat. 

De voorziening werktijdvermindering senioren wordt opgenomen voor toekomstige verplichtingen met betrekking tot medewerkers die gebruikmaken van de voormalige Seniorenregeling onderwijspersoneel (SOP) of de Regeling werktijdvermindering senioren (WS). De genoten werktijdvermindering wordt namelijk gedeeltelijk door de medewerker en gedeeltelijk door Hogeschool Viaa bekostigd. In 2025 heeft een schattingswijziging plaatsgevonden. Zie voor de onderbouwing de grondslagen. Het kwantitatieve effect van deze schattingswijziging bedraagt afgerond €234.000.

2.3 Langlopende schulden

Alle bedragen x € 1.000
    Stand per 01/01 Aange-gane leningen Aflos-singen Stand per 31/12 Looptijd < 1 jaar Looptijd >1 jaar en < 5 jaar Looptijd > 5 jaar Lang-lopende schuld per 31-12 Rente
2.3.3 Kredietinstellingen                  
  Energiefonds 4.829  324  4.505  324  1.297  2.884  4.180  2,5 
  ASN Bank 1.700  - 200  1.500  200  800  500  1.300  2,2 
  Totaal kredietinstellingen 6.529  524  6.005  524  2.097  3.384  5.480   

Energiefonds: Dit betreft de in 2016 aangegane hypotheekovereenkomst met de Provincie Overijssel, vertegenwoordigd door het Energiefonds Overijssel II B.V., in het kader van de renovatie van het schoolgebouw te Zwolle. Het kortlopend deel van de langlopende lening bedraagt € 324.000. 

De lening kent een hoofdsom van € 5.000.000, een looptijd van 15 jaar en een rentevergoeding van 2,5% per jaar, vast voor de gehele looptijd. In 2021 is een aanvullende geldlening verstrekt ad € 1.550.000 middels een bouwdepot, waaruit tot en met 2022 € 1.154.559 onttrokken is en in 2023 €397.256. Als zekerheid is in de hypotheekakte opgenomen het schoolgebouw en de bijbehorende terreinen aan de Assendorperdijk 11 te Zwolle. De verstrekte zekerheid bedraagt € 11.200.000, te weten € 8.000.000 hoofdsom en € 3.200.000 (40%) rente en kosten.

ASN Bank: Dit betreft de in 2018 aangegane hypotheekovereenkomst met Pettelaar Effectenbewaarbedrijf N.V., vertegenwoordigd door de ASN Bank (Groenprojectenpool), waarin een deel van de oorspronkelijke hoofdsom van de lening van het Energiefonds Overijssel II B.V. is overgenomen door de ASN Bank. Het kortlopende deel van de langlopende lening bedraagt € 200.000.

De lening kent een hoofdsom van € 3.000.000, een looptijd van 15 jaar en een rentevergoeding van 2,7% verminderd met 0,5% groenkorting, zijnde 2,2% vast voor de gehele looptijd. De verstrekte zekerheden betreffen:

  • een bestaande eerste bankhypotheek van € 8.000.000 te vermeerderen met rente en kosten, op het schoolgebouw met ondergrond, erf, tuin en verder aan- en toebehoren, plaatselijk bekend Assendorperdijk 11, 8012 EG Zwolle.
  • een bestaand eerste pandrecht op alle huidige en toekomstige rechten en vorderingen uit de aanneemovereenkomst.

Door de gedeeltelijke overname van het krediet van Energiefonds Overijssel II B.V. door Pettelaar Effectenbewaarbedrijf N.V. zijn de beide financiers gezamenlijk begunstigde geworden van het zekerheidsrecht. De zekerheden zullen strekken tot zekerheid van de vordering van Pettelaar Effectenbewaarbedrijf N.V. alsmede de vordering van Energiefonds Overijssel II.B.V. 

De hypotheekverstrekkers vereisen dat de DSCR (Debt Service Coverage Ratio) van de geldleningen ten minste 1,0 bedraagt tot aan het einde van de looptijd. De DSCR houdt in het in één periode gerealiseerd resultaat (de EBITDA verminderd door belastingen) gedeeld door de in die periode verschuldigde rente en aflossingen. Voor het jaar 2025 bedraagt de DSCR 4,01 (2024: 1,99).

Met ingang van 1 augustus 2024 is het beheer van de lening overgedragen aan Startgreen Capital, werkzaam onder de juridische naam CL Venture Partners B.V. De leningverstrekker en de voorwaarden zijn hiermee niet gewijzigd. 

2.4 Kortlopende schulden

Alle bedragen x € 1.000

      31/12/2025   31/12/2024
2.4.3 Crediteuren   877   663
           
2.4.7 Belastingen en premies sociale verzekeringen        
  Loonheffing 980   877  
  Omzetbelasting 1   0  
  Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen   981   877
           
2.4.8 Schulden uit hoofde van pensioenen   252   237
           
2.4.9 Kredietinstellingen   524   524
           
2.4.10 Overlopende passiva        
  Vooruit ontvangen collegegelden 2.608   2.587  
  Vooruit ontvangen geoormerkte subsidies 1.102   1.491  
  Vooruit ontvangen overige subsidies 442   497  
  Vooruit gefactureerde en - ontvangen termijnen onderhandenwerk 172   213  
  Vakantiegeld en –dagen 892   841  
  Diversen 463   195  
  Totaal overlopende passiva   5.679   5.824
      8.313   8.125

De looptijd van alle kortlopende schulden is korter dan 1 jaar.

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

  Betalingen binnen 1 jaar Betalingen tussen 2 en 5 jaar Betalingen na 5 jaar
Een auto leasecontract  € 16.143   € 30.940   € - 
Een huur- en onderhoudscontract multifunctionele afdrukapparatuur met BNP Paribas. Dit contract loopt tot december 2030.  € 18.295   € 71.656   € - 
Een contract inzake schoonmaakdiensten met Novon Schoonmaak Gebouwen. Het huidige contract loopt tot 1 april 2026.  € 48.389   € -   € - 
Per 31 december 2020 is voor een bedrag van € 22.716 aan bankgaranties verstrekt.      

Gebeurtenissen na balansdatum

Er zijn geen bijzondere gebeurtenissen na balansdatum.

Model G1

G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt

Omschrijving Kenmerk toewijzing Datum toewijzing Status
Subsidieregeling lerarenbeurs 1074316 19-07-2024 Ja
Subsidieregeling Onderwijsregio's (artikel 26, lid 2) OWR230104 30-01-2024 Ja
Subsidieregeling voorlopers onderwijsregio’s VOWR2321 24-11-2023 Ja
Subsidieregeling virtuele internationale samenwerkingsprojecten hoger onderwijs VIS24R1066 14-05-2024 Ja
Subsidieregeling virtuele internationale samenwerkingsprojecten hoger onderwijs VIS249135 03-12-2024 Ja
Subsidieregeling lerarenbeurs 1074316 08-05-2025 Onderhanden
Subsidieregeling Onderwijsregio's (artikel 26, lid 2) OR250044 13-01-2025 Ja
Subsidieregeling Aanvulling, verbreding of verdieping onderwijsregio’s 2025 AVVOR2543 15-07-2025 Ja
Subsidieregeleing Sociale veiligheid in Hoger Onderwijs en Wetenschap SV25042 15-12-2025 Onderhanden

Model G2A

G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar

Omschrijving Kenmerk toewijzing Datum toewijzing Bedrag van toewijzing Ontvangen t/m vorig verslagjaar Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar Saldo per 1 januari verslagjaar
             
Omschrijving Kenmerk toewijzing Ontvangen in verslagjaar Subsidiabele kosten in verslagjaar Te verrekenen per 31 december verslagjaar    
             

Model G2B

G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar
Omschrijving Kenmerk toewijzing Datum toewijzing Bedrag van toewijzing Ontvangen t/m vorig verslagjaar Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar Saldo per 1 januari verslagjaar
subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT) 2024 MDT240084 22-07-2025  € 1.419.625   € 852.076   € -   € 852.076 
Omschrijving Kenmerk toewijzing Ontvangen in verslagjaar Subsidiabele kosten in verslagjaar Saldo per 31 december verslagjaar    
subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT) 2024 MDT240084  € -   € 228.381   € 623.695     

Toelichting behorende tot de staat van baten en lasten

3.1 Rijksbijdragen

Alle bedragen x € 1.000

      2025   Begroting 2025   2024
3.1.1 Rijksbijdrage OCW   19.772   19.782   19.191
               
3.1.2 Overige subsidies OCW            
  OCW-subsidies   3479   55   1128
  Inkomensoverdrachten *   -2594   0   -660
  Totaal overige subsidies OCW   885   55   468
               
  Totaal Rijksbijdragen   20.657   19.837   19.659

Opbouw Rijksbijdrage OCW

      2025   Begroting 2025   2024
  Basisbedrag per student en graad   6.400   6.466   6.511
  Opslag onderwijs en kwaliteit   2.185   2.207   2.183
  Opslag prestatie bekostiging           0
               
  Totaal per student en graad   8.585   8.673   8.694
  Aantal studenten en graden   2.191   2.169   2.106
               
  Alle bedragen x € 1.000            
  Basis Rijksbijdrage   18.809   18.811   18.311
               
  Pabo-up   71   71   61
  Lectoraten   892   900   819
               
  Rijksbijdrage   19.772   19.782   19.191

Het verschil tussen de begroting en de realisatie wordt met name veroorzaakt door de gewijzigde bedragen per student door een aanpassing voor loon- en prijsindexatie en de referentieraming aantal studenten.

3.3 Collegegelden

Alle bedragen x € 1.000
      2025   Begroting 2025   2024
3.3.1 Collegegelden   4.924   4.802   4.364
               
  Aantal studenten op 1 oktober   2.047   1.973   2.077
  Gemiddeld per student   2.405   2.434   2.101

Het verschil in collegegelden is het gevolg van dat er in de loop van 2025 meer studenten waren dan initieel was begroot. 

3.4 Baten werk in opdracht van derden

Alle bedragen x € 1.000
      2025   Begroting 2025   2024
3.4.1 Omzet baten werk in opdracht van derden   2.257   2.398   1.861
3.4.2 Inkoop en inhuur derden   -363   -194   -306
3.4.3 Wijzigingen onderhanden projecten   -1   PM   597
               
  Totaal baten werk in opdracht van derden   1.893   2.204   2.152

De baten werk in opdracht van derden betreffen voornamelijk contracten welke zijn overeengekomen met derde partijen en regelmatig een langere periode beslaan, zoals bijvoorbeeld adviesdienstverlening in het primair onderwijs. Het verschil met begroot ontstaat met name door een verschuiving naar de OCW-subsidies (inkomensoverdrachten). In de begroting zijn deze onder de baten werk in opdracht van derden opgenomen. 

NWO-subsidies

Onder deze post is ook de realisatie van de NWO-subsidies ondergebracht, of de aan de NWO-gerelateerde subsidies (vanuit een ander regieorgaan, zoals SIA, ZonMw of NRO). Deze zijn als volgt:

1. NWO, promotiebeurs voor leraren - PVL 2022-I. Looptijd tot 1 september 2027. Voor het boekjaar 2025 is er € 36.400 gerealiseerd (t/m 2024: € 84.934);

2. Regieorgaan SIA, SPRONG Educatief Radiant Lerarenopleidingen. Looptijd tot 1 september 2025. Voor boekjaar 2025 is er € 66.140 gerealiseerd (t/m 2024: €135.947). 

3. ZonMw, Zin in Interprofessionele samenwerking. Looptijd tot 1 december 2024. In boekjaar 2025 is de eindafrekening ingediend.

4. NRO, (H)erkennen en hanteren van paradoxen in innovatieprocessen van lerarenopleidingen als mechanisme voor duurzame vernieuwing. Looptijd tot 1 september 2027. Voor boekjaar 2025 is er €28.477 gerealiseerd (t/m 2024: €0,-).

5. ZonMw, Kenniswerkplaats Werk en Inkomen regio Zwolle- Verbinding Zorg & werk. Looptijd tot 1 december 2027. Voor boekjaar 2025 is er €1.265 gerealiseerd (t/m 2024: €0,-)

3.5 Overige baten

Alle bedragen x € 1.000

      2025   Begroting 2025   2024
3.5.1 Verhuur   24   25   23
3.5.2 Detachering personeel   27   87   34
3.5.3 Opbrengsten catering   217   90   94
3.5.5 Diversen   106   40   76
               
  Totaal overige baten   374   242   228

De overige baten zijn hoger dan initieel was begroot. De detacheringsbaten liggen lager. Dat komt omdat een detachering voortijdig is gestopt. Tevens was achteraf bezien in de begroting teveel aan detacheringsinkomsten opgenomen. 

De cateringopbrengsten liggen hoger dan begroot. Dat komt omdat in 2025 de systematiek is aangepast. Afdelingen en academies moeten een bijdrage betalen voor gebruik van de diensten van de catering. 

4.1 Personeelslasten

Alle bedragen x € 1.000

      2025   Begroting 2025   2024
4.1.1 Lonen en salarissen            
  Brutolonen en salarissen   15.039   14.830   14.730
  Sociale lasten   2.125   2.169   2.073
  Pensioenpremies   2.151   2.164   2.038
  Totaal lonen en salarissen   19.315   19.163   18.841
               
4.1.2 Overige personele lasten            
  Dotaties personele voorzieningen   1869   0   762
  Ten laste van voorzieningen   -865   0   -199
  Vrijval uit voorzieningen   -112   0   -119
  Personeel niet in loondienst   801   652   1.095
  Deskundigheidsbevordering   302   342   274
  Reiskosten   169   178   180
  Catering en vergaderkosten   2   46   7
  Werving & Selectie   0   5   20
  Arbo   106   119   112
  Overig   131   135   125
  Totaal overige personele lasten   2.403   1.477   2.257
               
4.1.3 Af: uitkeringen   -168   -72   -130
               
  Totaal personeelslasten   21.550   20.568   20.968
               
  Gemiddeld aantal fte   190,7   194,8   201,2
  Gemiddeld loon en salarissen per fte   101   98   94
  Totaal personeelskosten (exclusief inhuur en uitkeringen) per fte   110   103   99

In 2025 zien we een lager aantal FTE dan begroot, maar wel een iets hoger totaal van lonen en salarissen. Ook in 2025 heeft er een CAO verhoging plaatsgevonden. Tevens was er een eenmalige uitkering met terugwerkende kracht over 2025 vanuit de nieuwe CAO 2026. Dit laatste was niet begroot. 

Voor de mutaties in de personele voorzieningen wordt verwezen naar de toelichting op de balans.

4.2 Afschrijvingen

Alle bedragen x € 1.000

      2025   Begroting 2025   2024
4.2.1 Gebouwen, verbouwing en groot onderhoud            
  Gebouwen   27   47   47
  Verbouwing   817   809   805
  Groot onderhoud   10   6   7
  Totaal gebouwen, verbouwing en groot onderhoud   854   862   859
               
4.2.2 Inventaris en apparatuur            
  Technische installaties   29   89   82
  Meubilair   91   82   88
  Hardware en software   371   503   460
  Kantoorinstallaties   0   0   0
  Audiovisuele middelen   29   43   30
  Totaal inventaris en apparatuur   520   717   660
               
  Totaal afschrijvingen   1.374   1.579   1.519

De afschrijvingen zijn achtergebleven ten opzichte van begroot (m.n. hard-en software). Vanuit de begroting was er de verwachting dat er in 2025 meer investeringen zouden worden gedaan. Deze worden echter op een later moment verricht, waardoor de afschrijvingen lager liggen dan begroot. 

Tevens is er in 2024 in de activumgroep 'technische installaties' een desinvestering verricht (voorheen onterecht geactiveerd, daarom overgeheveld naar de kosten in 2024), waardoor deze verwachte afschrijvingen niet meer plaats hebben gevonden (de kosten zijn immers ineens genomen in 2024). 

4.3 Huisvestingslasten

Alle bedragen x € 1.000

      2025   Begroting 2025   2024
4.3.1 Huur   79   121   353
4.3.2 Verzekeringen   69   80   66
4.3.3 Onderhoud   116   142   133
4.3.4 Energie en water   255   248   430
4.3.5 Schoonmaakkosten   253   250   255
4.3.6 Heffingen   83   90   77
               
  Totaal huisvestingslasten   855   931   1.314

4.4 Overige lasten

Alle bedragen x € 1.000

      2025   Begroting 2025   2024
4.4.1 Administratie- en beheerslasten            
  Kantoorkosten   18   31   26
  Reprokosten   31   45   49
  Portikosten   28   20   25
  Communicatiekosten   121   119   23
  Documentatiekosten   8   3   4
  MR en Raad van Toezicht   8   12   11
  Bankkosten   11   11   13
  Accountants- en advieskosten *   151   151   65
  Kosten accreditering   95   102   32
  Contributies   171   218   211
  Totaal administratie- en beheerslasten   642   712   459
               
4.4.2 Inventaris, apparatuur en leermiddelen            
  Kosten hard- en software   908   1.142   1.020
  Leermiddelen   80   86   82
  Overig   58   46   51
  Totaal inventaris, apparatuur en leermiddelen   1.046   1.274   1.153
               
4.4.3 Dotatie voorzieningen op vorderingen           9
               
4.4.4 Overige            
  Dienstreizen   96   95   95
  Cateringkosten   238   180   217
  Marketing en Communicatie   322   374   310
  Excursies, werkweken en stages   90   151   94
  Projectkosten   108   100   86
  Overig   264   434   162
  Totaal overige   1.118   1.334   964
               
  Totaal overige lasten   2.806   3.320   2.585

* De volgende honoraria van A12 Registeraccountants B.V. zijn ten laste gebracht van de Stichting, een en ander zoals bedoeld in artikel 2.382a lid 1 en 2 BW:

Alle bedragen * € 1.000

      2025   Begroting 2025   2024
  RA12 Registeraccountants B.V.            
  Onderzoek van de jaarrekening   64   50   45
  Subsidiecontrole   5        
  Nagekomen lasten voorgaand boekjaar            
  Adviesdienst op fiscaal terrein            

De in de tabel vermelde honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2025 hebben betrekking op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2025, ongeacht of de werkzaamheden al gedurende het boekjaar 2025 zijn verricht.

5 Financiële baten en lasten

Alle bedragen x € 1.000

      2025   Begroting 2025   2024
5.1 Rentebaten   82   30   40
5.2 Rentelasten   -133   -154   -166
  Totaal financiële baten en lasten   -51   -124   -126

Private resultaten

Alle bedragen x € 1.000

    Contract-
onderwijs
Zij-
Instroom
Dienst-
verlening
Catering Overige   Totaal
Specificatie private resultaten 2025                
Opbrengsten   664 83 404 85 126   1.362
Kosten   -594 -71 -475 -204 -98   -1.442
Resultaat 2025   70 12 -71 -119 28   -80

Onder Contractonderwijs is opgenomen: Penta Nova, MLI, Post HBO Jonge Kind, huisartsenzorg POH& PVH, ouderenzorg, palliatieve zorg, persoonsgerichte zorg en de niet-bekostigde opleiding tot godsdienstleraar VO. Onder dienstverlening zijn alle overige advies- en scholingstrajecten opgenomen, waaronder de externe inzet van vertrouwenspersonen. Onder overige is opgenomen de verhuur van ruimten aan derden en verkoop van de lesmethode Levend Water. 

Het totaal van het resultaat over 2025 ad €80.000 negatief is ten laste van de bestemmingsreserve private activiteiten gebracht.

Model E: verbonden partijen

Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de Stichting en een natuurlijk persoon of entiteit die verbonden is met de Stichting. Dit betreffen onder meer de relaties tussen de Stichting en haar deelnemingen, de bestuurders en de functionarissen op sleutelposities. Onder transacties wordt verstaan een overdracht van middelen, diensten of verplichtingen, ongeacht of er een bedrag in rekening is gebracht.

Transacties met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Van deze transacties wordt de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht toegelicht.

In 2025 was er van Hogeschool Viaa geen sprake van verbonden partijen in het kader van hetgeen hierboven is toegelicht.

Bezoldiging van bestuurders en toezichthouders model WNT

Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op Hogeschool Viaa van toepassing zijnde regelgeving.

Het bezoldigingsmaximum in 2025 voor Hogeschool Viaa is € 191.000. Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. Voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking geldt met ingang van 1 januari 2016 voor de eerste 12 kalendermaanden een afwijkende normering, zowel voor de duur van de opdracht als voor het uurtarief. Hogeschool Viaa had in 2025 geen topfunctionarissen zonder dienstbetrekking.

1. Bezoldiging topfunctionarissen

1a. Leidinggevende topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen met dienstbetrekking. Tevens leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling.

Bedragen x € 1
Gegevens 2025 D. Wakker   G. Groen-Baas
Functiegegevens Voorzitter CvB   Lid CvB
Aanvang en einde functievervulling in 2025 1/1 - 31/12   1/1 - 31/12
Omvang dienstverband (in fte) 1   1
(Fictieve) dienstbetrekking? Ja   Ja
       
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 155.667    144.265 
Beloningen betaalbaar op termijn 23.021    21.231 
Subtotaal 178.688    165.496 
       
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 191.000    191.000 
-/- Onverschuldigd betaald bedrag -   -
Totaal bezoldiging 178.688    165.496 
       
Het bedrag van de overschrijding en de reden N.v.t.   N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t.   N.v.t.
       
Gegevens 2024      
Functiegegevens Voorzitter CvB   Lid CvB
Aanvang en einde functievervulling in 2024 1/1 - 31/12   1/1 - 31/12
Omvang dienstverband (in fte) 1   1
(Fictieve) dienstbetrekking? Ja   Ja
       
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 149.966    116.388 
Beloningen betaalbaar op termijn 22.617    15.639 
       
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 181.000    181.000 
Totaal bezoldiging 172.582    132.027 

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen

Bedragen x € 1
Gegevens 2025 E. Kooij-Bas P. Nullens J.P. Hollebrandse J.J. Louisa - Muller A.W. Luteijn    
Functiegegevens Lid Lid Lid Voorzitter Lid    
Aanvang en einde functievervulling in 2025 1/1 – 31/12 1/1 – 31/12 1/1 – 31/12 1/1 – 31/12 1/1 – 31/12    
               
Bezoldiging 17.869  17.869  17.869  21.443  17.869     
               
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 19.100  19.100  19.100  28.650  19.100     
-/- Onverschuldigd betaald bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.    
Bezoldiging 17.869  17.869  17.869  21.443  17.869     
               
Het bedrag van de overschrijding en de reden N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.    
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.    
               
Gegevens 2024              
Functiegegevens Lid Lid Lid Lid Lid    
Aanvang en einde functievervulling in 2024 1/1 – 31/12 1/1 – 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12    
Bezoldiging 17.469  17.469  17.469  17.469  17.469     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 18.100  18.100  18.100  18.100  18.100     

2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking

Betreffende categorie is niet van toepassing op Hogeschool Viaa voor de jaren 2025 en 2024.

3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2025 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WOPT of de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden.

Ondertekening

De raad van toezicht van de Stichting Hogeschool Viaa heeft het bestuursverslag en de jaarrekening 2025 van de Stichting Hogeschool Viaa te Zwolle goedgekeurd op 19 juni 2026.

J.J. Louisa-Muller, voorzitter
Dr. A.E. Kooij-Bas, lid
Prof. dr. P. Nullens, lid
J.P. Hollebrandse, lid
A.W. Luteijn, lid

Het college van bestuur van de Stichting Hogeschool Viaa heeft het bestuursverslag en de jaarrekening 2025 van de Stichting Hogeschool Viaa vastgesteld op 22 juni 2026.

Drs. D. Wakker MME, Voorzitter
G. Groen-Baas, lid