Jaarrekening 2023
Jaarrekening 2023
Alle bedragen x € 1.000
| 31/12/2023 | 31/12/2022 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Activa | ||||
| Vaste activa | |||||
| 1.2 | Materiële vaste activa | 14.891 | 15.566 | ||
| Vlottende activa | |||||
| 1.4 | Voorraden | 29 | 21 | ||
| 1.4 | Onderhanden projecten | - | 25 | ||
| 1.5 | Vorderingen | 787 | 532 | ||
| 1.7 | Liquide middelen | 3.031 | 2.976 | ||
| 3.847 | 3.554 | ||||
| Totaal activa | 18.738 | 19.120 | |||
| 2 | Passiva | ||||
| 2.1 | Eigen vermogen | 5.233 | 5.667 | ||
| 2.2 | Voorzieningen | 587 | 667 | ||
| 2.3 | Langlopende schulden | 6.610 | 6.769 | ||
| 2.4 | Kortlopende schulden | 6.308 | 6.017 | ||
| Totaal passiva | 18.738 | 19.120 |
Alle bedragen x € 1.000
| 2023 | Begroting 2023 | 2022 | ||
|---|---|---|---|---|
| 3 | Baten | |||
| 3.1 | Rijksbijdragen | 18.503 | 17.327 | 18.072 |
| 3.3 | Collegegelden | 3.868 | 3.624 | 2.591 |
| 3.4 | Baten werk in opdracht van derden | 1.771 | 1.801 | 1.488 |
| 3.5 | Overige baten | 233 | 173 | 164 |
| , | ||||
| Totaal baten | 24.375 | 22.925 | 22.315 | |
| 4 | Lasten | |||
| 4.1 | Personeelslasten | 19.156 | 18.425 | 17.491 |
| 4.2 | Afschrijvingen | 1.534 | 1.459 | 1.398 |
| 4.3 | Huisvestingslasten | 1200 | 881 | 884 |
| 4.4 | Overige lasten | 2.757 | 2.256 | 2.344 |
| Totaal lasten | 24.647 | 23.021 | 22.117 | |
| Saldo baten en lasten | -272 | -96 | 198 | |
| 5 | Financiële baten en lasten | -162 | -194 | -185 |
| Resultaat | -434 | -290 | 13 |
Alle bedragen x €1.000
| 2023 | 2022 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Bedrijfsresultaat | -272 | 198 | |||
| Aanpassingen voor: | |||||
| 4.2 | Afschrijvingen | 1.534 | 1.398 | ||
| 2.2 | Mutatie voorzieningen | -80 | 169 | ||
| 1.454 | 1.567 | ||||
| Veranderingen in vlottende middelen: | |||||
| 1.4 | Voorraden | 22 | -20 | ||
| 1.5 | Debiteuren | -282 | 58 | ||
| Overige vorderingen | 29 | -10 | |||
| 2.4 | Crediteuren | 35 | 146 | ||
| Overige schulden | 249 | 1.042 | |||
| 53 | 1.216 | ||||
| Kasstroom uit bedrijfsoperaties | 1.235 | 2.981 | |||
| 5.1 | Rentebaten | 14 | 0 | ||
| 5.2 | Rentelasten | -176 | -185 | ||
| -162 | -185 | ||||
| Kasstroom uit operationele activiteiten | 1.073 | 2.796 | |||
| Investeringen in vaste activa | -859 | -2.676 | |||
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | -859 | -2.676 | |||
| 2.3 | Langlopende leningen | -159 | 79 | ||
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | -159 | 79 | |||
| Mutatie geldmiddelen | 55 | 199 |
De toename van de langlopende schuld leidt niet tot een kasstroom omdat de investeringen die hier betrekking op hebben uit het beschikbaar gestelde bouwdepot worden voldaan.
Het verslaggevingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s, de functionele valuta van de organisatie. Alle financiële informatie in euro’s is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.
De organisatie is een stichting. De activiteiten van de instelling bestaan voornamelijk uit onderwijs. De statutaire vestigingsplaats is Zwolle. Voor nadere informatie wordt verwezen naar bijlage 1.
De jaarrekening is opgesteld volgens de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. In deze regeling is bepaald dat de bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (in het bijzonder RJ 660 Onderwijsinstellingen) van toepassing zijn, met inachtneming van de daarin aangeduide uitzonderingen.De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten.
Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.
In de balans, de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting.
Voor zover niet anders is vermeld worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde.
Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige, economische voordelen naar de Stichting zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans als een transactie (met betrekking tot het actief of de verplichting) niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen.
Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.
De baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. Opbrengsten worden verantwoord indien alle belangrijke risico’s met betrekking tot de handelsgoederen zijn overgedragen aan de koper.
Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat de leiding van de instelling zich over verschillende zaken een oordeel vormt, en dat de leiding schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in art. 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten.
De volgende waarderingsgrondslag is naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereist schattingen en veronderstellingen: voorzieningen.
Bedrijfsgebouwen en -terreinen, inventaris, apparatuur en andere vaste activa worden gewaardeerd tegen hun kostprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kostprijs van de genoemde activa bestaat uit de verkrijgingsprijs en overige kosten om de activa op hun plaats en in de staat te krijgen noodzakelijk voor het beoogde gebruik. Op materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering, alsmede vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven.
Subsidies op investeringen worden in mindering gebracht op de verkrijgingsprijs van de activa waarop de subsidies betrekking hebben.
De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de economische levensduur. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij desinvestering.
De volgende afschrijvingspercentages worden hierbij gehanteerd:
Gebouwen: 3,3
Groot onderhoud: 2,5-20
Verbouw: 5
Installaties: 20
Andere vaste bedrijfsmiddelen: 10-25
Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd als zij de gebruiksduur van het object verlengen en/of leiden tot toekomstige prestatie-eenheden met betrekking tot het object. De verwachte kosten van periodiek groot onderhoud aan gebouwen, installaties en dergelijke worden verwerkt in de kostprijs, middels de componentenbenadering. Hiertoe worden deze kosten als een afzonderlijk samenstellend deel van het desbetreffende actief geïdentificeerd. De desbetreffende component van het actief wordt dan afgeschreven in de periode tot aan het moment van uitvoeren van het groot onderhoud.
Buiten gebruik gestelde activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.
Voor materiële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.
Wanneer de boekwaarde van een actief (of een kasstroomgenererende eenheid) hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Indien sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies van een kasstroom-genererende eenheid, wordt het verlies allereerst toegerekend aan goodwill die is toegerekend aan de kasstroomgenererende eenheid. Een eventueel restant verlies wordt toegerekend aan de andere activa van de eenheid naar rato van hun boekwaarden.
Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroomgenererende eenheid) geschat. Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of kasstroomgenererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of kasstroomgenererende eenheid) zou zijn verantwoord. Een bijzonder waardeverminderingsverlies voor goodwill wordt niet teruggenomen in een volgende periode.
De voorraad gebruiksgoederen is gewaardeerd tegen inkoopwaarde, onder aftrek van een voorziening voor incourantheid.
De post onderhanden projecten bestaat uit het saldo van gerealiseerde projectkosten, toegerekende winst, verwerkte verliezen en reeds gedeclareerde termijnen.
In de waardering van onderhanden projecten worden de kosten die direct betrekking hebben op het project (zoals personeelskosten voor werknemers direct werkzaam aan het project, kosten van materialen en kosten die bij de uitvoering van het project worden gebruikt), de kosten die toerekenbaar zijn aan projectactiviteiten in het algemeen en toewijsbaar zijn aan het project en andere kosten die contractueel aan de opdrachtgever kunnen worden toegerekend, begrepen.
De toerekening van opbrengsten, kosten en winstneming op onderhanden projecten geschiedt naar rato van de verrichte prestaties bij de uitvoering van het werk (‘percentage of completion’-methode ). De mate waarin prestaties van een onderhanden project zijn verricht wordt bepaald aan de hand van de tot de balansdatum gemaakte projectkosten in verhouding tot de geschatte totale projectkosten. Verwerking vindt plaats zodra een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van het resultaat van een onderhanden project.
Het resultaat van een aanneemcontract kan betrouwbaar worden ingeschat als de totale projectopbrengsten, de vereiste projectkosten om het project af te maken en de mate waarin het onderhanden project is voltooid betrouwbaar kunnen worden vastgesteld, het waarschijnlijk is dat de economische voordelen naar de stichting zullen toevloeien en de aan het onderhanden project toe te rekenen projectkosten duidelijk te onderscheiden zijn en op betrouwbare wijze te bepalen zijn.
Het resultaat van een regiecontract kan betrouwbaar worden ingeschat als het waarschijnlijk is dat de economische voordelen naar de stichting zullen toevloeien en de aan het onderhanden project toe te rekenen projectkosten duidelijk te onderscheiden zijn en op betrouwbare wijze te bepalen zijn.
Indien het resultaat van een onderhanden project niet betrouwbaar kan worden ingeschat, worden de projectopbrengsten slechts verwerkt in de winst-en-verliesrekening tot het bedrag van de gemaakte projectkosten dat waarschijnlijk kan worden verhaald. De projectkosten worden verwerkt in de winst- en verliesrekening in de periode waarin ze zijn gemaakt .
Onder projectopbrengsten wordt verstaan de in het contract overeengekomen opbrengsten vermeerderd met eventuele opbrengsten op grond van meer- of minderwerk, claims en vergoedingen, indien en voor zover het waarschijnlijk is dat de opbrengsten zullen worden gerealiseerd en betrouwbaar kunnen worden bepaald . De projectopbrengsten worden bepaald op de reële waarde van de tegenprestaties die is of zal worden ontvangen.
Uitgaven die verband houden met projectkosten die na de balansdatum tot te verrichten prestaties leiden, worden als onderdeel van de voorraden (onderhanden werk of vooruitbetalingen)/ overlopende activa verwerkt indien het waarschijnlijk is dat ze in een volgende periode zullen leiden tot opbrengsten. Verwerking van de projectkosten in de winst- en verliesrekening vindt plaats als de prestaties in het project worden geleverd en zijn gerealiseerd. Verwachte verliezen op onderhanden projecten worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening verwerkt. Het bedrag van het verlies wordt bepaald ongeacht of het project reeds is aangevangen, het stadium van realisatie van het project of het bedrag aan winst dat wordt verwacht op andere, niet gerelateerde projecten.
Algemeen
Hogeschool Viaa maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van uiteenlopende, financiële instrumenten die de stichting blootstellen aan markt- en/of kredietrisico's. Om deze risico’s te beheersen heeft de stichting een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s te beperken van onvoorspelbare, ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestaties van de stichting. Hogeschool Viaa handelt niet in financiële derivaten en heeft procedures en gedragslijnen om de omvang van het kredietrisico bij elke tegenpartij of markt te beperken.
Financiële activa en financiële verplichtingen worden in de balans opgenomen op het moment dat contractuele rechten of verplichtingen ten aanzien van dat instrument ontstaan. Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen. Financiële instrumenten (en afzonderlijke componenten van financiële instrumenten) worden in de geconsolideerde jaarrekening gepresenteerd in overeenstemming met de economische realiteit van de contractuele bepalingen. Presentatie vindt plaats op basis van afzonderlijke componenten van financiële instrumenten als financieel actief, financiële verplichting of als eigen vermogen.
Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Indien instrumenten bij de vervolgwaardering niet worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de staat van baten en lasten maken eventuele direct toerekenbare transactiekosten deel uit van de eerste waardering. In contracten besloten financiële instrumenten die niet worden gescheiden van het basiscontract, worden verwerkt in overeenstemming met het basiscontract.
Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd.
De stichting ziet erop toe dat er voldoende opvraagbare tegoeden zijn om gedurende een periode van 90 dagen de verwachte operationele kosten te dekken, inclusief het voldoen aan de financiële verplichtingen. Hierin is geen rekening gehouden met het eventuele effect van extreme omstandigheden die redelijkerwijs niet kunnen worden voorspeld, zoals natuurrampen.
Saldering financiële instrumenten
Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als de onderneming beschikt over een deugdelijk juridisch instrument om het financiële actief en de financiële verplichting gesaldeerd af te wikkelen en de onderneming het stellige voornemen heeft om het saldo als zodanig netto of simultaan af te wikkelen.Als sprake is van een overdracht van een financieel actief dat niet voor verwijdering uit de balans in aanmerking komt, wordt het overgedragen actief en de daarmee samenhangende verplichting niet gesaldeerd.
Kredietrisico
Er is een beperkt kredietrisico te onderkennen; veruit de grootste debiteur (circa 70% van de omzet) is het Ministerie van OCW. De overige debiteuren zijn marktpartijen/instellingen en ouders/studenten. De omzet bij deze debiteuren is ongeveer 30% van het totaal. Om het risico voor dat deel te beperken wordt gebruikgemaakt van overeenkomsten en een strikt invorderingsbeleid.
Renterisico en kasstroomrisico
Het renterisico bestaat uit eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen leningen en (tussentijdse) rentefluctuaties. Voor vorderingen en schulden met variabel rentende renteafspraken loopt de onderneming risico ten aanzien van toekomstige kasstromen en met betrekking tot vastrentende leningen reële-waarderisico. Eind 2022 bestaan geen vorderingen of schulden met variabel rentende renteafspraken.
Liquiditeitsrisico
De onderneming bewaakt de liquiditeitspositie door middel van opvolgende liquiditeitsbegrotingen. Het management ziet erop toe dat voor de onderneming steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen en dat tevens voldoende financiële ruimte beschikbaar blijft onder de beschikbare faciliteiten om steeds binnen de gestelde leningconvenanten te blijven.
Reële waarde
De reële waarde van de in de balans verantwoorde financiële instrumenten, waaronder vorderingen, liquide middelen en kortlopende schulden, is gelijk aan de boekwaarde ervan.
Vorderingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde, na eerste verwerking worden vorderingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering. De looptijd van de vorderingen is < 1 jaar. Vorderingen waartegenover ook een schuld staat in de vorm van vooruit ontvangen bedragen, zijn gesaldeerd opgenomen in de balans voor zover toegestaan.
Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Indien liquide middelen niet ter vrije beschikking staan, wordt hiermee rekening gehouden bij de waardering. Liquide middelen die naar verwachting langer dan 12 maanden niet ter beschikking staan van de onderneming, worden gerubriceerd als financiële vaste activa.
Het eigen vermogen bestaat uit algemene reserves en bestemmingsreserves. Hierin is tevens een segmentatie opgenomen naar publieke en private middelen.De bestemmingsreserves zijn reserves met een beperktere bestedingsmogelijkheid, die door het bestuur is aangebracht. Er bestaat echter geen betalingsverplichting.
Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer er sprake is van:
De voorzieningen betreffen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen.
De voorziening wordt gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen.
De voorziening jubilea wordt opgenomen op basis van de contante waarde van de toekomstige verplichtingen en is berekend aan de hand van een inschatting van de toekomstige uitbetaling per medewerker, op basis van het aantal dienstjaren, rekening houdend met sterftekans en blijfkans, contant gemaakt tegen 2,5%.
De voorziening wordt gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen.
De voorziening wordt gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen.
De voorziening wordt gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen.
De voorziening wordt gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen.
Langlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de langlopende schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Langlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten.
Onder kortlopende schulden zijn de bedragen ondergebracht die nog betrekking hebben op het verslagjaar maar op balansdatum nog niet zijn betaald en bedragen die zijn ontvangen in of voor het verslagjaar en aan opvolgende jaren moeten worden toegekend. Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Dit is meestal de nominale waarde.
Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en -subsidies uit hoofde van de basisbekostiging worden volledig verwerkt als baten in de staat van baten en lasten in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft. Indien deze opbrengsten betrekking hebben op een specifiek doel, dan worden deze naar rato van de verrichte werkzaamheden verantwoord als baten.Subsidies met betrekking tot investeringen in materiële vaste activa worden in mindering gebracht op het desbetreffende actief en als onderdeel van de afschrijvingen verwerkt in de staat van baten en lasten.
De college-, cursus-, les- en examengelden worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, waarbij ervan uitgegaan is dat reguliere onderwijs- en onderzoekstaken gelijkmatig zijn gespreid over het studiejaar.
Opbrengsten uit het verlenen van diensten worden opgenomen in de netto-omzet tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding, na aftrek van tegemoetkomingen en kortingen. Opbrengsten uit het verlenen van diensten worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt wanneer het bedrag van de opbrengsten op betrouwbare wijze kan worden bepaald, de inning van de te ontvangen vergoeding waarschijnlijk is, de mate waarin de dienstverlening op balansdatum is verricht betrouwbaar kan worden bepaald en de reeds gemaakte kosten en de kosten die (mogelijk) nog moeten worden gemaakt om de dienstverlening te voltooien op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald. Indien het resultaat van een bepaalde opdracht tot dienstverlening niet op betrouwbare wijze kan worden bepaald, worden de opbrengsten verwerkt tot het bedrag van de kosten van de dienstverlening die worden gedekt door de opbrengsten. Opbrengsten uit hoofde van verleende diensten worden in de winst-en-verliesrekening als netto-omzet opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing van de transactie op verslagdatum. Het stadium van voltooiing wordt bepaald aan de hand van beoordelingen van de verrichte werkzaamheden / de tot dat moment verrichte dienstverlening als percentage van de totaal te verrichten dienstverlening / de tot dat moment gemaakte kosten in verhouding tot de geschatte kosten van de totaal te verrichten dienstverlening.
Overige bedrijfsopbrengsten bestaan uit baten uit verhuur, detachering, werken voor derden en overige baten. Opbrengsten uit hoofde van verleende diensten worden in de staat van baten en lasten als netto-omzet opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing van de transactie op verslagdatum. Het stadium van voltooiing wordt bepaald aan de hand van de tot dat moment gemaakte kosten in verhouding tot de geschatte kosten van de totaal te verrichten dienstverlening.
De beloningen van het personeel worden als last verantwoord in de staat van baten en lasten in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting opgenomen op de balans. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de vennootschap.
Onder personeelslasten zijn begrepen de in het boekjaar verschuldigde salarissen, sociale lasten, pensioenpremies, inleenkrachten en overige personeelskosten, verminderd met de ontvangen uitkeringen van sociale fondsen. Voor de beloningen met opbouw van rechten en bonussen worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen. Een verwachte vergoeding ten gevolge van bonusbetalingen worden verantwoord indien de verplichting tot betaling van die vergoeding is ontstaan op of voor balansdatum en een betrouwbare schatting van de verplichtingen kan worden gemaakt.
Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen (inclusief ontslag-vergoedingen) aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschikt-heid wordt een voorziening opgenomen. De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (CAO en individuele arbeidsovereenkomsten). Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.
Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de onderneming zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievergoeding. Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen. Ontslagvergoedingen worden gewaardeerd met inachtneming van de aard van de vergoeding. Als de ontslagvergoeding een verbetering is van de beloningen na afloop van het dienstverband, vindt waardering plaats volgens dezelfde grondslagen die worden toegepast voor pensioenregelingen. Andere ontslagvergoedingen worden gewaardeerd op basis van de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen.Pensioenregeling
De Stichting is aangesloten bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Het ABP is het bedrijfstakpensioenfonds voor overheidswerkgevers, waaronder onderwijsinstellingen. Deze pensioenregeling betreft een voorwaardelijk geïndexeerde middelloonregeling. Indexatie (aanpassing voor prijsstijging) van de toegekende aanspraken en rechten vindt uitsluitend plaats indien en voor zover de middelen van de pensioenuitvoerder daartoe ruimte laten en de pensioenuitvoerder daartoe heeft besloten. Indien de omstandigheden bij de pensioenuitvoerder daar aanleiding toe geven, kan het bestuur besluiten tot het korten van aanspraken.
Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan het pensioenfonds verschuldigde pensioenpremies. Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Als de op balansdatum reeds betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake zal zijn van terugbetaling door het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies.
Door de kredietcrisis en de dalende rente in het afgelopen jaar bevond de pensioenuitvoerder zich per balansdatum 2020 in een reservetekort. Dit is inmiddels hersteld. De dekkingsgraad (marktwaarde van de beleggingen uitgedrukt in een percentage van de voorziening pensioenverplichtingen volgens de grondslagen van DNB) van het fonds per balansdatum was 110,2%. Het minimaal vereiste eigen vermogen (dekkingsgraad) volgens DNB is 104,2%. Het vereiste eigen vermogen, gegeven de huidige beleggingsmix, bedraagt 128%.
De Stichting kan financiële en operationele leasecontracten afsluiten. Een leaseovereenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom van het leaseobject geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen, wordt aangemerkt als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten classificeren als operationele leases. Bij de leaseclassificatie is de economische realiteit van de transactie bepalend en niet zozeer de juridische vorm. Bij de Stichting is geen sprake van financiële leasecontracten.
Als de Stichting optreedt als lessee in een operationele lease, wordt het leaseobject niet geactiveerd. Vergoedingen die worden ontvangen als stimulering voor het afsluiten van een overeenkomst worden verwerkt als een vermindering van de leasekosten over de leaseperiode. Leasebetalingen en vergoedingen inzake operationele leases worden lineair over de leaseperiode gebracht ten laste respectievelijk ten gunste van de staat van baten en lasten, tenzij een andere toerekeningsystematiek meer representatief is voor het patroon van de met het leaseobject te verkrijgen voordelen.
Hogeschool Viaa maakt voor één auto en voor de printers en kopieermachines gebruik van leaseovereenkomsten. De vergoeding die hier betaald wordt, betreft een vergoeding voor het gebruik (huur inclusief onderhoud) van deze activa. De resterende contracttermijn is vermeld bij de niet uit de balans blijkende verplichtingen.
Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost. Rentelasten en soortgelijke lasten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren.
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.
De reële waarde van een financieel instrument is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van elkaar onafhankelijk zijn.
Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening.
Alle bedragen x € 1.000
| Aan-schaf-prijs | Cum. afschrij-vingen | Boek-waarde 01/01 | Investe-ringen | Des-investe-ringen | Afschrij-vingen | Cum. Aanschaf-prijs | Cum. afschrij-vingen | Boek-waarde 31/12 | Afschrij-vings-percen-tages | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1.2.1 | Gebouwen, verbouwing en groot onderhoud | ||||||||||
| Gebouwen | 1.392 | 1.275 | 117 | - | - | 47 | 1.392 | 1.321 | 70 | 3 | |
| Verbouwing (excl. renovatie) | 17.382 | 4.535 | 12.847 | 382 | - | 800 | 17.764 | 5.335 | 12.429 | 5 | |
| Groot onderhoud | 523 | 442 | 81 | 8 | - | 8 | 531 | 450 | 82 | 3-20 | |
| Terreinen | 495 | - | 495 | - | - | - | 495 | - | 495 | - | |
| Totaal | 19.792 | 6.252 | 13.540 | 390 | - | 854 | 20.182 | 7.105 | 13.077 | 3-20 | |
| 1.2.2 | Inventaris en apparatuur | ||||||||||
| Technische installaties | 637 | 382 | 255 | 102 | - | 77 | 740 | 459 | 280 | 20 | |
| Meubilair | 1.662 | 1.078 | 584 | 57 | - | 96 | 1.719 | 1.174 | 546 | 10 | |
| Hard- en software | 4.008 | 2.935 | 1.073 | 305 | - | 473 | 4.313 | 3.408 | 905 | 20-25 | |
| Kantoorinstallaties | 50 | 50 | - | - | - | - | 50 | 50 | - | 20 | |
| Audiovisuele middelen | 531 | 418 | 113 | 5 | - | 34 | 536 | 452 | 83 | 20 | |
| Totaal | 6.888 | 4.863 | 2.025 | 469 | - | 680 | 7.358 | 5.543 | 1.814 | 10-25 | |
| 1.2.4 | In uitvoering en vooruitbetaling | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
| 26.680 | 11.115 | 15.565 | 859 | - | 1.534 | 27.540 | 12.648 | 14.891 | 3-25 |
De investeringen in 2023 betroffen voor een belangrijk deel de investering van de renovatie fase 2, in dit geval de ontmoetingsruimte, restaurant, de mediatheek en de multifunctionele ruimte op de benedenverdieping. Deze fase is inmiddels afgerond en in zijn geheel in gebruik genomen. Daarnaast betrof een groot deel de investeringen in het vervangen van hardware en de de ontwikkeling in software. Het onroerend goed gelegen aan de Wethouder Alferinkweg 2 te Zwolle dient als onderpand voor de hypotheekovereenkomsten.
Alle bedragen x € 1
| WOZ, taxatie- en verzekerde waarde gebouwen | |||
|---|---|---|---|
| WOZ-waarde gebouwen en terreinen, d.d. 1 januari 2023 | 7.590.000 | ||
| Taxatiewaarde, d.d. 19 maart 2021 | 9.340.000 | ||
| Verzekerde waarde gebouwen, d.d. 1 januari 2023 | 38.099.400 |
De verzekerde waarde van de gebouwen is op basis van de herbouwkosten.
Alle bedragen x € 1.000
| 31/12/2023 | 31/12/2022 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| 1.4.1 | Gebruiksgoederen | ||||
| Verkrijgingsprijs gebruiksgoederen | 29 | 21 | |||
| Af: voorziening voor incourantheid | - | - | |||
| Totaal gebruiksgoederen | 29 | 21 | |||
| 1.4.3 | Onderhanden projecten | - | 25 | ||
| 29 | 46 |
De onderhanden projecten betreffen voornamelijk contracten welke zijn overeengekomen met derde partijen en regelmatig een langere periode beslaan, zoals bijvoorbeeld adviesdienstverlening in het primair onderwijs.
Ultimo 2023 is door saldering van gefactureerde termijnen de onderhanden positie gerubriceerd onder de kortlopende schulden, zijnde 'Vooruit gefactureerde en -ontvangen termijnen onderhandenwerk'.
Alle bedragen x € 1.000
| 31/12/2023 | 31/12/2022 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| 1.5.1 | Debiteuren | 442 | 160 | ||
| 1.5.7 | Overige vorderingen | 54 | 28 | ||
| 1.5.8 | Overlopende activa | ||||
| Vooruitbetaalde kosten en te ontvangen rente | 293 | 346 | |||
| Totaal overlopende activa | 293 | 346 | |||
| 1.5.9 | Af: voorziening wegens oninbaarheid | -2 | -2 | ||
| 787 | 532 |
Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:
Alle bedragen x € 1.000
| 2023 | 2022 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 2 | 2 | |||
| Onttrekking | -1 | - | |||
| Vrijval | - | ||||
| Dotatie | 1 | - | |||
| Stand per 31 december | 2 | 2 |
De looptijd van alle vorderingen is korter dan 1 jaar.
Alle bedragen x € 1.000
| 31/12/2023 | 31/12/2022 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| 1.7.1 | Kasmiddelen | 1 | 2 | ||
| 1.7.2 | Tegoeden op bank- en girorekeningen | 3.030 | 2.974 | ||
| 3.031 | 2.976 |
Alle tegoeden op bank- en girorekeningen zijn vrij opneembaar.
Alle bedragen x € 1.000
| Stand per 01/01/2023 | Resultaat boekjaar | Overige mutaties | Stand per 31/12/2023 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| 2.1.1 | Algemene reserve (publiek) | 5.180 | -399 | - | 4.781 |
| 2.1.3 | Bestemmingsreserve private activiteiten (privaat) | 487 | -35 | - | 452 |
| 5.667 | -434 | - | 5.233 |
De algemene reserve dient om fluctuaties in de exploitatie te kunnen opvangen en dient tevens als buffer voor de financiële gevolgen van risico’s die Hogeschool Viaa loopt.
De bestemmingsreserve private activiteiten wordt gevoed uit de resultaten van diverse activiteiten en dient om ontwikkelingen op deze gebieden mogelijk te maken. Het gaat voornamelijk om de volgende activiteiten:
Voorstel tot resultaatbestemming:
Alle bedragen x € 1.000
| 2023 | ||
|---|---|---|
| Hogeschool Viaa heeft geen resultaatbestemming opgenomen in haar statuten. Voorgesteld wordt het resultaat als volgt te bestemmen: | ||
| Resultaat ten gunste an de algemene reserve | -399 | |
| Resultaat ten gunste van de bestemmingsreserve Private activiteiten | -35 | |
| -434 |
Alle bedragen x € 1.000
| Stand per 01/01 | Dotatie | Onttrek-king | Vrijval | Stand per 31/12 | Kort-lopend deel < 1 jaar | Lang-lopend deel > 1 jaar | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2.2.1 | Personeelsvoorzieningen | |||||||
| Spaarverlof | 20 | - | - | - | 20 | 20 | - | |
| Jubilea | 113 | 36 | 9 | 7 | 133 | 12 | 121 | |
| CAO-verplichtingen vertrekkend personeel | 106 | - | 25 | - | 82 | 24 | 59 | |
| Langdurig zieken | 15 | 3 | 15 | - | 3 | 3 | - | |
| Duurzame inzetbaarheid | 20 | - | 9 | - | 11 | - | 11 | |
| Werktijdvermindering senioren | 393 | 68 | 123 | - | 338 | 122 | 216 | |
| Totaal personeelsvoorzieningen | 667 | 107 | 181 | 7 | 587 | 181 | 407 |
De voorziening spaarverlof betreft in het verleden opgebouwde verlofrechten van één medewerker.
De voorziening voor jubilea is gevormd voor de verwachte toekomstige uitgaven aan jubilarissen uit hoofde van de cao.
De voorziening cao verplichtingen vertrekkend personeel is opgebouwd uit verplichtingen aan enkele individuele medewerkers. De voorziening wordt met name gevormd voor verplichtingen die ontstaan zijn doordat personeel niet langer in dienst is bij Hogeschool Viaa en er (bovenwettelijke) WW-verplichtingen zijn.
De voorziening voor langdurig zieken wordt opgenomen voor toekomstige verplichtingen met betrekking tot langdurig zieke medewerkers waarvan wordt verwacht dat deze niet (geheel) zullen terugkeren in het arbeidsproces.
De voorziening voor duurzame inzetbaarheid betreft een voorziening voor niet ingezette uren duurzame inzetbaarheid welke naar verwachting ingezet worden voor een 'sabbatical'. Voor de overige niet ingezette uren dient geen voorziening te worden gevormd, dit is conform de communicatie van de Vereniging Hogescholen.
De voorziening werktijdvermindering senioren wordt opgenomen voor toekomstige verplichtingen met betrekking tot medewerkers die gebruikmaken van de voormalige Seniorenregeling onderwijspersoneel (SOP) of de Regeling werktijdvermindering senioren (WS). De genoten werktijdvermindering wordt namelijk gedeeltelijk door de medewerker en gedeeltelijk door Hogeschool Viaa bekostigd.
Alle bedragen x € 1.000
| Stand per 01/01 | Aange-gane leningen | Aflos-singen | Stand per 31/12 | Looptijd < 1 jaar | Looptijd >1 jaar en < 5 jaar | Looptijd > 5 jaar | Lang-lopende schuld per 31-12 | Rente | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2.3.3 | Kredietinstellingen | |||||||||
| Energiefonds | 5.193 | 397 | 354 | 5.236 | 324 | 1.298 | 3.572 | 4.911 | 2,5 | |
| ASN Bank | 2.100 | - | 200 | 1.900 | 200 | 800 | 1.100 | 1.700 | 2,2 | |
| Totaal kredietinstellingen | 7.293 | 397 | 555 | 7.135 | 524 | 2.098 | 4.672 | 6.610 |
Energiefonds: Dit betreft de in 2016 aangegane hypotheekovereenkomst met de Provincie Overijssel, vertegenwoordigd door het Energiefonds Overijssel II B.V., in het kader van de renovatie van het schoolgebouw te Zwolle. Het kortlopend deel van de langlopende lening bedraagt € 324.000.
De lening kent een hoofdsom van € 5.000.000, een looptijd van 15 jaar en een rentevergoeding van 2,5% per jaar, vast voor de gehele looptijd. In 2021 is een aanvullende geldlening verstrekt ad € 1.550.000 middels een bouwdepot, waaruit tot en met 2022 € 1.154.559 onttrokken is en in 2023 €397.256. Als zekerheid is in de hypotheekakte opgenomen het schoolgebouw en de bijbehorende terreinen aan de Assendorperdijk 11 te Zwolle. De verstrekte zekerheid bedraagt € 11.200.000, te weten € 8.000.000 hoofdsom en € 3.200.000 (40%) rente en kosten.
ASN Bank: Dit betreft de in 2018 aangegane hypotheekovereenkomst met Pettelaar Effectenbewaarbedrijf N.V., vertegenwoordigd door de ASN Bank (Groenprojectenpool), waarin een deel van de oorspronkelijke hoofdsom van de lening van het Energiefonds Overijssel II B.V. is overgenomen door de ASN Bank. Het kortlopende deel van de langlopende lening bedraagt € 200.000.
De lening kent een hoofdsom van € 3.000.000, een looptijd van 15 jaar en een rentevergoeding van 2,7% verminderd met 0,5% groenkorting, zijnde 2,2% vast voor de gehele looptijd. De verstrekte zekerheden betreffen:
Door de gedeeltelijke overname van het krediet van Energiefonds Overijssel II B.V. door Pettelaar Effectenbewaarbedrijf N.V. zijn de beide financiers gezamenlijk begunstigde geworden van het zekerheidsrecht. De zekerheden zullen strekken tot zekerheid van de vordering van Pettelaar Effectenbewaarbedrijf N.V. alsmede de vordering van Energiefonds Overijssel II.B.V.
De hypotheekverstrekkers vereisen dat de DSCR (Debt Service Coverage Ratio) van de geldleningen ten minste 1,0 bedraagt tot aan het einde van de looptijd. De DSCR houdt in het in één periode gerealiseerd resultaat (de EBITDA verminderd door belastingen) gedeeld door de in die periode verschuldigde rente en aflossingen. Voor het jaar 2023 bedraagt de DSCR 1,7 (2022: 2,5).
Alle bedragen x € 1.000
| 31/12/2023 | 31/12/2022 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2.4.3 | Crediteuren | 652 | 616 | ||
| 2.4.7 | Belastingen en premies sociale verzekeringen | ||||
| Loonheffing | 852 | 763 | |||
| Omzetbelasting | -1 | -1 | |||
| Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen | 851 | 762 | |||
| 2.4.8 | Schulden uit hoofde van pensioenen | 232 | 215 | ||
| 2.4.9 | Kredietinstellingen | 524 | 524 | ||
| 2.4.10 | Overlopende passiva | ||||
| Vooruit ontvangen collegegelden | 2.200 | 1.993 | |||
| Vooruit ontvangen geoormerkte subsidies | 499 | 599 | |||
| Vooruit ontvangen overige subsidies | 399 | 215 | |||
| Vooruit gefactureerde en - ontvangen termijnen onderhandenwerk | 6 | - | |||
| Vakantiegeld en –dagen | 784 | 685 | |||
| Diversen | 161 | 408 | |||
| Totaal overlopende passiva | 4.049 | 3.900 | |||
| 6.308 | 6.017 |
De looptijd van alle kortlopende schulden is korter dan 1 jaar.
| Betalingen binnen 1 jaar | Betalingen tussen 2 en 5 jaar | Betalingen na 5 jaar | |
|---|---|---|---|
| Een huur- en onderhoudscontract multifunctionele afdrukapparatuur met Leferink Document Works. Dit contract loopt tot mei 2024. | € 5.942 | - | - |
| Een contract inzake schoonmaakdiensten met Novon Schoonmaak Gebouwen. Het huidige contract loopt tot 1 april 2026. | € 172.636 | € 215.795 | - |
| Een auto leasecontract | € 13.489 | - | - |
| Huurcontracten inzake kantoor- en parkeerruimte Weezenlandstaete. | € 291.422 | € 838.101 | € 91.984 |
| Per 31 december 2020 is voor een bedrag van € 22.716 aan bankgaranties verstrekt. |
Er zijn geen bijzondere gebeurtenissen na balansdatum.
G1 Verantwoording van subsidies zonder verrekeningsclausule
| Kenmerk toewijzing | Datum toewijzing | Bedrag van toewijzing | Ontvangen t/m 2023 | Geheel uitgevoerd en afgerond | |
|---|---|---|---|---|---|
| Regeling Lerarenbeurs voor scholing en zij-instroom 2022-2023 | 1278526-1 | 08-22-2022 | € 75.433 | € 75.433 | Ja |
| Regeling Lerarenbeurs voor scholing en zij-instroom 2023-2024 | 1350131-1 | 08-22-2023 | € 111.681 | € 111.681 | Nee |
| Regionale aanpak personeelstekort onderwijs | RAP220025 | 07-28-2022 | € 240.602 | € 240.602 | Ja |
| Regionale aanpak personeelstekort onderwijs | RAP23030 | 08- 2-2023 | € 100.236 | € 100.236 | Nee |
| Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2022-2023 | 1284288-1 | 11-22-2022 | € 674.910 | € 674.910 | Ja |
| Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2023 | 1352139-1 | 09-20-2023 | € 289.200 | € 289.200 | Ja |
| Subsidieregeling voorlopers onderwijsregio’s | VOWR2321 | 11-24-2023 | € 100.000 | € 100.000 | Nee |
| Subsidieregeling virtuele internationale samenwerkingsprojecten hoger onderwijs | VIS239072 | 12- 6-2023 | € 15.000 | € 15.000 | Nee |
| Subsidieregeling coronabanen in het hoger onderwijs | COHO210023 | 04-13-2021 | € 40.795 | € 40.795 | Ja |
| Subsidieregeling extgra hulp voor de klas | COHO21-200003 | 08- 4-2021 | € 69.445 | € 69.445 | Ja |
| € 1.717.302 | € 1.717.302 |
Alle bedragen x € 1.000
| 2023 | Begroting 2023 | 2022 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 3.1.1 | Rijksbijdrage OCW | 18.117 | 16.927 | 17.634 | |||
| 3.1.2 | Overige subsidies OCW | ||||||
| OCW-subsidies | 996 | 400 | 656 | ||||
| Inkomensoverdrachten * | -610 | - | -218 | ||||
| Totaal overige subsidies OCW | 386 | 400 | 438 | ||||
| Totaal Rijksbijdragen | 18.503 | 17.327 | 18.072 |
| 2023 | Begroting 2023 | 2022 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Basisbedrag per student | 6.259 | 5.901 | 6.065 | ||||
| Opslag onderwijs en kwaliteit | 1.961 | 1.774 | 2.784 | ||||
| Opslag prestatie bekostiging | - | - | - | ||||
| Totaal per student | 8.220 | 7.675 | 8.849 | ||||
| Aantal studenten en graden | 2.107 | 2.107 | 1.936 | ||||
| Alle bedragen x € 1.000 | |||||||
| Basis Rijksbijdrage | 17.319 | 16.171 | 17.132 | ||||
| Pabo-up | 54 | 51 | 47 | ||||
| Lectoraten | 744 | 705 | 455 | ||||
| Rijksbijdrage | 18.117 | 16.927 | 17.634 |
Het verschil tussen de begroting en de realisatie wordt met name veroorzaakt door de gewijzigde bedragen per student door een aanpassing voor loon- en prijsindexatie en de referentieraming aantal studenten.
Alle bedragen x € 1.000
| 2023 | Begroting 2023 | 2022 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 3.3.1 | Collegegelden | 3.868 | 3.624 | 2.591 | |||
| Aantal studenten op 1 oktober | 2.133 | 2.163 | 2.099 | ||||
| Gemiddeld per student | 1.813 | 1.675 | 1.234 |
Alle bedragen x € 1.000
| 2023 | Begroting 2023 | 2022 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 3.4.1 | Omzet baten werk in opdracht van derden | 1.804 | 1.801 | 1.119 | |||
| 3.4.2 | Inkoop en inhuur derden | -441 | PM | -404 | |||
| 3.4.3 | Wijzigingen onderhanden projecten | 408 | PM | 773 | |||
| Totaal baten werk in opdracht van derden | 1.771 | 1.801 | 1.488 |
De baten werk in opdracht van derden betreffen voornamelijk contracten welke zijn overeengekomen met derde partijen en regelmatig een langere periode beslaan, zoals bijvoorbeeld adviesdienstverlening in het primair onderwijs.
Hieronder is ook een NWO subsidie Promotiebeurs voor leraren opgenomen, met een looptijd tot 1 september 2027. Voor het boekjaar 2023 is daar € 24.267 gerealiseerd (2022: € 12.133).
Vanwege een andere opbouw van de begroting 2023 zijn de rubrieken 3.4.2 en 3.4.3 aangeduid met PM. De onderhanden projecten betreffen voornamelijk contracten welke zijn overeengekomen met derde partijen en regelmatig een langere periode beslaan, zoals bijvoorbeeld adviesdienstverlening in het primair onderwijs.
Alle bedragen x € 1.000
| 2023 | Begroting 2023 | 2022 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 3.5.1 | Verhuur | 37 | 10 | 10 | |||
| 3.5.2 | Detachering personeel | 24 | - | 24 | |||
| 3.5.3 | Opbrengsten catering | 77 | 50 | 31 | |||
| 3.5.5 | Diversen | 95 | 113 | 99 | |||
| Totaal overige baten | 233 | 173 | 164 |
Onder de overige baten wordt € 77.000 opbrengst catering gepresenteerd, onder de overige lasten worden de kosten catering ad € 232.000 gepresenteerd. Per saldo bedraagt de marge op catering negatief € 155.000 (2022: € 120.000 negatief).
Alle bedragen x € 1.000
| 2023 | Begroting 2023 | 2022 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 4.1.1 | Lonen en salarissen | ||||||
| Brutolonen en salarissen | 13.786 | 13.026 | 12.113 | ||||
| Sociale lasten | 1.885 | 1.748 | 1.626 | ||||
| Pensioenpremies | 1.884 | 2.012 | 1.874 | ||||
| Totaal lonen en salarissen | 17.555 | 16.786 | 15.613 | ||||
| 4.1.2 | Overige personele lasten | ||||||
| Dotaties personele voorzieningen | 107 | - | 307 | ||||
| Ten laste van voorzieningen | -181 | -101 | -135 | ||||
| Vrijval uit voorzieningen | -7 | - | -3 | ||||
| Personeel niet in loondienst | 877 | 752 | 1.072 | ||||
| Deskundigheidsbevordering | 309 | 525 | 221 | ||||
| Reiskosten | 163 | 43 | 119 | ||||
| Catering en vergaderkosten | 5 | 27 | 26 | ||||
| Werving & Selectie | 127 | 66 | - | ||||
| Arbo | 114 | 155 | 138 | ||||
| Overig | 175 | 172 | 154 | ||||
| Totaal overige personele lasten | 1.689 | 1639 | 1.899 | ||||
| 4.1.3 | Af: uitkeringen | -88 | 0 | -21 | |||
| Totaal personeelslasten | 19.156 | 18.425 | 17.491 | ||||
| Gemiddeld aantal fte | 197,2 | 202,1 | 186,4 | ||||
| Gemiddeld loon en salarissen per fte | 89 | 83 | 84 | ||||
| Totaal personeelskosten (exclusief inhuur en uitkeringen) per fte | 93 | 87 | 88 |
In 2023 zien we een lager aantal FTE dan begroot, maar wel een hoger totaal van lonen en salarissen. In 2023 hebben door CAO-wijzigingen een aantal eenmalige uitkeringen en salarisverhogingen plaatsgevonden die niet waren begroot.
Voor de mutaties in de personele voorzieningen wordt verwezen naar de toelichting op de balans.
Alle bedragen x € 1.000
| 2023 | Begroting 2023 | 2022 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 4.2.1 | Gebouwen, verbouwing en groot onderhoud | ||||||
| Gebouwen | 47 | 47 | 47 | ||||
| Verbouwing | 800 | 767 | 740 | ||||
| Groot onderhoud | 8 | 6 | 7 | ||||
| Totaal gebouwen, verbouwing en groot onderhoud | 855 | 820 | 794 | ||||
| 4.2.2 | Inventaris en apparatuur | ||||||
| Technische installaties | 77 | 63 | 62 | ||||
| Meubilair | 96 | 90 | 100 | ||||
| Hardware en software | 473 | 433 | 401 | ||||
| Kantoorinstallaties | - | - | 1 | ||||
| Audiovisuele middelen | 34 | 54 | 40 | ||||
| Totaal inventaris en apparatuur | 680 | 640 | 604 | ||||
| Totaal afschrijvingen | 1.534 | 1.459 | 1.398 |
Alle bedragen x € 1.000
| 2023 | Begroting 2023 | 2022 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 4.3.1 | Huur | 447 | 311 | 332 | |||
| 4.3.2 | Verzekeringen | 60 | 56 | 57 | |||
| 4.3.3 | Onderhoud | 135 | 115 | 113 | |||
| 4.3.4 | Energie en water | 256 | 114 | 104 | |||
| 4.3.5 | Schoonmaakkosten | 233 | 200 | 215 | |||
| 4.3.6 | Heffingen | 68 | 85 | 63 | |||
| Totaal huisvestingslasten | 1.200 | 881 | 884 |
Alle bedragen x € 1.000
| 2023 | Begroting 2023 | 2022 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 4.4.1 | Administratie- en beheerslasten | ||||||
| Kantoorkosten | 25 | 26 | 27 | ||||
| Reprokosten | 37 | 37 | 34 | ||||
| Portikosten | 27 | 50 | 44 | ||||
| Communicatiekosten | 20 | 26 | 20 | ||||
| Documentatiekosten | 3 | 4 | 8 | ||||
| MR en Raad van Toezicht | 41 | 28 | 10 | ||||
| Bankkosten | 16 | 5 | 6 | ||||
| Accountants- en advieskosten * | 70 | 135 | 115 | ||||
| Kosten accreditering | 37 | 26 | 4 | ||||
| Contributies | 254 | 213 | 176 | ||||
| Totaal administratie- en beheerslasten | 530 | 550 | 444 | ||||
| 4.4.2 | Inventaris, apparatuur en leermiddelen | ||||||
| Kosten hard- en software | 1022 | 753 | 765 | ||||
| Leermiddelen | 88 | 78 | 85 | ||||
| Overig | 63 | 87 | 54 | ||||
| Totaal inventaris, apparatuur en leermiddelen | 1173 | 918 | 904 | ||||
| 4.4.3 | Dotatie voorzieningen op vorderingen | - | - | 1 | |||
| 4.4.4 | Overige | ||||||
| Dienstreizen | 88 | 61 | 68 | ||||
| Cateringkosten | 232 | 140 | 151 | ||||
| Marketing en Communicatie | 370 | 323 | 331 | ||||
| Excursies, werkweken en stages | 128 | 177 | 154 | ||||
| Projectkosten | 87 | 130 | 159 | ||||
| Overig | 149 | -43 | 133 | ||||
| Totaal overige | 1.054 | 788 | 996 | ||||
| Totaal overige lasten | 2.757 | 2.256 | 2.344 |
* De volgende honoraria van A12 Registeraccountants B.V. zijn ten laste gebracht van de Stichting, een en ander zoals bedoeld in artikel 2.382a lid 1 en 2 BW:
Alle bedragen * € 1.000
| 2023 | Begroting 2023 | 2022 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| A12 Registeraccountants B.V. | |||||||
| Onderzoek van de jaarrekening | 45 | 50 | 45 | ||||
| Nagekomen lasten voorgaand boekjaar | - | - | |||||
| Adviesdienst op fiscaal terrein | |||||||
| 45 | 50 | 45 |
De in de tabel vermelde honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2023 (2022) hebben betrekking op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2023 (2022), ongeacht of de werkzaamheden al gedurende het boekjaar 2023 (2022) zijn verricht.
Alle bedragen x € 1.000
| 2023 | Begroting 2023 | 2022 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 5.1 | Rentebaten | 14 | - | - | |||
| 5.2 | Rentelasten | -176 | -194 | -185 | |||
| Totaal financiële baten en lasten | -162 | -194 | -185 |
Alle bedragen x € 1.000
| EA-advies | POH | GL | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Specificatie private resultaten 2023 | |||||||||
| Opbrengsten | 416 | 237 | 10 | 663 | |||||
| Kosten | -428 | -260 | -10 | -698 | |||||
| Resultaat 2023 | -12 | -23 | 0 | -35 | |||||
| Specificatie private resultaten 2022 | |||||||||
| Opbrengsten | 453 | 185 | 12 | 650 | |||||
| Kosten | -431 | -210 | -11 | -652 | |||||
| Resultaat 2022 | 22 | -25 | 1 | -2 |
Onder EA-advies is opgenomen: nascholing en advisering. De POH betreft de opleiding Praktijkondersteuner huisartsenpraktijk en ouderenzorg, GL betreft de niet-bekostigde opleiding Godsdienstleraar. Het totaal van het resultaat over 2023 ad €35.000 negatief is in mindering gebracht op de bestemmingsreserve private activiteiten.
Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de Stichting en een natuurlijk persoon of entiteit die verbonden is met de Stichting. Dit betreffen onder meer de relaties tussen de Stichting en haar deelnemingen, de bestuurders en de functionarissen op sleutelposities. Onder transacties wordt verstaan een overdracht van middelen, diensten of verplichtingen, ongeacht of er een bedrag in rekening is gebracht.
Transacties met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Van deze transacties wordt de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht toegelicht.
In 2023 was er van Hogeschool Viaa geen sprake van verbonden partijen in het kader van hetgeen hierboven is toegelicht.
Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op Hogeschool Viaa van toepassing zijnde regelgeving.
Het bezoldigingsmaximum in 2023 voor Hogeschool Viaa is € 173.000. Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. Voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking geldt met ingang van 1 januari 2016 voor de eerste 12 kalendermaanden een afwijkende normering, zowel voor de duur van de opdracht als voor het uurtarief. Hogeschool Viaa had in 2023 geen topfunctionarissen zonder dienstbetrekking.
1a. Leidinggevende topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen met dienstbetrekking. Tevens leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling.
Bedragen x € 1
| D. Wakker | G. Groen-Baas | ||
|---|---|---|---|
| Functiegegevens | Voorzitter CvB | Lid CvB | |
| Aanvang en einde functievervulling | 1/1 - 31/12 | 1/9 - 31/12 | |
| Omvang dienstverband (in fte) | 1 FTE | 1 FTE | |
| Gewezen topfunctionaris? | Nee | Nee | |
| (Fictieve) dienstbetrekking? | Ja | Ja | |
| Individueel WNT-maximum | 173.000 | 57.351 | |
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 141.244 | 36.281 | |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 22.131 | 6.094 | |
| Subtotaal | 163.375 | 42.375 | |
| -/- Onverschuldigd betaald bedrag | - | - | |
| Totaal bezoldiging | 163.375 | 42.375 | |
| Verplichte motivering indien overschrijding | N.v.t. | N.v.t. | |
| Gegevens 2022 | |||
| Aanvang en einde functievervulling in 2022 | 1/1 - 31/12 | N.v.t. | |
| Omvang dienstverband (in fte) | 1 FTE | N.v.t. | |
| (Fictieve) dienstbetrekking? | Ja | N.v.t. | |
| Individueel WNT-maximum | 168.000 | - | |
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 132.294 | - | |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 22.039 | - | |
| Totaal bezoldiging 2022 | 154.333 | - |
1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking kalendermaand 1-12
Betreffende categorie is niet van toepassing op Hogeschool Viaa voor de jaren 2023 en 2022.
1c. Toezichthoudende topfunctionarissen
Bedragen x € 1
| C.S. Balken-ende | A. Poolen-van den Brink | E. Kooij-Bas | P. Nullens | J.P. Holle-brandse | J.J. Louisa - Muller | A.W. Luteijn | J.S. van den Berg | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Functiegegevens | Voorzitter | Lid | Lid | Lid | Lid | Lid | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2023 | 1/1 – 31/12 | 1/1 – 1-9 | 1/1 – 31/12 | 1/1 – 31/12 | 1/1 - 31/12 | 24/4 - 31/12 | 1/9 - 31/12 | N.v.t. |
| Individueel WNT-maximum | 25.950 | 11.518 | 17.300 | 17.300 | 17.300 | 11.897 | 5.735 | - |
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 19.693 | 10.892 | 16.338 | 16.338 | 16.338 | 11.341 | 5.446 | - |
| Beloningen betaalbaar op termijn | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Subtotaal | 19.693 | 10.892 | 16.338 | 16.338 | 16.338 | 11.341 | 5.446 | - |
| -/- Onverschuldigd betaald bedrag | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Totaal bezoldiging 2023 | 19.693 | 10.892 | 16.338 | 16.338 | 16.338 | 11.341 | 5.446 | - |
| Verplichte motivering indien overschrijding | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. |
| Gegevens 2022 | ||||||||
| Aanvang en einde functievervulling in 2022 | 1/1 – 31/12 | 1/1 – 31/12 | 1/1 – 31/12 | 1/1 – 31/12 | 1/1 – 31/12 | N.v.t. | N.v.t. | 1/1 – 1-9 |
| Bezoldiging | 18.519 | 15.433 | 15.433 | 15.433 | 15.433 | - | - | 10.289 |
| Individueel WNT-maximum | 25.200 | 16.800 | 16.800 | 16.800 | 16.800 | - | - | 11.200 |
Betreffende categorie is niet van toepassing op Hogeschool Viaa voor de jaren 2023 en 2022.
Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2023 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2023 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WOPT of de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden.
De raad van toezicht van de Stichting Hogeschool Viaa heeft het jaarverslag en de jaarrekening 2023 van de Stichting Hogeschool Viaa te Zwolle goedgekeurd op ............................... 2024.
Ing. C.S. Balkenende MBA, voorzitter
Dr. A.E. Kooij-Bas, lid
Prof. dr. P. Nullens, lid
J.P. Hollebrandse, lid
J.J. Louisa-Muller, lid
A.W. Luteijn, lid
Het college van bestuur van de Stichting Hogeschool Viaa heeft het jaarverslag en de jaarrekening 2023 van de Stichting Hogeschool Viaa vastgesteld op .......................................2024.
Drs. D. Wakker MME, Voorzitter
G. Groen-Baas, lid